Peter Paul Rubens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Peter Paul Rubens
Zelfportret
Zelfportret
Persoonsgegevens
Geboren Siegen, 28 juni 1577
Overleden Antwerpen, 30 mei 1640
Nationaliteit Zuid-Nederlander
Beroep(en) schilder, tekenaar, graficus, beeldhouwer, architect, diplomaat
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1597 tot 1640
Stijl(en) Barok
RKD-profiel
Coat of Arms of Peter Paul Rubens.svg
Wapen na vermeerdering door de Engelse koning
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Tenhemelopneming van de Goddelijke en Heilige Maagd Maria olieschets; een ontwerp voor een altaarstuk
Isabella Brant samen met haar echtgenoot Rubens
Hélène Fourment, tweede echtgenote van Rubens
Albrecht en Isabella, Rubens' mecenassen

Peter Paul Rubens (Siegen (Duitsland), 28 juni 1577Antwerpen, 30 mei 1640) was een Vlaamse barokschilder, tekenaar en diplomaat, werkzaam in Antwerpen. Hij werd ook wel Pieter Paul, Pieter Pauwel of Petrus Paulus genoemd. Rubens werd ook twee keer geadeld: in 1624 verhief Filips IV van Spanje hem aan het Spaanse hof tot de adel voor zijn diplomatieke missies in de Noordelijke Nederlanden, en in 1630 werd hij door Karel I van Engeland geridderd aan het Engelse hof in Whitehall.

Biografie[bewerken]

Rubens' vader Jan Rubens was advocaat en bekleedde van 1562 tot 1568 in Antwerpen een schepenambt. Zijn moeder was Maria Pypelinckx en kwam uit een vooraanstaande familie. In 1568 week het gezin uit naar Keulen omdat ze als Calvinisten in hun thuisland vervolging vreesden.[1] Nadat Peter Pauls vader werd aangesteld als juridisch adviseur van Anna van Saksen, de tweede vrouw van Willem van Oranje, verhuisde het gezin Rubens in 1570 naar Siegen waar haar hof gevestigd was. Jan Rubens had vervolgens een affaire met Anna van Saksen die tot een zwangerschap leidde. Jan Rubens werd hiervoor opgesloten en liep het risico ter dood veroordeeld te worden. Dankzij de smeekbeden van zijn vrouw kon Jan Rubens na twee jaar de gevangenis verlaten. Na zijn vrijlating werd Jan Rubens een tijd lang verboden het beroep van advocaat uit te oefenen. Dit legde een zware druk op het gezin die pas verlicht werd toen in 1577 het beroepsverbod werd opgegeven na de dood van Anna van Saksen. In deze moeilijke situatie werd in 1574 Philip Rubens geboren, gevolgd in 1577 door zijn broer Peter Paul. In 1578 verhuisde het gezin Rubens naar Keulen waar vader Jan Rubens in 1587 overleed. De weduwe Maria Pypelinckx keerde in 1590 met haar gezin terug naar Antwerpen, waar ze zich opnieuw tot het katholicisme bekeerde.[2]

Rubens en zijn oudere broer Philip Rubens kregen een humanistische opvoeding in Keulen, en daarna in Antwerpen. Ze studeerden aan de Latijnse school van Rombout Verdonck in Antwerpen, waar ze de Latijnse klassieken leerden kennen. In 1590 dienden de broers om financiële redenen hun scholing af te breken, meer bepaald om een bruidsschat te voorzien voor hun zuster Baldina. Peter Paul ging dan eerst als page dienen bij de hertogin Margaretha de Ligne-Arenberg, wiens schoonvader de gouverneur-generaal van de Spaanse Nederlanden was geweest. Hij wilde echter een artistieke opleiding volgen en zijn moeder zorgde er dus voor dat hij in de leer kon bij Tobias Verhaecht, die verre familie van haar was.[3]

Na een jaar bij Tobias Verhaecht in de leer te zijn geweest, studeerde hij twee jaar onder Adam van Noort om ten slotte zijn leer te beëindigen bij Otto van Veen (Otto Venius), een van de leidende schilders van Antwerpen. Hij werd in 1598 opgenomen als meester in het Antwerpse Sint-Lucasgilde.[3] Behalve een in 1597 gedateerd classicistisch portret, dat zich te New York bevindt, kent men alleen onzekere toeschrijvingen van jeugdwerk van voor 1600.

Op 9 mei 1600 vertrok hij naar Italië, waar hij beïnvloed werd door de kunst van de Oudheid. In Venetië trad hij, op uitnodiging van een Mantuaans edelman, in dienst van de hertog van Mantua, Vincenzo I Gonzaga tot 1608. In deze periode leerde hij veel van de werken van de kunstschilder Caravaggio kennen. In 1601 reisde hij naar Florence en Rome. Hij maakte er kennis met de Griekse en Romeinse kunst en kopieerde er werken van de Italiaanse meesters. In Rome schilderde hij zijn eerste altaarstuk voor het Santa Helena altaar in de kerk van het Heilig Kruis.

Van 1603 tot 1604 verbleef hij in Spanje. Hij ging er op diplomatieke missie in opdracht van de hertog van Mantua. Aan het hof van koning Filips III leverde hij verschillende geschenken. Hij beleefde er de confrontatie van de Spaanse kunst met de Venetiaanse werken van Titiaan in Madrid. In opdracht van de Hertog van Lerma schilderde hij de dertiendelige reeks der Apostelen en een Christusfiguur, alsook een schilderij van zijn opdrachtgever gezeten op zijn paard.

In oktober 1608 keerde hij terug naar de Spaanse Nederlanden en werd er benoemd als hofschilder van de aartshertogen Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje, in 1609. Hij bleef in Antwerpen wonen en trouwde er op 3 oktober van datzelfde jaar met Isabella Brant. In 1611 werd zijn eerste dochter geboren, Clara Serena, die jong overleed in 1623. In 1614 werd zijn zoon Albert geboren.

Als gevolg van het Twaalfjarig Bestand in de Nederlanden tijdens de periode 1609-1621 steeg de welvaart in Antwerpen, waardoor Rubens snel verschillende opdrachten kreeg. In 1610 richtte hij het grote pand aan de Wapper, dat nu nog altijd het Rubenshuis heet, in als atelier met een aantal knapen en leerjongens. De meester zelf schilderde vaak bij portretten alleen het gezicht en de handen; de rest was na een grove schets voor de knapen, zo kon de meester aan hoog tempo vele opdrachten aanvaarden. Afbeeldingen van dieren liet hij over aan Frans Snyders die in Rubens' atelier werkte, maar ook op zelfstandige basis opdrachten mocht aanvaarden. De productiviteit van de meester was verbazingwekkend. Rubens schilderde tussen 1621 en 1625 24 schilderijen voor het Palais du Luxembourg, zijn grootste opdracht ooit, die historisch-allegorisch de levensloop van koningin Maria de' Medici uitbeelden.

In 1626 overleed zijn vrouw Isabella Brant. Rubens genoot het volste vertrouwen van de landvoogdes Isabella en kreeg meerdere diplomatieke opdrachten en missies te verwerken. Aldus kwam hij weer in Spanje en Engeland terecht. De werken van Titiaan en de bewondering van de Hertog van Buckingham stimuleerden de kunstenaar.[bron?]

Hij was 53 jaar toen hij, terug uit Engeland, in 1630 hertrouwde met de 16-jarige Hélène Fourment. Zijn nieuw aangekochte landgoed Het Steen te Elewijt en het gelukkige gezinsleven op het platteland begunstigden zijn kunst als landschapsschilder. In 1632 werd zijn dochter Clara Johanna geboren, in 1633 zijn zoon Frans. In 1635 kreeg hij nog een dochter, Isabella Helena, en in datzelfde jaar kocht hij Kasteel Het Steen in Elewijt. In 1636 werd zijn zoon Peter Paul geboren.

Lijdend aan jicht stierf hij, in het Rubenshuis te Antwerpen, op 30 mei 1640. Hij ligt begraven in de Sint-Jacobskerk te Antwerpen. Boven zijn graf prijkt een beeld van Maria van de hand van zijn leerling Lucas Faydherbe (Faydherbe), Mechels beeldhouwer en architect en gedurende de laatste drie jaren van Rubens leven woonachtig en werkzaam in Rubens' atelier aan de Wapper, waar hij uitgroeide tot zijn vertrouweling.

Schilderstijl[bewerken]

De stijl van Rubens behoort tot de Antwerpse School uit de vroege 17e eeuw. Rubens' oeuvre wordt gekenmerkt door de triomfalistische contrareformatorische barok. Rubens is waarschijnlijk de belangrijkste vertegenwoordiger van de Vlaamse barok, alhoewel hij duidelijk een Italiaanse invloed onderging.[bron?] Sommige van zijn portretten hebben trekjes van het absolutisme, maar veel ex-voto's blijven toch trouw aan hun Vlaamse aard.

Rubens genoot een goede opleiding bij zijn leermeester en kende de knepen van het vak. Alles werd tot in detail voorbereid, veel studies en tekeningen getuigen hiervan. Uit de gedetailleerde schetsen die nog bewaard zijn gebleven kan worden geconcludeerd dat schilderijen in fasen werden afgewerkt. Zie ook: Olieschets

Werken[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van werken van Peter Paul Rubens voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zeer bekende werken van Rubens zijn:

Andere werken zijn onder andere:

  • Classicistisch portret, 1597
  • Medusa, circa 1617
  • De vereniging van Aarde en Water, circa 1618
  • De Roof der Sabijnse Maagden
  • Kindermoord van Bethlehem
  • Het Venusfeest
  • Het Oordeel van Paris
  • Kruisoprichting
  • Kruisafneming
  • Helena Fourment en haar kinderen
  • De Marteling van Sint-Jan
  • De marteling van de Heilige Livinus, circa 1635

De Kindermoord van Bethlehem werd in 2002 voor 76 miljoen dollar geveild en behoort daarmee tot de duurste schilderijen ter wereld.

Het hierboven getoonde schilderij van de allegorie van De Vereniging van Water en Aarde heeft een driehoekige compositie, die vooral wordt versterkt door de drie gezichten aan de bovenkant van het schilderij (de drie hoofden). De basis van de driehoek is echter breder dan het schilderij zelf. Deze wordt gevonden door vanaf het hoofd van de Aarde over de rug van de tijger naar beneden te gaan, en van de knie van Neptunus aan de andere kant.

Verder zijn er in het schilderij allerlei richtingen zichtbaar. De kijkrichtingen tussen de verschillende personen, de richting van de drietand, het stromende water naar beneden, en de omhoog klauterende tijger aan de linker kant. Verder is de Aarde afgebeeld als naakte Rubensvrouw, naar waarschijnlijk de mode van die tijd, relatief kleine borsten, maar verder goed gevuld met brede heupen. De mannen zijn gespierd, met daarbij de techniek van de verkorting toegepast om diepte en beweging in het schilderij te suggereren.

De meeste schilderijen werden vooraf gegaan door een kleine olieschets, zo had de meester een idee van de compositie en de kleuren.

Tussen 1610 en 1620 ontstaan de meesterstukken, die nog altijd in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwe kathedraal te bewonderen zijn: de twee drieluiken de Kruisoprichting en de Kruisafneming, met de opmerkelijke stijlwisseling. In 1626 schildert hij De Hemelvaart van Maria voor het hoogaltaar in de O.L.V.-kathedraal, zowel qua compositie als door de technische uitvoering ervan een uitermate gelukkige interpretatie van het thema. In 1612 schildert hij het schilderij de verrijzenis van Christus dat zich ook in de O.L.V.-Kathedraal in Antwerpen bevindt.

Uit de samenwerking met Jan Bruegel ontstaan kostbare kabinetstukken.

In Spanje laat hij het monumentale Ruiterportret van Hertog Lerma na en te Rome het altaarstuk van S. Maria de Vallicella een monument van de vroeg-barokke kunst.

In 1628 maakt hij zijn omvangrijkste altaarstuk De Madonna met Heiligen in de Antwerpse Augustijnenkerk.

In 1624 ontstaat het grote altaarstuk De Aanbidding der Koningen (Sint-Janskerk in Mechelen), een voorbeeld van barok pathos.

Na 1630 ontstaan nieuwe groepen en dwarrelende massa's in dramatische scènes: De Roof der Sabijnse Maagden, De Kindermoord, Het Venusfeest. Van de Spaanse koning Filips IV kreeg hij de opdracht tot het schilderen van Het Oordeel van Paris. Naast deze eerder allegorische taferelen creëert Rubens grandioze landschappen van een stralende glans en innerlijke bewogenheid.[bron?]

Musea met werken van Rubens[bewerken]

België en Nederland:

Buitenlandse musea:

In populaire cultuur[bewerken]

Dahliatableau op de Groenplaats in Antwerpen, naar een zelfportret van Rubens, gemaakt door corsobouwers van het bloemencorso in Zundert (Nederland)
  • Op de Groenplaats in Antwerpen staat sinds 1843 een standbeeld van Rubens, gebouwd door Willem Geefs. Rubens was hiermee de eerste Vlaming die een standbeeld kreeg.
  • De Antwerpse etalageschilder Rubbes heeft zijn pseudoniem aan hem ontleend.
  • In de Suske en Wiskealbums De raap van Rubens (1977) en De Krimson-crisis (1988) speelt Rubens een belangrijke rol. Ook in het album Het dreigende dinges (1985) speelt een schilderij van Rubens (Kruisafneming) een belangrijke rol.
  • Rubens eindigde in 2005 op nr. 9 in de Vlaamse versie van de verkiezing van De Grootste Belg en op nr. 21 in de Waalse versie.
  • In de stripreeks De Kiekeboes werkt Fanny in het album "Hotel O" in een hotel waar alle kamers naar schilders vernoemd zijn. De hoteleigenaar raadt de Dikke Dame de Rubenssuite aan. Een knipoogje naar het feit dat op Rubens' schilderijen vaak mollige vrouwen te zien zijn.
  • Als eerbetoon aan Rubens richtten corsobouwers van het bloemencorso in Zundert in juli 2007 een dahliatableau op gemaakt naar een zelfportret van Rubens. Het tableau mat 8 bij 8 meter en bevatte meer dan 30.000 dahlia's. In het corso van 2007 (in september) reed bovendien een wagen naar een ontwerp van Rubens mee: de Zegewagen van Kalloo.

Medewerkers en leerlingen[bewerken]

Medewerkers en leerlingen van Rubens

B

C

D

E

F

G

H

J

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

Y


Galerij[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Biografische details bij de Nouvelle Biographie Nationale
  2. Lamster, Mark Master of Shadows: The Secret Diplomatic Career of the Painter Peter Paul Rubens, Random House Incorporated, 2010, p. 40-58
  3. a b Lamster, Mark Master of Shadows: The Secret Diplomatic Career of the Painter Peter Paul Rubens, Random House Incorporated, 2010, p. 10-13

Externe links[bewerken]