Peter Nikolajevitsj van Rusland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Peter Nikolajevitsj van Rusland

Peter Nikolajevitsj Romanov (Russisch: Пётр Николаевич Романов) (Sint-Petersburg, Rusland, 22 januari 1864Cap d’Antibes, 17 juni 1931), grootvorst van Rusland, was de zoon van grootvorst Nicolaas Nikolajevitsj van Rusland en diens echtgenote, grootvorstin Alexandra Petrovna.

Carrière[bewerken]

Peter had veel kwaliteiten, maar niet veel ambities. Bovendien had hij ernstige gezondheidsproblemen en leefde erg afgezonderd. Hij was aangesteld als inspecteur-generaal van de Militaire Ingenieurs, zijn broer Nicolaas Nikolajevitsj had een overeenkomstige baan bij de cavalerie. Net als alle andere grootvorsten diende Peter ook in het Russische leger als luitenant-generaal en adjudant-generaal.

Huwelijk en gezin[bewerken]

Hij trouwde op 26 juli 1889 in het paleis te Peterhof, Rusland, met prinses Militza van Montenegro, een dochter van Nicolaas I van Montenegro. Ze kregen uiteindelijk vier kinderen. De laatste twee kinderen waren een tweeling, één van de twee werd echter doodgeboren. Hun kinderen waren:

De prinsessen van Montenegro[bewerken]

Grootvorstin Militza en haar zus, grootvorstin Anastasia (de echtgenote van Nicolaas Nikolajevitsj), probeerden constant een discussie aan te wakkeren en diende vaak politieke voorstellen in. De tsaar hield de twee zussen echter op afstand. Ze probeerden een grote rol te krijgen in de politiek in de Balkan vanwege hun geboorteland Montenegro. Ze stuurden vaak brieven aan de tsaar met verzoeken om hun vader, Nicolaas van Montenegro, financieel te ondersteunen.

Militza en Anastasia hadden wel grote invloed op het sociale leven aan het Russische hof, al was iedereen wel huiverig voor de twee zussen die de bijnaam “het zwarte gevaar” hadden. Die naam hadden ze gekregen vanwege hun interesse in occulte zaken. Ze gingen regelmatig om het mystieke charlatans, die ze ook wel eens aan het hof introduceerden. Eén van hen was de gebedsgenezer Grigori Raspoetin. Felix Joesoepov omschreef Znamenska, het paleis van Peter en de grootvorstinnen, eens als “het centrale punt van de krachten van het kwaad”. En zo dachten er meer leden van de adel over hen. De douairière-tsarina Maria Fjodorovna, de moeder van de tsaar was er heilig van overtuigd dat het koppel met Raspoetin en anderen een complot smeedde om invloed te krijgen op tsarina Alexandra Fjodorovna. Alexandra zelf omschreef hen in 1914 echter als “de zwarte familie” en zei dat ze zich door hen gemanipuleerd voelde.

Tijdens de Russische Revolutie wist het paar Rusland te ontvluchten met Britse slagschip HMS Marlborough. Militza's zus en Peters broer, het echtpaar Nicolaas en Anastasia, waren ook aan boord van het schip, evenals vele andere familieleden. Ze vluchtten naar het zuiden van Frankrijk. Daar stierf grootvorst Peter te Cap d’Antibes op 17 juni 1931. Zijn vrouw stierf twintig jaar later in Alexandrië, Egypte.