Petrus Paschasius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Petrus Paschasius (Valencia, 1227 - Granada, 6 december 1300) was een geestelijke van de orde der Mercedariërs. Na zijn studies aan de universiteit van Parijs, werd hij kanunnik in de kathedraal van zijn geboortestad.

Kort daarop, in 1250, trad hij echter toe tot de orde der mercedariërs. Petrus werd leraar van Sancho, de zoon van koning Jacobus I van Aragón. Hij reisde vervolgens naar Rome en paus Bonifatius VIII benoemde hem in 1296 tot bisschop van Jaén, een bisdom dat toentertijd door de Moren bezet was. Toen hij later op weg was om zijn bisdom te bezoeken, werd hij aangevallen en door de Moren in gevangenschap naar Granada gebracht. Daar schreef hij in het Provençaals twee belangrijke apologetische werken, om de christelijke gevangenen argumenten aan te reiken tegen de bekeringssermoenen van joden en moslims. Daarnaast schreef hij nog een aantal andere geestelijke werken. Petrus Paschasius verdedigde de Onbevlekte Ontvangenis van Onze Lieve Vrouw in zijn boek, het Leven van Lazarus, geschreven in 1295, lang vóór enig ander westers theoloog.

Diverse keren stuurden zijn broeders losgeld om hem vrij te kopen, maar Petrus verkoos om hiermee andere gevangenen vrij te kopen. Op 6 december 1300 werd hij ten slotte in zijn kerker onthoofd, terwijl hij nog de kleren droeg waarmede hij de mis had opgedragen. Hij werd op de plaats van de gevangenis begraven.

In 1670 werd hij zalig verklaard door paus Clemens X. Zijn gedenkdag is op 6 december.