Pianoconcert nr. 21 (Mozart)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pianoconcert nr. 21
Componist Wolfgang Amadeus Mozart
Soort compositie Pianoconcert
Toonsoort C majeur
Andere aanduiding KV 467
Gecomponeerd in 1785
Vorige werk Davidde penitente KV 469
Volgende werk "Lied zur Gesellenreise" KV 468
Oeuvre Oeuvre van Wolfgang Amadeus Mozart
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Pianoconcert nr. 21 in C majeur, KV 467, is een pianoconcert van Wolfgang Amadeus Mozart. Hij voltooide het werk op 9 maart 1785. Vier weken nadat hij het concerto in d mineur voltooide.

Orkestratie[bewerken]

Het pianoconcert is geschreven voor:

Onderdelen[bewerken]

Het pianoconcert bestaat uit drie delen:

  1. Allegro maestoso
  2. Andante
  3. Allegro vivace assai

De ouverture begint rustig in marsvorm, maar beweegt al snel naar een meer lyrische melodie afgewisseld met een fanfare in de blazers. De muziek neemt abrupt toe in volume en de violen nemen de belangrijkste melodie op boven het marsthema, dat nu gespeeld wordt in de koperblazers. Dit hartverwarmende thema gaat over in een kort, rustiger intermezzo dat zich onderscheidt door een zuchtend motief in de koperblazers. Het marsthema keert terug en gaat uiteindelijk over in de entree van de solist. De solist speelt een korte Eingang(een soort van verkorte Cadens) die oplost in een triller op de dominant sol, terwijl de strijkers de mars spelen in C majeur.

De piano voert vervolgens nieuw materiaal toe in C majeur en begint de overgang te maken naar de dominante toonsoort G majeur. Onmiddellijk na de orkestrale cadens wordt uiteindelijk de komst van de dominant aangekondigd. De muziek verschuift abrupt naar g mineur, in een passage die doet denken aan het hoofdthema van Symfonie nr. 40 in die toonaard. Daarna is er een reeks van stijgende en dalende chromatische toonladders en dan de overgang naar het tweede thema van het stuk. Een spetterend thema in G majeur dat Mozart eerder al gebruikte in zijn Derde Hoorn Concerto. De gebruikelijke ontwikkeling en resumé volgt. Er is een cadens op het einde van het mouvement, hoewel het origineel van Mozart verloren is gegaan.

Het beroemde andante bestaat uit drie delen. De ouverture is alleen voor orkest. De eerste violen spelen een dromerige melodie boven de begeleiding die bestaat uit de tweede violen en de altviolen die herhaalde triolen spelen en de cello en contrabas die pizzicato arpeggio's spelen. Al het belangrijke melodische materiaal uit dit mouvement is vervat in deze ouverture. Zowel in F majeur en f mineur. Het tweede deel leidt de solo van de piano in en begint in F majeur. Het is geen letterlijke herhaling, hoewel al na de eerste paar zinnen nieuw materiaal wordt toegevoegd in gedurfde toonaarden, waarna vertrouwd materiaal terugkeert. De muziek staat nu in de dominante sleutels van c mineur en C majeur. Meer nieuw materiaal wordt toegevoegd, dat de overgang vormt naar het derde deel van het mouvement. Het derde deel begint opnieuw met de dromerige melodie, maar nu in A majeur. In de loop van dit laatste gedeelte baant de muziek zich een weg terug naar de tonica sleutels van f mineur en vervolgens F majeur. Een korte coda besluit het mouvement.

Het uiteindelijke rondo deel begint met het volledige orkest en omhelst een vrolijk thema. Na een korte cadens doet de piano mee, die verder uitweidt. Er is een duidelijk "vraag en antwoord" gebeuren, met de piano en het ensemble die de delen vloeiend afwisselen. De solist speelt toonladders en arpeggio's evenals een korte cadens die terugleidt naar het hoofdthema. Het hoofdthema verschijnt nog een allerlaatste keer en leidt tot een stormloop van opwaartse toonladders en eindigt op een triomfantelijke noot.

Opnames[bewerken]

Het werk werd tal van keren opgenomen door vele beroemde pianisten, waaronder: Geza Anda, Piotr Anderszewski, Vladimir Ashkenazy, Daniel Barenboim, Malcolm Bilson, Alfred Brendel, Robert Casadesus, Annie Fischer, Friedrich Gulda, Stephen Hough, Keith Jarrett, Wilhelm Kempff, Walter Klien, Alicia de Larrocha, Rosina Lhevinne, Dinu Lipatti, Radu Lupu, Murray Perahia, Maria João Pires, Maurizio Pollini, Arthur Rubinstein, Fazil Say, Andras Schiff, Artur Schnabel, Rudolf Serkin, Howard Shelley, Mitsuko Uchida en Christian Zacharias.

Externe link[bewerken]