Peter de Smet (striptekenaar)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Peter de Smet (?, 4 juli 1944 - Amsterdam, 6 januari 2003) was een Nederlands striptekenaar. Hij is vooral bekend door zijn strip De Generaal.

De Smet werkte in de jaren 60 als reclametekenaar. Na stage in Engeland (1964) gelopen te hebben ging hij werken in Amsterdam, Antwerpen en Brussel. Ondertussen tekende hij ook strips. Zijn eerste strip, De Generaal, verkocht hij, op aanraden van Bob De Moor in 1967 aan het blad Kuifje, dat de strip echter nooit zou publiceren. Een jaar later verscheen zijn ridderstrip Fulco korte tijd in 't Kapoentje. Na 21 afleveringen kwam er abrupt een einde aan deze strip wegens ziekte van de tekenaar. In de tussentijd bleef hij reclamewerk doen. Zijn carrière als striptekenaar kwam pas goed op gang in 1971, toen, op aanraden van striptekenaar Jan Kruis, het blad Pep later Eppo, De Generaal ging publiceren, een jaar later gevolgd door Joris PK, weer een ridderstrip. De Generaal zou De Smets grootste succes blijken. Andere strips van zijn hand zijn o.a. Viva Zapapa, Lodewijk en Otto, Olivier en Oscar. Naast zijn stripreeksen verzorgde De Smet illustraties voor het tijdschrift Kijk en de Rijam agenda. Peter was de oudste zoon van Eduard en Wil de Smet. Hij heeft een zuster (Emmie) en een broer (Martin). Eduard de Smet was directeur/eigenaar van reclamebureau Van Maanen samen met zijn compagnons Jan Icke en Cor Bandt. Peter heeft ook bij dit bureau gewerkt. Later is hij met zijn vrouw naar Brussel gegaan om daar als striptekenaar een bestaan op te bouwen. Peter en Bea kregen twee dochters. Ze hebben lang in Bergen (Noord-Holland) gewoond.

In 1985 ontving De Smet de Stripschapsprijs voor zijn gehele oeuvre.

Bij het overlijden van de Smet in 2003 zei Jan Kruis tegen het ANP: "Hij heeft zijn bijdrage geleverd aan de Nederlandse stripcultuur. Hij had een eigen stijl, hij nam zijn eigen, heel bijzondere plaats in, was redelijk uniek. De Generaal was echt iets geweldigs, die leuke formule van die korte verhaaltjes over een generaal die dan zelf vaak eindigde in het cachot."