Pica (gedrag)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pica (gedrag)
Maaginhoud van een persoon met de aandoening pica
Maaginhoud van een persoon met de aandoening pica
ICD-10 F50.8, F98.3
ICD-9 307.52
DiseasesDB 29704
eMedicine ped/1798
MeSH D010842
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De medische term pica staat voor de zucht naar het consumeren van niet-eetbare dingen, zoals aarde, haar, steentjes, munten of verfschilfers die van houtwerk worden gepeuterd. Ook het eten van grote hoeveelheden onbewerkt, ongekookt of rauw voedsel wordt als pica gezien, bijvoorbeeld rauwe eieren, rauwe aardappelen, ijs, ongekookte rijst, meel, zout, suiker enz. De patiënten vertonen geen afkeer van gewoon voedsel.

Etymologie[bewerken]

De naam pica komt van de Latijnse naam van de ekster (Pica pica), een vogel die ook bijna alles eet.

Oorzaken[bewerken]

Een eenduidige oorzaak voor pica is nog niet aangetoond. Een hypothese stelt dat dit vaker voorkomt bij ijzeranemie (ferriprieve anemie). Het eten van bepaalde ijzerrijke grondsoorten zou dan gebeuren in functie van lichamelijke behoeften.

Een verhoogd risico voor Pica wordt geassocieerd met armoede, verwaarlozing, gebrek aan ouderlijk gezag en een vertraagde ontwikkeling. In een ontwikkelingsfase, bij jonge kinderen bekend als de orale fase, is het normaal om allerlei dingen in de mond te stoppen. Ook bij vele vormen van mentale retardatie ziet men dit gedrag.

Binnen sommige Afrikaanse volkeren bestaat verder een culterele traditie een bepaald soort klei te eten. Men vermoedt dat deze klei eventuele schadelijke alkaloiden uit hun voedsel kan inkapselen en afvoeren, als een soort chelatietherapie.

Voorkomen[bewerken]

Pica komt waarschijnlijk onder alle lagen van de bevolking en alle leeftijden voor. (Kleine) kinderen, zwangere vrouwen en personen die lijden aan een mentale retardatie zijn hoogstwaarschijnlijk extra gevoelig voor pica. Er wordt eveneens vermoed dat pica in ontwikkelingslanden vaker voorkomt dan in ontwikkelde landen. Cultuur en vooral ook ondervoeding zouden hier een rol spelen. Hieronder volgt een aantal schattingen voor specifieke groepen:

  • 8,1 % bij zwangere Afro-Amerikaanse vrouwen;
  • 8,6 % bij zwangere Saoedische vrouwen;
  • Respectievelijk 21,8 % en 25,8 % bij twee groepen bewoners van verzorgingstehuizen voor personen met een mentale retardatie;
  • Respectievelijk 63,7 % en 74 % bij twee Afrikaanse populaties.

Ook dieren, met name honden, kunnen pica vertonen.

Voorbeelden[bewerken]

De volgende voorbeelden van pica zijn geconstateerd. Sommige soorten zijn relatief onschuldig, maar andere brengen grote gezondheidsrisico's met zich mee.

Peuters eten vaker verfschilfers en haar of wol; oudere kinderen vaker zand, uitwerpselen van dieren, insecten of bladeren. Pubers en volwassenen eten vaker aarde en klei.

Voorbeelden die de media haalden waren een Franse man die in 2002 geopereerd moest worden omdat hij 5,5 kilo munten had gegeten over een periode van 10 jaar en een Chinees meisje dat in 2008 enige mediabelangstelling verwierf omdat ze grote hoeveelheden fijn zand at.

Gezondheidsrisico's[bewerken]

Pica kan een relatief onschuldig karakter hebben wanneer het kleine hoeveelheden betreft van zaken die door het lichaam onverteerd worden uitgescheiden. Problemen kunnen echter ontstaan wanneer de ingeslikte zaken vergiften of ziekteverwekkers bevatten, of tot obstructie of beschadiging van de darmen leiden. Voorbeelden van risico's geassocieerd met specifieke zaken zijn:

  • Haar, wol en metalen voorwerpen kunnen zich in de maag of darmen ophopen en daardoor tot obstructie leiden. Bij de Fransman uit eerder genoemd voorbeeld leidde de ophoping van munten in de maag tot buikpijn en niet meer kunnen eten door obstructie van de maag, waarbij de maag bovendien tot op de heupen was gezakt door het grote gewicht van de munten. Ondanks de operatie overleed hij aan de complicaties. Het consumeren van haar of wol leidt vaak tot een trichobezoar, een haarbal in de maag.
  • Het eten van uitwerpselen kan tot infecties leiden. Dit geldt ook voor de consumptie van met uitwerpselen of micro-organismen besmette grondsoorten, rauw voedsel, en planten.
  • Het eten van verfschilfers kan bij gebruik van loodhoudende verf tot loodvergiftiging leiden. Sinds verven in Nederland geen lood meer mogen bevatten, leidt pica bij kinderen nauwelijks meer tot loodvergiftiging en staat dit gedragsprobleem minder vaak in de schijnwerpers. Ook grondsoorten kunnen besmet zijn met zware metalen en andere vergiften.
  • Een batterijtje of knoopcel kan in het lichaam gaan lekken zodat de giftige inhoud (zware metalen en geconcentreerd zwavelzuur) vrijkomen.
  • Het eten van een magneet en een stuk staal of twee magneten kan leiden tot verwondingen aan de darm, als deze elkaar aantrekken in twee verschillende delen van de darm. Het kwetsbare darmslijmvlies dat tussen de elkaar aantrekkende voorwerpen in de knel zit kan dan scheuren.
  • Het eten van insecten, planten en bladeren kan leiden tot vergiftiging wanneer deze planten of insecten giftig zijn. Bovendien geldt ook hier dat deze zaken besmet kunnen zijn met micro-organismen waardoor ze infecties kunnen veroorzaken.
  • Geconsumeerd glas en andere zaken met scherpe kanten (vorken, messen, spijkers) kunnen de maag- en darmwand beschadigen of zelfs perforeren.
  • Het consumeren van sneeuw en ijs veroorzaakt diarree.

Naast de gezondheidsrisico's loopt de patiënt het risico in een sociaal isolement terecht te komen door het door de omgeving als abnormaal bestempelde gedrag.

Behandeling[bewerken]

Pica is meestal ongewenst en moet dan behandeld worden. Picapatiënten worden meestal gescreend om te achterhalen wat de oorzaak is en deze fysiek of mentaal is. In principe richt men zich erop om primair te proberen de achterliggende oorzaak weg te nemen en secundair het abnormale eetgedrag te bestrijden.

In het eerste geval is de oorzaak meestal ondervoeding of een gebrek aan ijzer of een ander metaal. Wanneer men dan deze problemen verhelpt door middel van voedingssupplementen, verdwijnt vaak ook het picagedrag. Wanneer men er zeker van is dat het gedrag geen fysieke, maar een mentale oorzaak heeft, is met medicatie succes geboekt[bron?]. Men dient er overigens op bedacht te zijn dat zelfs wanneer de oorzaak van pica is weggenomen of onderdrukt, de gewoonte tot het gedrag nog steeds bestaat. Met andere woorden, iemand kan zelfs na een voedingssupplement doorgaan met het eten van zand uit gewoonte, omdat hij het immers al jaren doet.

Het eetgedrag zelf kan daarnaast nog bestreden worden. Medicatie kan de drang tot het abnormale eetgedrag verminderen. Gedragstherapie kan eveneens uitkomst bieden. Deze kan bestaan uit het afleiden van de patiënt zodat hij niet uit verveling in zijn oude gewoonte terugvalt, bestraffen van het gedrag en belonen van het nalaten daarvan, het weghouden van de patiënt van de voorwerpen die geconsumeerd worden, of aversietherapie. In zeer extreme gevallen, wanneer andere mogelijkheden zijn uitgeput, is het nodig een patiënt in zijn bewegingsvrijheid te beperken om te voorkomen dat hij het gedrag vertoont. Ethische discussies over menswaardige behandeling komen dan om de hoek kijken.