Phonogram Records

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Phonogram was een van oorsprong Nederlandse verkoopmaatschappij die verantwoordelijk was voor de promotie en distributie van muziekuitgaven. Het was eigendom van de N.V. Philips Phonografische Industrie (PPI), dat een onderdeel was van Philips.

Inhoud

Geschiedenis [bewerken]

Oorsprong [bewerken]

Phonogram werd in 1953 door Philips Phonografische Industrie opgericht als NV Phonogram[1][2]. In het begin was Phonogram, net als PPI, gevestigd in Baarn, maar al snel verhuisde men naar Amsterdam [3].

Uitbreiding [bewerken]

Sinds het begin in 1953 breidde Phonogram zich langzaam maar zeker uit over de hele wereld. In verschillende landen richtte Philips nieuwe Phonogram bedrijven op, bijvoorbeeld in Noorwegen. Daarnaast breidde het aantal labels uit. In eerste instantie was Phonogram verantwoordelijk voor drie labels: het huismerk Philips, en Decca en London. De laatste twee vanwege het samenwerkingsverband dat Philips sinds 1947 had met Decca (De Waarheid, 6 Sept. 1947). Hier kwam in 1957 Fontana bij (Billboard, 9 Mar 1957, p. 22). Nadat Philips de distributierechten van het Amerikaanse Columbia label verloor, nam het in 1961 het Amerikaanse Mercury Record Corporation over. Hierdoor werd het Mercury label ook aan de Phonogram stal toegevoegd. Later kwamen Vertigo en United Artists hierbij.

In 1962 ging Philips een samenwerkingsverband aan met Siemens & Halske. Siemens & Halske was eigenaar van Deutsche Grammophon en Polydor, twee belangrijke Duitse labels label in die tijd. Tien jaar later leidt die samenwerking tot de oprichting van Polygram. Dat is ook het moment dat Philips Phonografische Industrie een nieuwe naam krijgt: Phonogram International. Phonogram International werd de moedermaatschappij van Philips' wereldwijde muziekactiviteiten.

Als in 1978 de gloednieuwe Wisseloord studio's geopend worden[4], verhuisd het Nederlandse Phonogram van Amsterdam naar Hilversum. In 1980 krijgen ze daar de Nederlandse afdeling van Polydor als 'buren'. Dat leidde soms tot opvallende zaken: zo werd de Nederlandse band Earth & Fire in 1979 door Polydor aan de kant gezet, waarna de groep letterlijk één deur verder een nieuw contract kreeg bij Phonogram.

Einde van Phonogram [bewerken]

In 1987 kwam Phonogram weer volledig in het bezit van Philips, dat Siemens uitkocht. Om de activiteiten van het bedrijf wereldwijd te stroomlijnen, werd geprobeerd om de naam Phonogram als merk te registreren. Het Benelux Merken Bureau weigerde echter de registratie, omdat ze de naam te algemeen vonden. Daarna besloot Polygram vanaf 1995 de naam van verkoopmaatschappijen die toen nog Phonogram heetten, te veranderen naar Mercury Records. Daarmee verdween de naam Phonogram uit de muziekwereld.

Genres en artiesten [bewerken]

Klassieke muziek [bewerken]

De eigen, Nederlandse opnamen werden uitgebracht op het nieuwe Philipslabel. De eerste klassieke opnamen op dit label werden in december 1950 gemaakt van het Residentie Orkest o.l.v. Willem van Otterloo: Haydns Oxford Symphony en de Peer Gynt Suites van Grieg. Omdat Philips Phonographische Industrie niet over eigen studio's beschikte, vonden deze opnamen plaats in het Concertgebouw in Amsterdam. Het Concertgebouworkest nam in 1951 onder leiding van Paul van Kempen Tchaikosky's vijfde en zesde symfonie op.

Sindsdien hebben Philips en zijn opvolgers een grote naam opgebouwd met het klassieke repertoire. Tegenwoordig worden de klassieke opnamen van voorheen Philips uitgebracht op het label Decca Classics, als onderdeel van de Universal Music Group.

Populaire muziek [bewerken]

Vanaf medio jaren 50 werd het aandeel van populaire muziek bij Philips steeds groter. Bekende artiesten uit die tijd die onder contract stonden bij de platenmaatschappij waren onder meer Zwarte Riek, Annie de Reuver en Willy Alberti.

In de jaren '60 was de tienermuziek in opkomst en Phonogram had al snel een stevige vinger in de pap in dit nieuwe genre.

In Nederland had Phonogram veel succes met artiesten als Rob de Nijs, Johnny Lion, Anneke Grönloh en Willeke Alberti. Populaire muziek werd vooral opgenomen in de inmiddels verdwenen studio aan de Honingstraat in Hilversum. Drijvende krachten achter de populaire muziek waren in die tijd Gerrit den Braber en orkestleider-arrangeur Jack Bulterman.

Ook op het gebied van het cabaret was Phonogram met Rine Geveke zeer succesvol met platen van onder anderen Wim Sonneveld en Wim Kan.

De komst van de beatmuziek bezorgde Phonogram veel singleverkopen van Britse beatgroepen als The Rolling Stones, Them en The Who. Ook op het gebied van de Nederbiet was de platenmaatschappij zeer succesvol met onder meer Cuby + Blizzards, Q'65 en Het. Een van de grootste talenten die halverwege de jaren 60 opkwam, was Boudewijn de Groot, wiens platen uitkwamen op het Decca-label.


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Kleinhout, GWH 2006, 'Jazz als probleem. Receptie en acceptatie van de jazz in de wederopbouwperiode van Nederland 1945-1952', proefschrift, Universiteit van Utrecht
  2. Knipschild, H n.b., 22 - Vader en zoon: Nico en Pieter Boer, bekeken 4 mei 2013 [1]
  3. De Tijd, 16 Sept. 1953, p. 3
  4. Leeuwarder Courant, 16 Jan. 1978, p. 2