Peter Sutcliffe
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Peter William Sutcliffe (Bingley, 2 juni 1946) is een Britse seriemoordenaar en sadist die tussen juli 1975 en januari 1981 tenminste dertien vrouwen, met name prostituees, verminkte en vermoordde. Hij werd bekend onder zijn bijnaam The Yorkshire Ripper, te danken aan het gebied in Engeland waar hij opereerde.
Sutcliffe verklaarde later dat hij zijn daden pleegde op bevel van God die vanuit een grafsteen tot hem sprak, nadat hij zijn motief in eerste instantie uitlegde als wraak op prostituees, omdat één van hen hem ooit voor £10 bedrogen had.
Inhoud |
[bewerk] Werkwijze
Sutcliffe hield er een keur aan methodes aan over om zijn lusten bot te vieren. Hij bewerkte zijn slachtoffers onder meer met messen, schroevendraaiers, verwurging, touw en een beugelzaag.
[bewerk] Slachtoffers
Slachtoffers (voor zover bekend) van Sutcliff:
- Wilma McCann (28) op 30 oktober 1975 - Vermoord met twee klappen van een hamer op haar achterhoofd en vervolgens veertien keer in borst en maag gestoken na overlijden.
- Emily Jackson (42) op 20 januari 1976 - Kreeg twee klappen met een hamer op haar achterhoofd, waarna Sutcliffe haar vijftig keer stak in de nek, buik en borsten. Haar rug was bewerkt met een schroevendraaier.
- Irene Richardson (28) op 5 februari 1977 - Drie keer op het achterhoofd geslagen met een hamer en een massa steekwonden in buik en borst.
- Patricia Atkinson (32) op 23 april 1977 - Vermoord met vier klappen van een hamer. Daarna zeven keer gestoken en snijwonden over de linkerkant van haar lichaam.
- Jayne MacDonald (16) op 26 juni 1977 - Vermoord volgens dezelfde modus operandi, maar het eerste slachtoffer dat geen prostituee was.
- Jean Jordan (21) op 1 oktober 1977 - Kreeg elf klappen met Sutcliffes hamer toen ze uit zijn auto stapte. Toen hij haar lichaam in de bosjes had gelegd, vluchtte hij vanwege een aankomende auto. Acht dagen later kwam Sutcliffe terug bij het onontdekte lijk en bewerkte het met een glasscherf. Jordans identiteit werd later vastgesteld aan de hand van vingerafdrukken, want haar gezicht was onherkenbaar.
- Yvonne Pearson (22) op 21 januari 1978 - Werd na Helen Rytka gevonden, maar bleek eerder dan haar vermoord. Net als bij Jordan was Sutcliffe nog teruggekomen naar het lijk om het onherkenbaarder te maken.
- Helen Rytka (18) op 31 januari 1978 - Geslagen met de hamer op haar achterhoofd, verminkt en verstopt onder een stapel hout.
- Vera Millward (41) op 16 mei 1978 - Verminkt gevonden door een tuinman op een hoop afval.
- Josephine Whitaker (19) op 4 april 1979 - Na MacDonald Sutcliffes tweede slachtoffer dat niet in de prostitutie werkte.
- Barbara Leach (20) op 2 september 1979 - Gevonden in een vuilnisvat onder een tapijt met acht messteken.
- Marguerite Walls (47) op 18 augustus 1980 - Werd oorspronkelijk niet aan Sutcliffe toegeschreven, omdat haar lichaam niet verminkt werd.
- Jacqueline Hill (20) op 17 november 1980 - Nadat ze was vermoord met een hamer, verminkte Sutcliffe haar waarbij hij onder meer haar oog uitstak.
Eerder viel hij al Anna Rogulskyj (34) aan in Keighly (5 juli 1975) en Olive Smelt (46) in Halifax (15 augustus 1975), maar zij ontkwamen beide levend.
[bewerk] Arrestatie
Sutcliffe werd op 2 januari 1981 gepakt toen politieagenten Robert Ring en Robert Hydes een vrouw een auto in zagen stappen. Ze gingen op onderzoek uit omdat ze dachten een arrestatie te kunnen maken voor prostitutie. Ze stonden de man in de auto op zijn verzoek nog wel toe om even te gaan plassen. Het nummerbord van de auto, met daarin prostituee Olivia Reivers en Sutcliffe, bleek valse nummerborden te hebben en het tweetal moest na Sutcliffes terugkomst mee naar het bureau.
Vanwege Sutcliffes bezoek in de auto en het feit dat hij ooit eens eerder ondervraagd bleek in verband met het onderzoek naar de Yorkshire Ripper, belden agenten op het bureau een speciaal team belast met dat onderzoek. Zij kwamen meteen om Sutcliffe te ondervragen. Agent Ring herinnerde zich dat Sutcliffe was gaan plassen toen ze het tweetal aantroffen en reed terug naar de plek waar hij dat gedaan had. Even later belde hij naar het bureau om te vertellen dat hij een hamer en een mes had gevonden. Bij huiszoeking bij Sutcliffe thuis werden vervolgens nog dertig andere wapens gevonden. De volgende morgen bekende hij de Yorkshire Ripper te zijn en in de daaropvolgende dagen gaf Sutcliffe uitgebreide verklaringen.
[bewerk] Straf, hier & nu
Sutcliffe werd na zijn arrestatie gediagnostiseerd met paranoïde schizofrenie. Dat verklaarden zowel onderzoekende artsen als conclusies uit handschriftanalyse. Hoewel een ontoerekeningsvatbaarheidsverklaring Sutcliffe goed uit zou komen, in verband met strafvermindering, werkten twee dingen tegen hem:
- een cipier had hem tegen zijn vrouw horen zeggen dat een dergelijk document hem aan een lage straf zou kunnen helpen.
- Sutcliffes vrouw Sonia dacht bij een zenuwinzinking in 1972 God's stem te horen, exact wat hij nu ook verklaarde.
Op 22 mei 1982 veroordeelde de rechter Sutcliffe tot een levenslange gevangenisstraf, die hij in Parkhurst Prison had uit moeten zitten. In 1983 werd hij overgeplaatst naar het zwaar beveiligde Broadmoor Mental Hospital, nadat een medegevangene hem 83 hechtingen in zijn gezicht bezorgde met een gebroken koffiekop. Sutcliffe zit daar op dezelfde afdeling als Kenneth Erskine, de Stockwell Strangler. Of Sutcliffe krankzinnig is of in zijn psychologische onderzoeken de artsen bedrogen heeft, is nooit opgehelderd.
[bewerk] In de media
- The Yorkshire Ripper - Roger Cross (1981, boek)
- Streetcleaner: The Yorkshire Ripper Case on Trial - is een feministische analyse van de zaak door Nicole Ward Jouve, gebaseerd op psychologie en sociologie (1988, boek)
- Wicked Beyond Belief: The Hunt for the Yorkshire Ripper - waarin onderzoeksjournalist Michael Bilton verslag doet (2003, boek)
[bewerk] Externe link
| Bronnen, noten en/of referenties: |

