Phytosauria

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Phytosauria
Fossiel voorkomen: Carnien-Norien
(~ 225 - 210 Ma)
Smilosuchus gregorii uit het Petrified Forest National Park, Arizona (USA)
Smilosuchus gregorii uit het Petrified Forest National Park, Arizona (USA)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde
Phytosauria
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De Phytosauria zijn een orde van uitgestorven op krokodillen lijkende reptielen uit het Trias (Carnien tot Norien), behorend tot de Crurotarsi. De soorten uit deze orde werden twee tot twaalf meter lang, met een gemiddelde lengte van drie tot vier meter. Het waren semi-aquatische roofdieren die wijdverspreid waren over de prehistorische wereld van Pangaea: fossielen zijn gevonden in het huidige Europa, Noord-Amerika, India, Marokko, Thailand en Madagaskar, die toen alle van één supercontinent deel uitmaakten.

Taxonomie[bewerken]

De naam werd voor het eerst gebruikt door Hermann von Meyer in 1861 en is afgeleid van het geslacht Phytosaurus: "plantreptiel". Het dier werd abusievelijk voor een herbivoor aangezien. De eerste definitie als klade was uit 1995 door Sues: de laatste gemeenschappelijke voorouder van Paleorhinus en de Phytosauridae en al zijn afstammelingen. In die vorm is het een synoniem van de klade Parasuchia. Paul Sereno maakte er daarom in 2005 een stamklade van: de groep bestaande uit Rutiodon carolinensis (Emmons 1856), en alle soorten nauwer verwant aan Rutiodon dan aan Aetosaurus ferratus (Fraas 1877), Rauisuchus tiradentes (Von Huene 1942), Prestosuchus chiniquensis (Von Huene 1942), Ornithosuchus woodwardi (Newton 1894) en de nijlkrokodil Crocodylus niloticus (Laurenti 1768).

Verschillen met krokodillen[bewerken]

Phytosauriërs zijn vrij nauw aan de krokodillen verwant. Men neemt echter aan dat de grote uiterlijke overeenkomst met de huidige krokodillen een gevolg is van convergente evolutie: hun gemeenschappelijke voorouder was vermoedelijk een vrij klein dier dat op het land leefde. Hoewel er een grote overeenkomst is wat betreft uiterlijk en leefwijze, zijn er toch een aantal duidelijke verschillen tussen de phytosauriërs en de echte krokodillen. In de eerste plaats is de enkelstructuur bij phytosauriërs veel primitiever dan bij krokodillen. Daarnaast ontbreekt het benige secundaire gehemelte dat krokodillen in staat stelt te ademen wanneer hun bek vol water zit. Het is echter wel mogelijk dat phytosauriërs een vlezig secundair gehemelte hadden. Ook bevinden de neusgaten zich bij phytosauriërs boven de ogen, terwijl de neusgaten zich bij krokodillen aan het eind van de snuit bevinden. Tenslotte hadden de phytosauriërs een ander soort pantser dan de krokodillen.

Drie typen phytosauriërs[bewerken]

De phytosauriërs zijn op basis van hun schedel in drie typen onder te verdelen. Deze indeling berust puur op morfologie en heeft geen evolutionaire basis.

Dolichorostraal type: Dit type phytosauriërs hadden een lange, slanke snuit met een groot aantal scherpe tanden. Het waren viseters. Voorbeelden zijn Paleorhinus, Rutiodon en Mystriosuchus.

Brachyrostraal type: Dit type phytosauriërs hadden een massieve, brede snuit met krachtige kaken. De tanden waren aangepast om grote prooidieren te grijpen en in stukken te scheuren. Voorbeelden zijn Nicrosaurus en Smilosuchus.

Altirostraal type: Dit type phytosauriërs zaten wat betreft hun morfologie in tussen het dolichorostrale en brachyrostrale type. Het waren soorten met een meer gegeneraliseerd voedselpatroon. Voorbeelden zijn Angistorhinus en Pseudopalatus.