Flogiston

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Phlogiston)
Ga naar: navigatie, zoeken

De flogistontheorie is een thans niet meer aanvaarde 17e eeuwse hypothese over de achtergrond van verbranding.

De theorie, opgesteld door de Duitse arts Georg Ernst Stahl (1660-1734), stelde dat alle brandbare materialen flogiston bevatten, een substantie zonder kleur, geur, smaak of gewicht, die de eigenschap van hitte in zich droeg. Flogiston zou uit het materiaal vrijgemaakt worden door verbranding. Overigens gebruikte voor hem Johann Joachim Becher (1635-1681) het woord flogiston al als karakteristiek voor brandbare en zwarte aarde.

Aanwijzingen voor deze theorie: Wanneer kwik wordt verwarmd tot juist onder 500°C ontstaat een rood gekleurde substantie die men "per se" noemde omdat de neerslag "uit zichzelf" ontstond. Men geloofde dat per se kwik zonder flogiston was (per se + flogiston = kwik). Toen Joseph Priestley de rode stof verwarmde boven de 500 °C in het luchtledige, kwam een gas (air vital) vrij dat kaarsen langer deed branden, en muizen langer liet overleven in een afgesloten kamer; gedeflogistonneerde lucht.

Weerlegging[bewerken]

De flogistontheorie werd uiteindelijk ontkracht door Antoine Lavoisier aan de hand van de beschrijving van de wet van behoud van massa: de gecondenseerde rode substantie woog meer dan het oorspronkelijke kwik. Dit werd verklaard door de opname van het door Joseph Priestley ontdekte gas air vital. In feite ging het hier dus om Hg (kwik) dat met O2 (air vital; zuurstof) reageert onder 500 °C (2 Hg(l) + O2(g) → 2 HgO(s)), en dit boven de 500 °C weer afgeeft (ontleding van kwikoxide, 2 HgO(s) → 2 Hg(l) + O2(g)).

Trivia[bewerken]

Flogiston was ook een televisieprogramma gepresenteerd door Wim T. Schippers.

Zie ook[bewerken]

Warmtestof