Phytophthora

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Phytophthora
afsterving door Phythpthora
afsterving door Phythpthora
Taxonomische indeling
Rijk: Protista
Stam: Heterokontophyta
Klasse: Oomycetes
Orde: Pythiales
Familie: Pythiaceae
Geslacht
Phytophthora
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Phytophthora is een geslacht van plantenziektenveroorzakende organismen, die behoren tot de Oomycetes (waterschimmels). Oömyceten lijken erg op schimmels maar zijn het niet, daarom worden ze wel pseudo-schimmels genoemd. Heinrich Anton de Bary heeft in 1875 het geslacht voor het eerst beschreven. Het woord phytophthora is afkomstig van het Griekse phytón, “plant” en phthorá, “destructie”: “de plantvernietiger”.

Ziekteverwekkers[bewerken]

Phytophthora's zijn meestal ziekteverwekkers (pathogenen) van tweezaadlobbige planten en zijn vrij waardplant specifiek. De aardappelziekte is een van de belangrijkste ziekten.

Onderzoekingsresultaten sinds 1990 laten zien dat uit Azië geïmporteerde agressieve Phytophthora-soorten een belangrijke oorzaak zijn van bossterfte. [1].

Levenscyclus[bewerken]

Phytophthora's planten zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voort. Sporangia, zoösporen, en chlamydosporen zijn ongeslachtelijke en oösporen geslachtelijke voortplantingsorganen.

Levenscyclus van Phytophthora
Phytophthora voortplantingsorganen: A: sporangium. B: zoöspore. C: chlamydospore. D: oöspore.

Levenscyclus aardappelziekte[bewerken]

De aardappelziekte (Phytophthora infestans) overwintert gewoonlijk in besmette knollen die achterblijven op het land. Uit de geïnfecteerde knollen ontwikkelen zich planten die de ongeslachtelijke sporen (sporangia en zoösporen) opleveren. Uit deze sporen kunnen nieuwe infecties ontstaan als het gewas tenminste gedurende vier à acht uur nat blijft, de zogenaamde bladnat-periode, bij een relatieve luchtvochtigheid van meer dan 95%. Na infectie ontstaan bij een temperatuur van 12-24 graden Celsius binnen enkele dagen met het oog waarneembare symptomen op bladeren en stengels. Na binnendringing van de oömyceet in de plant duurt het 3 tot 5 dagen voordat er nieuwe sporen gevormd worden.

Tot de jaren tachtig was in Europa alleen het zogenaamde A1 type aanwezig. Door de introductie van nieuwe A1 en A2 paringstypen in Europa is nu ook de geslachtelijke fase met oösporen aanwezig, die in tegenstelling tot de sporangia en zoösporen gedurende een lange periode buiten de waardplant in leven blijven en minstens drie jaar in de grond overleven. De zoösporen spelen waarschijnlijk pas later in het seizoen (eind juni - begin juli) een rol. Bij de paring van een hyfe van het type A1 met een hyfe van het type A2 worden een oögonium en een antheridium gevormd, waaruit de oöspore ontstaat. Deze eicel wordt binnen een gametangium door een spermatozoïde bevrucht. Uit de oösporen ontstaan sporangia en zoösporangia. De zoösporangia vormen tenslotte de zoösporen.

Overeenkomsten met schimmels[bewerken]

Phytophthora's zijn geen schimmels en behoren tot een ander rijk dan de schimmels, nl. Stramenopila (oude naam Chromista). Het is een goed voorbeeld van convergente evolutie: Phytophthora lijkt morfologisch gezien zeer veel op de echte Fungi, maar de evolutie is sterk verschillend. Terwijl de schimmelcelwand primair uit chitine is opgebouwd bestaan stramenopilecellen voornamelijk uit cellulose. Zowel de ploïdieniveaus als de biochemische processen zijn tussen de twee rijken verschillend.

Soorten[bewerken]

Hieronder een selectie van de belangrijkste Phytophthora-soorten:


Referenties[bewerken]

  1. "Phytophthora: Asiatischer Pilz lässt die Bäume sterben" Süddeutschen Zeitung 11 May 2005
  2. "APHIS List of Regulated Hosts and Plants Associated with Phytophthora ramorum" U.S. Animal and Plant Health Inspection Services;

Externe links[bewerken]