Philippe Bär

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Philippe Bär
Bisschop Philippe Bär (1982)
Bisschop Philippe Bär (1982)
Bisschop van de Katholieke Kerk
Wapen van een bisschop
Geboren 29 juli 1928
Plaats Manado
Wijdingen
Priester 26 juli 1959
Bisschop 20 maart 1982
Kerkelijke loopbaan
Huidige functie emeritus
Eerdere functies 1983-1993:
bisschop van Rotterdam
1982-1993:
ordinarius (legerbisschop) van het militair ordinariaat
1982-1983:
hulpbisschop van Rotterdam
Apostolische successie
Voorganger Bisschop van Rotterdam:
Ad Simonis
Aalmoezenier:
Johannes Willebrands
Opvolger Bisschop van Rotterdam:
Ad van Luyn
Aalmoezenier:
sedisvacatie (adm.: Jos Punt)
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Philippe Bär, OSB, kloosternaam van Ronald Philippe Bär, (Manado, 29 juli 1928) is een Nederlandse rooms-katholieke geestelijke. Van 19 oktober 1983 tot 13 maart 1993 was hij bisschop van het Bisdom Rotterdam en militair ordinarius (legerbisschop).

Levensloop[bewerken]

Bär werd geboren op Celebes (het huidige Sulawesi) in het toenmalige Nederlands-Indië in een Nederlands-hervormd gezin. Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog was hij, gescheiden van zijn ouders, geïnterneerd in een gevangenenkamp voor jongens.

Na de oorlog vertrok hij naar Nederland; hij studeerde (protestantse) theologie aan de Universiteit Utrecht en sloot zich korte tijd aan bij de oudkatholieke Kerk van Nederland en studeerde aan het oudkatholieke seminarie te Amersfoort. Daar was hij klasgenoot van Antonius Jan Glazemaker, de latere (van 1982 tot 1999) oudkatholieke aartsbisschop van Utrecht.

Benedictijner monnik[bewerken]

Vervolgens ging hij over naar de rooms-katholieke Kerk en trad in 1954 in in het Benedictijner klooster van Chevetogne in België met als kloosternaam Philippe. Zijn professie deed hij op op 29 december 1955. Hij werd in Chevetogne tot priester gewijd op 26 juli 1959. Vanaf zijn intrede tot op de dag van vandaag maakt hij als Benedictijner monnik deel uit van de kloostergemeenschap van Chevetogne, ondanks zijn jarenlange werkzaamheden in Nederland. In het klooster was hij onder meer een aantal jaren als 'econoom' belast met de financiële zorg voor de kloostergemeenschap en leidde hij het Byzantijnse koor van de monniken van Chevetogne.

De jaren daarna werkte hij in Nederland bij de strijdkrachten als luchtmachtaalmoezenier.

Bisschop[bewerken]

Op 15 februari 1982 werd hij benoemd tot hulpbisschop van bisschop Simonis in het bisdom Rotterdam; tot bisschop gewijd op 20 maart 1982 en daarbij tevens benoemd tot titulair bisschop van Leges. Als wapenspreuk koos hij Christo et Ecclesiæ - Voor Christus en de Kerk. Op 22 november van datzelfde jaar werd hij benoemd tot legerbisschop (hoofd van alle legeraalmoezeniers en de katholieke gemeenschap binnen de Nederlandse krijgsmacht). Toen mgr. Simonis het jaar daarop werd benoemd tot aartsbisschop van Utrecht volgde Philippe Bär hem op 19 oktober 1983 op als bisschop van Rotterdam.

Aftreden en emeritaat[bewerken]

Geheel onverwacht en om nooit openbaar gemaakte redenen keerde hij begin maart 1993 terug naar zijn klooster in Chevetogne. Hij trad op 13 maart 1993 af als bisschop van Rotterdam en als legerbisschop en werd in het bisdom Rotterdam opgevolgd door Monseigneur Ad van Luyn. Omdat de achtergrond van dit aftreden volledig onbekend was en bleef, werd er aanvankelijk veel gespeculeerd over deze door de media zo genoemde "Affaire Bär".

Sinds 1993 reist monseigneur Bär vanuit het klooster van Chevetogne zeer frequent naar Nederland voor het leiden van eucharistievieringen, huwelijkssluitingen en begrafenisdiensten in diverse parochies en was hij de eerste jaren na zijn vertrek uit Rotterdam een graag geziene gast bij de Nederlandse media.

In december 2011 verscheen het onderzoeksrapport van de commissie Deetman over Seksueel misbruik van minderjarigen binnen de Rooms-katholieke kerk. Dit rapport beschrijft in bevinding 13a (pagina 274) dat in het bisdom Rotterdam in de jaren tachtig, dus onder het bewind van Bär, tegen de adviezen van de toenmalige selectiecommissie in, mannen werden toegelaten tot de priesterwijding die daar niet geschikt voor werden geacht en van wie een aantal zich aan misbruik van minderjarigen heeft schuldig gemaakt. Terwijl naar buiten werd volgehouden dat strenge maatregelen werden getroffen, volgde in werkelijkheid op hun misdrijven en misdragingen geen enkele vorm van correctie of voorzorgsmaatregel om herhaling te voorkomen. Bär reageerde tamelijk luchtig op de (voorwaardelijke) strafrechtelijke veroordeling van een van deze priesters. Onder Bär zijn afdoende maatregelen uitgebleven. Priesters die in Rotterdam niet meer konden worden gehandhaafd werden in andere bisdommen tewerkgesteld, waarbij de risico's van dit doorschuiven schromelijk werden onderschat, wat ten koste kon gaan van de fysieke en mentale integriteit van minderjarigen die met zulke priesters in aanraking kwamen. Hiermee wordt de vraag opgeroepen of Bär destijds wel in staat was om zijn bestuurlijke verantwoordelijkheden waar te maken. De onderzoekscommissie (de commissie Deetman) is geneigd die vraag ontkennend te beantwoorden.

Wetenswaardigheden[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Langs wegen van barmhartigheid. Gesprekken met bisschop Bär, Daphne Schmelzer e.a. 1996, ISBN 9789040098130

Externe link[bewerken]

Noten[bewerken]