Petula Clark

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Petula Clark
Petula Clark (at stage door of Ed Sullivan Theater, October 1966).jpg
Algemene informatie
Volledige naam Petula Sally Olwen Clark
Geboren 15 november 1932
Land Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Werk
Jaren actief 1942-heden
Genre(s) Pop
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Petula Clark, CBE (Ewell (Surrey), 15 november 1932) is een Engelse zangeres, actrice en componist, meest bekend om haar populaire internationale hits uit de jaren 60. Met ongeveer 70 miljoen verkochte platen wereldwijd is ze de succesvolste Britse zangeres in de geschiedenis. Ze heeft ook de langste carrière in de hitparade, namelijk 51 jaar van "The Little Shoemaker" die in 1954 in de top 20 van het Verenigd Koninkrijk kwam tot haar cd L'essentiel - 20 Succès Inoubliables, die in 2005 in België in de albumhitparade kwam.

Biografie[bewerken]

Jonge leven[bewerken]

Ze werd geboren in Ewell, Surrey, haar vader was Engels en haar moeder kwam van Wales. Ze maakte haar radiodebuut in oktober 1942 toen ze met haar vader bij een uitzending van de BBC was om een bericht te sturen naar een oom die overzees gestationeerd was. De producer vroeg iemand om iets te zingen en Petula gaf zich op, het publiek in de studio was enthousiast en Petula maakte vervolgens zo’n 500 optredens in programma’s die gemaakt waren om de oorlogstroepen te entertainen. Clark toerde door het land met andere kinderster Julie Andrews en werd bekend als de Britse Shirley Temple en werd een mascotte voor zowel het Britse als het Amerikaanse leger.

Toen ze in 1944 optrad in de Royal Albert Hall werd ze ontdekt door filmregisseur Maurice Elvey die haar vroeg om weeskind te spelen in zijn oorlogsdrama Medal for the General. Er volgden nog verschillende films. Hoewel ze meestal in B-films speelde had ze toch de kans om samen te werken met Anthony Newley in Vice Versa (geregisseerd door Peter Ustinov) en Alec Guiness in The Card, die door velen als een klassieker beschouwd wordt.

In 1946 ging haar televisiecarrière van start op de BBC met de show Cabaret Cartoons. Hierna kreeg ze haar eigen namiddagserie die gewoon Petula Clark heette. In 1949 volgde nog Pet’s Parlour. In latere jaren toen ze al een gevierde zangeres was kreeg ze ook nog de series This is Petula Clark (1966) en The Sound of Petula (1972-74).

In de jaren 50 begon ze liedjes op te nemen en uit te brengen en scoorde in 1954 haar eerste hit in het Verenigd Koninkrijk. In de Verenigde Staten bracht ze in 1951 haar eerste lied uit (Tell Me Truly), maar het duurde dertien jaar vooraleer het Amerikaanse platenkopende publiek haar zou ontdekken.

Internationale faam[bewerken]

Petula werd in 1958 uitgenodigd om te zingen in het befaamde Olympia te Parijs. Daar ontmoette ze Claude Wolff, waar ze zich onmiddellijk toe aangetrokken voelde, en toen hij haar vroeg of ze bij platenmaatschappij Vogue Records wilde tekenen ging ze onmiddellijk akkoord. Haar eerste Franse opnames waren grote successen en in 1960 ging ze op tournee door Frankrijk en België met de Franse ster Sacha Distel, die een goede vriend van haar bleef tot zijn dood in 2004. Petula veroverde het hele continent door liedjes in het Duits, Frans, Italiaans en Spaans te zingen.

In juni 1961 trouwde ze met Claude, eerst voor de wet in Parijs en daarna voor de kerk in Engeland. Ze besloot naar Frankrijk te verhuizen waar ze al snel twee dochters kreeg, Barbara Michelle en Katherine Natalie, en later nog een zoon Patrick die in 1972 geboren werd.

Terwijl ze zich focuste op een nieuwe carrière in Frankrijk bleef ze ook hits hebben in haar thuisland. Het lied Sailor werd haar eerste nummer één hit in 1961, datzelfde jaar had ze nog hits daar met "Romeo" en "My Friend the Sea". Het volgende jaar had ze in Frankrijk dikke hits met "Ya Ya Twist" (een cover van een lied van Lee Dorsey) en "Chariot" (originele versie van "I will follow him"). De Duitse en Italiaanse versies van haar hits sloegen ook aan. Ze coverde ook enkele liedjes van Serge Gainsbourg en ook deze liedjes verkochten als zoete broodjes.

In 1963 en 1964 stortte haar carrière in. Componist Tony Hatch van Pye Records vloog naar Parijs met nieuwe materiaal maar Petula vond geen enkel lied goed. Wanhopig speelde hij enkele akkoorden van een nog niet voltooid lied dat geïnspireerd werd door zijn recente reis naar New York City en dat hij wilde voorleggen aan The Drifters. Nadat ze de muziek had gehoord, zei Clark dat als hij een tekst kon schrijven die even goed was als de melodie, zij het lied wel wilde opnemen als haar volgende single. Zo werd Downtown geboren.

Het Downtown tijdperk[bewerken]

Noch Clark, die in Frans Canada aan het optreden was toen het lied eerst uitgebracht werd, noch Hatch realiseerden de impact die het lied zou hebben op hun beider carrières. Downtown werd eind 1964 in vier verschillende talen uitgebracht en was een groot succes in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk (zowel Engelse als Franse versie), Nederland, Duitsland, Australië, Italië en zelfs Rhodesië, Japan en India. Tijdens een bezoek aan de Vogue kantoren in Parijs hoorde Joe Smith van Warner Brothers het lied en nam onmiddellijk de rechten op zich voor de distributie in de Verenigde Staten. Het lied haalde de nummer één plaats in januari 1965 en ging uiteindelijk drie miljoen keer over de toonbank in Amerika. Het was de eerste van vijftien opeenvolgende Top 40 hits die Clark in de VS scoorde waaronder: I know a place, My love, This is my song en Don’t sleep in the subway. Ze won twee Grammy Awards, "beste rock-'n-roll lied" voor Downtown en "beste vocale prestatie" voor I know a place. In 2003 werd Downtown verkozen tot de Grammy Hall of Fame.

Door het succes kwam ze ook geregeld op televisie in shows bij Ed Sullivan en Dean Martin.

In 1968 vroeg omroep NBC haar als gastvrouw in een special over haar. Petula schreef televisiegeschiedenis. Terwijl ze het zelfgeschreven anti-oorlogslied On the path of glory zong samen met Harry Belafonte raakte ze hem onschuldig aan op zijn arm, tot groot ongenoegen van een vertegenwoordiger van Chrysler. Dat bedrijf was de sponsor van de show en de man vreesde dat de aanraking de kijkers uit het Zuiden zou beledigen - in die tijd waren raciale conflicten nog steeds een heet hangijzer in de VS. Toen hij erop stond dat er een nieuwe opname gemaakt werd waarin Clark en Belafonte ver genoeg van elkaar afstonden, weigerden zij en haar man, die producer was, en zo werd de show met de aanraking erbij uitgezonden op 8 april 1968. Het 'incident' kreeg nationaal en internationaal media-aandacht.[1]

Ze nam nog twee specials op, waarvan eentje moest dienen als pilotaflevering voor een wekelijkse serie die de zender ABC wilde uitzenden maar dat aanbod sloeg ze uiteindelijk af omdat haar kinderen niet graag in Los Angeles woonden.

Eind jaren zestig speelde ze opnieuw in films mee, twee musicals: Finians Rainbow uit 1968 waarin ze met Fred Astaire speelde en waarvoor ze genomineerd werd bij de Golden Globes en Goodbye Mr. Chips uit 1969 samen met Peter O'Toole. Na dit ging haar carrière bergaf in Amerika, alhoewel ze nog nummers opnam en op televisie verscheen.

Post-Downtown tijdperk[bewerken]

In 1954 speelde Clark al mee in de theaterproductie The Constant Nymph maar het duurde tot 1981 vooraleer ze terugkeerde naar het theater toen ze de rol van Maria von Trapp op zich nam in de musical The Sound of Music. De musical was een immens succes en Clark werd door de echte Maria von Trapp bestempeld als de beste Maria ooit, de oorspronkelijke zes maanden werden uitgebreid naar dertien maanden om aan de grote vraag te kunnen voldoen.

Haar carrière is nog niet voorbij. In 1998 en 2002 maakte ze een grote tournee door het Verenigd Koninkrijk. In 2000 presenteerde ze in Montreal een onewomanshow die ze zelf geschreven had en die goed onthaald werd. Ze maakte nog tournees en er werd ook een dvd uitgebracht van een concert in de Olympia van Parijs uit 2003.

In 1998 werd Clark geridderd door Koningin Elizabeth II in de Orde van het Britse Rijk.

Filmografie[bewerken]

  • Medal for the General (1944)
  • Strawberry Roan (1945)
  • Murder in Reverse (1945)
  • I Know Where I'm Going! (1945)
  • Trouble at Townsend (1946)
  • London Town (1946)
  • Vice Versa (1948)
  • Easy Money (1948)
  • Here Come the Huggetts (1948)
  • Vote for Huggett (1949)
  • The Huggetts Abroad (1949)
  • Don't Ever Leave Me (1949)
  • The Romantic Age (1949)
  • Dance Hall (1950)
  • White Corridors (1951)
  • Madame Louise (1951)
  • The Card (1952)
  • Made in Heaven (1952)
  • The Runaway Bus (1954)
  • The Gay Dog (1954)
  • The Happiness of Three Women (1954)
  • Track the Man Down (1955)
  • That Woman Opposite (1957)
  • 6.5 Special (1958)
  • À Couteaux Tirés (1964)
  • Finian's Rainbow (1968)
  • Goodbye, Mr. Chips (1969)
  • Drôles de Zèbres (1977)
  • Never, Never Land (1980)
  • Sans Famille (1981 Franse miniserie)

Discografie[bewerken]

Albums in de hitparade van VK en VS[bewerken]

Ze bracht haar debuutalbum uit in 1956 maar geen enkele lp kwam in de hitparade voor 1965.

  • Downtown (1965) US #21
  • I Know A Place (1965) US #42
  • Petula Clark Sings The World's Greatest International Hits (1965) US #129
  • A Sign of the Times/My Love (1966) US #68
  • I Couldn't Live Without Your Love (1966) UK #11 / US #43
  • Petula Clark's Hit Parade (1967) UK #18
  • Colour My World/Who Am I (1967) US #49
  • These Are My Songs (1967) UK #38 / US #27
  • The Other Man's Grass Is Always Greener (1968) UK #37 / US #93
  • Petula (1968) US #51
  • Finian's Rainbow (1968) US #90
  • Petula Clark's Greatest Hits, Vol. 1 (1969) US #57
  • Portrait Of Petula (1969) US #37
  • Goodbye, Mr. Chips (1969) US #164
  • Just Pet (1969) US #176
  • Memphis (1970) US #198
  • Warm And Tender (1971) US #178
  • 20 All Time Greatest (1977) UK #18
  • The Ultimate Collection (2002) UK #18

Singles[bewerken]

Single(s) met eventuele hitnoteringen in
de Nederlandse Top 40
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Nederlandse Top 40[2]
Downtown 1964 1965 3 15
You're The One 1965 1965 30 8
My Love 1965 1966 13 9
This Is My Song 1967 1967 1 19
Kiss Me Goodbye 1968 1968 26 6
The Song Of My Life 1970 1971 30 4
Single Top 100[3]
With All My Heart 1957 1957 3 17
Alone (Why Must I Be Alone) 1957 1958 10 13
Sailor 1961 1961 16 1
Romeo 1961 1961 8 4
Monsieur 1962 1963 9 10
Downtown 1964 1965 4 7
My Love 1965 1966 11 7
This Is My Song 1967 1967 1 13
The Song Of My Life 1970 1971 23 2

Singles in de hitparade UK en VS[bewerken]

Alhoewel ze haar eerste single in 1949 maakte, scoorde ze pas in 1954 haar eerste hit.

  • 1954: "The Little Shoemaker" UK #7
  • 1955: "Majorca" UK #12
  • 1955: "Suddenly There's A Valley" UK #7
  • 1957: "With All My Heart" UK #4
  • 1957: "Alone (Why Must I Be Alone)" UK #8
  • 1958: "Baby Lover" UK #12
  • 1961: "Sailor" UK #1
  • 1961: "Something Missing" UK #44
  • 1961: "Romeo" UK #3
  • 1961: "My Friend The Sea" UK #7
  • 1962: "I'm Counting On You" UK #41
  • 1962: "Ya Ya Twist" UK #14
  • 1963: "Casanova/Chariot" UK #39
  • 1964: "Downtown" UK #2 / US #1 (Gold)
  • 1965: "I Know A Place" UK #17 / US #3
  • 1965: "You'd Better Come Home" UK #44 / US #22
  • 1965: "Round Every Corner" UK #43 / US #21
  • 1965: "You're The One" UK #
  • 1965: "My Love" UK #4 / US #1
  • 1966: "A Sign Of The Times" UK #49 / US #11
  • 1966: "I Couldn't Live Without Your Love" UK #6 / US #
  • 1966: "Who Am I" US #21
  • 1967: "Colour My World" UK #16 / US #16
  • 1967: "This is my song" UK #1 / US #3
  • 1967: "Don't Sleep In The Subway" UK #12 / US #5
  • 1967: "The Cat In The Window (The Bird In The Sky)" US #26
  • 1968: "The Other Man's Grass (Is Always Greener)" UK #20 / US #31
  • 1968: "Kiss Me Goodbye" UK #50 / US #15
  • 1968: "Don't Give Up" US #37
  • 1968: "American Boys" US #59
  • 1969: "Happy Heart" US #62
  • 1969: "Look At Mine" US #89
  • 1969: "No One Better Than You" US #93
  • 1971: "The Song Of My Life" UK #32
  • 1972: "I Don't Know How To Love Him" UK #47
  • 1972: "My guy" US #70
  • 1972: "The Wedding Song (There Is Love)" US #61
  • 1982: "Natural Love" US #66
  • 1988: "Downtown '88" UK #10

US Top 15 Adult comtemporary hits: "You'd Better Come Home" (#4), "My Love" (#4), "A Sign Of The Times" (#2), "I Couldn't Live Without Your Love" (#1), "Colour My World" (#10), "This is my song" (#2), "Don't Sleep In The Subway" (#1), "The Cat In The Window" (#9), "The Other Man's Grass" (#3), "Kiss Me Goodbye" (#2), "Don't Give Up" (#5), "Happy Heart" (#12), "Look At Mine" (#14), "My Guy" (#12), "The Wedding Song" (#9), "Loving arms" (#12, 1974)

Franse singles[bewerken]

Alle onderstaande liedjes bereikten de nummer één positie

  • "Romeo" (1961)
  • "Ya Ya Twist" (1962)
  • "Chariot" ("I Will Follow Him") (1962)
  • "Coeur Blesse" (1963)
  • "C'est Ma Chanson" ("This is my song") (1967)

Andere noemenswaardige nummers[bewerken]

  • "Put Your Shoes On Lucy" (1949)
  • "House in the Sky" (1949)
  • "I'll Always Love You" (1949)
  • "Clancy Lowered the Boom" (1949)
  • "You Go To My Head" (1950)
  • "Music! Music! Music!" (1950)
  • "You Are My True Love" (1950)
  • "Mariandl" (met Jimmy Young) (1951)
  • "Where Did My Snowman Go?" (1952)
  • "The Card" (1952)
  • "Christopher Robin At Buckingham Palace" (1953)
  • "Meet Me In Battersea Park" (1954)
  • "Suddenly There's A Valley" (1955)
  • "Another Door Opens" (1956)
  • "With All My Heart" (1957)
  • "Fibbin'" (1958)
  • "Devotion" (1958)
  • "Dear Daddy" (1959)
  • "Mama's Talkin' Soft" (1959), een lied dat geschrapt werd uit musical Gypsy: A Musical Fable
  • "Cinderella Jones" (1960)
  • "Marin" ("Sailor") (1961)
  • "Cœur blessé" (1963)
  • "Ceux qui ont un cœur" ("Anyone Who Had a Heart") (1964)
  • "Invece no" (1965)
  • "Dans le temps" ("Downtown") (1965)
  • "Sauve-moi" (1977)
  • "Mr. Orwell" (1984)
  • Blood Brothers (International Recording) (1995)
  • Songs from Sunset Boulevard (1996)
  • Here for You (1998)
  • The Ultimate Collection (2002)
  • Kaleidoscope (2003)
  • "Starting All Over Again" (2003)
  • Live at the Paris Olympia (2004)
  • "Driven by Emotion" (2005)
  • "Memphis" (2005)
  • "Together" (2006), duet met Andy Williams
  • "Thank You for Christmas" (2006)
  • "Simple Gifts" (2006)
  • Duets (2007)

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer(s) met noteringen
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13
Downtown 829 1551 1567 1219 684 1079 1142 1264 1431 1165 1448 1482 1455 1965 1939
This is my song 1779 - 1938 - - - - - - - - - - - -

Noten[bewerken]

  1. Petula Clark mocht hand niet op arm van Belafonte leggen, Leeuwarder Courant, 8 maart 1968, pag. 11
  2. Nederlandse Top 40 pagina voor Petula Clark Geraadpleegd op 2014-03-28
  3. Single Top 100 pagina voor Petula Clark Geraadpleegd op 2014-03-28

Externe links[bewerken]