Peter Lorre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Peter Lorre
Peter Lorre, foto van Yousuf Karsh
Peter Lorre, foto van Yousuf Karsh
Algemene informatie
Volledige naam Ladislav "László" Löwenstein
Geboren 26 juni 1904
Overleden 23 maart 1964
Land Slowakije
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Peter Lorre, geboren als Ladislav "László" Löwenstein (Rózsahegy (Oostenrijk-Hongarije, thans Ružomberok, Slowakije), 26 juni 1904 - Los Angeles (Californië), 23 maart 1964) was een film- en toneelacteur van Hongaarse afkomst. Hij werd vooral bekend met meer sinistere rollen in misdaadfilms en mystery's, eerst in Duitsland, later ook in Hollywood. Peter Lorre had een herkenbare lijzige, nasale stem met Oostenrijks accent, grote, ietwat uitpuilende ogen en een grijns op zijn gezicht, die regelmatig werden en worden geïmiteerd, voornamelijk in animatiefilms en radioprogramma's.

Biografie[bewerken]

Peter Lorre werd geboren in een Joods gezin. Op zeventienjarige leeftijd verliet hij het huis om acteur te worden. In mindere tijden verdiende hij bij als bankbediende. Als beginnend acteur trok hij door Oostenrijk en Zwitserland (hij speelde onder andere in theaters in Wenen, Zürich en Breslau) voordat hij naar Duitsland vertrok. In Berlijn ontmoette hij de bekende Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht voor wie hij veel rollen zou spelen. De eerste zeven jaar van zijn carrière was hij echter een vrij onbekend acteur, die vooral speelde in komedies. Dit veranderde in 1931, toen hij de hoofdrol kreeg als een kindermoordenaar in M van Fritz Lang. De film werd een wereldwijd succes en zijn naam was gevestigd. In latere jaren zou hij vaker worden getypecast als een psychoot of een crimineel.

Na M speelde Lorre in nog meer Duitse films. In 1933, met de komst van Hitler, verliet de Joodse Lorre Duitsland, eerst naar Parijs, later naar Londen. Hier speelde hij in zijn eerste Engelstalige film, The Man Who Knew Too Much van Alfred Hitchcock uit 1934. Lorre sprak echter in die tijd nauwelijks Engels en leerde al zijn teksten fonetisch. Bij zijn eerste ontmoeting met Hitchcock wist hij zijn gebrekkige kennis van de taal te verhullen door te blijven glimlachen en lachen terwijl Hitchcock sprak.

Lorre leerde vrij snel de taal spreken en in 1935 vertrok hij naar Hollywood. Tot zijn eerste films aldaar behoorden Mad Love en Crime and Punishment, waarin hij de rol van Raskolnikov speelde. Van 1937 tot 1939 speelde hij de titelrol in de uit acht films bestaande Mr. Moto-reeks. Mr. Moto is een Japanse geheim agent, gecreëerd door John P. Marquand, en was voor 20th Century Fox een manier om in te haken op het succes van de Charlie Chan-reeks.

In de jaren veertig was Lorre een veelgeziene acteur in de thrillers en avonturenfilms van Warner Bros. In 1941 speelde hij de ietwat verwijfde dief Joel Cairo in The Maltese Falcon. In deze film speelt hij voor het eerst samen met Sydney Greenstreet en gedurende het begin van de jaren veertig zouden de twee in meer films samen te zien zijn. Een van die films was de klassieker Casablanca uit 1942, waarin Lorre de rol speelde van Ugarte.

Na de Tweede Wereldoorlog speelde hij in minder grote films. Hij ging zich ook meer richten op werk voor toneel en televisie. Hij maakte regelmatig gastoptredens bij verscheidene komische radioshows en had hij zijn eigen radioprogramma voor NBC, "Mystery in the Air" uit 1947. In 1951 keerde hij tijdelijk terug naar Duitsland, om daar de film Der Verlorene op te nemen. Deze film werd door hem geschreven en geregisseerd en hij speelde er ook de hoofdrol in. Thans geldt deze film als een van de honderd belangrijkste Duitse films. Hierna keerde hij weer terug naar Hollywood. Hij was regelmatig te zien in de televisieshow Climax!. In deze show was hij in 1954 de eerste acteur die gestalte mocht geven aan een James Bondslechterik, namelijk La Chiffre, toen in de show een bewerking van Casino Royale werd opgevoerd.

Lorre stond bekend als grappenmaker. Volgens Vincent Price zou Lorre op de begrafenis van Béla Lugosi, nadat hij deze gehuld in zijn Dracula-kostuum zag, spottend hebben gevraagd of het misschien niet beter was om een houten staak door zijn hart te jagen.

In het begin van de jaren zestig werkte hij samen met Roger Corman in een reeks goedkope, spottende en vaak zeer populaire films, waaronder verfilmingen van verhalen van Edgar Allan Poe, tegenover acteurs als Vincent Price, Boris Karloff en Basil Rathbone. Zijn laatste film was The Patsy van Jerry Lewis uit 1964.

In 1964 stierf Lorre op 59-jarige leeftijd aan een beroerte. Hij werd gecremeerd en zijn as staat in een mausoleum op de Hollywood Memorial Cemetery (tegenwoordig Hollywood Forever Cemetery).

Lorre is driemaal getrouwd geweest: met Celia Lovsky van 1934 tot 1945, met Kaaren Verne van 1945 tot 1950 en met Annemarie Brenning van 1953 tot zijn dood in 1964. Met Annemarie kreeg hij zijn enige kind, dochter Catharine.

Zijn dochter was bijna ontvoerd geweest door de Hillside Stranglers, twee vrouwenmoordenaars die eind jaren zeventig de heuvels rond Los Angeles onveilig maakten. Ze werd aangehouden door de twee, vermomd als politieagenten. Toen zij er achter kwamen dat ze de dochter van Peter Lorre was, lieten ze haar gaan. Pas na hun aanhouding kwam Catharine er achter wie zij waren.

Lorre in de populaire cultuur[bewerken]

Zijn nasale stemgeluid met Oostenrijks accent zijn regelmatig geïmiteerd in radioprogramma's en tekenfilmseries. Het bekendst zijn waarschijnlijk enkele Looney Tunes-filmpjes, waarin een op Lorre lijkend figuur optrad, vaak als een gekke geleerde of een gangster. Zijn stem werd in de films nagedaan door Mel Blanc. Ook was Lorre een inspiratie voor verscheidene personages uit zowel animatiefilms als computergames. Figuren die onder andere op Lorre zijn geïnspireerd zijn Ren uit The Ren & Stimpy Show,[1] Morocco Mole uit Secret Squirrel, Mr. Gruesome uit The Flintstones, Doctor N. Gin uit de Crash Bandicoot-serie en de hangende lamp uit The Brave Little Toaster. Meer recent was er in Tim Burtons Corpse Bride een made te zien met de stem en het gezicht van Lorre.

Verscheidene liedjes hebben Peter Lorre tot onderwerp, waaronder nummers van Al Steward in Year of the cat, Jazz Butcher Conspiracy en The World/Inferno Friendship Society.

Filmografie (selectie)[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Andy Meisler in The New York Times: TELEVISION; Ren and Stimpy's Triumphant Return (16 augustus 1992)