Philip Blommaert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Philip Blommaert

Philippe Marie (Philip), Jonkheer Blommaert (Gent, 24 augustus 180914 augustus, 1871) was een Vlaamse schrijver actief binnen de Vlaamse Beweging en een persoonlijke vriend van Hendrik Conscience.

Zoals zijn vader en grootvader studeerde Blommaert eerst aan het Koninklijk Atheneum Voskenslaan en later Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Gent, waar hij eveneens promoveerde. Hij trouwde in 1842 met Theresia Charlotte Massez, een vrouw uit een behoede Gentse familie. Ze kregen twee kinderen: Karel Philip (1842) en Jean-Paul (1844).

Het grootste deel van zijn leven stond Blommaert als grondeigenaar ingeschreven, in 1860 als advocaat. Nochtans heeft hij nooit effectief als jurist gewerkt, wel als privéleraar.

Behalve tussen 1815 en 1838 (Heusden) woonde hij in de Gentse binnenstad. Hij was een tijdje gemeenteraadslid te Gent en provincieraadslid van Oost-Vlaanderen, maar politiek was evenmin zijn roeping.

Rijk geboren als hij was, kon hij zich volledig toeleggen op zijn literaire activiteiten en het verenigingsleven. Blommaert schreef vanaf 1833 enkele gedichten, maar vooral historische artikelen over literaire en vaderlandse geschiedenis. Daarnaast was hij uitgever van Middelnederlandse teksten en een liberaal en Vlaamsgezind denker.

Blommaert publiceerde in verschillende literaire tijdschriften waaronder Nederduitsche letteroefeningen (1833), Bydragen der Gazette van Gend voor letteren, kunst en wetenschappen (1836), Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands (1837), Kunst- en Letterblad (1840), Nederduitsch letterkundig jaarboekje (1843) en De Eendragt (1846).

Hij was mede-oprichter van verschillende verenigingen zoals de Maetschappy van Vlaemsche Letteroefening, De tael is gansch het volk (1836), Maetschappy der Vlaemsche Bibliophilen (1839), het Vlaemsch Gezelschap (1846), en het Willemsfonds (1851), en lid van vele andere.

Blommaert was een van de zeldzame edelen die de volkstaal sprak en verdedigde en daardoor een belangrijke figuur voor de Vlaamse Beweging. Hij publiceerde onder andere het pamflet Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael (1832) en was een van de indieners van het eerste Vlaams Petionnement (1840).

In 1860 werd hij lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten.

Bibliografie[bewerken]

(selectie)

  • Geschiedenis der nederduitsche dichtkunst in België In: Nederduitsche letteroefeningen 1834, p. 124-136.
  • Liederik de Buck, episch gedicht (1834)
  • Theophilus, Gedicht der XIVe eeuw, gevolgd door drie andere gedichten van hetzelfde tydvak (1836, herdrukt in 1858)
  • Ph. Blommaert (ed.), Der vrouwen heimelykheid, dichtwerk der XIVe eeuw. Gent z.j. [1843?]. Maetschappy der Vlaemsche Bibliophilen. Serie 2; no. 3.
  • Oudvlaemsche gedichten der XIIe, XIIIe en XIVe eeuwen (1838-1851, 3 delen)
  • Het beclach van Jonckheer Jan van Hembyse, dichtstuk der XVIe eeuw (1839)
  • Iwein van Aelst, historisch toneelstuk (1842)
  • Aloude geschiedenis der Belgen of Nederduitschers (1849)
  • Gedichten (1853)
  • De nederduitsche schryvers van Gent (1861)

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Deprez, A. (1998) “Blommaert, jonkheer Philip M”, Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1998, deel 1, pp. 515-516.
  • Deschamps, J (1966) “Blommaert, jonkheer Philip Marie”, Nationaal biografisch woordenboek, 1966, deel 2, pp. 63-68.
  • Hermans, D. (1976) “Philip Marie Blommaert”, Twintig eeuwen Vlaanderen, 1976, deel 13, pp. 299-302.
  • Klunder, N. (2003) “Een onverdroten werkman in den Vlaamschen wijngaard: Philip-Marie Blommaert (1808-1871)”, Der vaderen boek. Beoefenaren van de studie van de Middelnederlandse letterkunde, 2003, pp 37-48.
  • Valcke, L. (1999) “Twee stille en rijke, adellijke Gentse flaminganten: Philippe Blommaert en Jules de Saint-Genois”, Docendo discimus. Liber amicorum Romain Van Eenoo, 1999, pp. 615-627.