Picturalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
The Black Bowl, door George Seeley (1907). Gepubliceerd in Camera Work, No 20, 1907
Winter, door Alfred Stieglitz
Speed, door Robert Demachy (1904). Gepubliceerd in Camera Work, No 7, 1904

Het picturalisme was één van de vroegste stromingen binnen de fotografie, enigszins verwant aan het impressionisme. Deze stroming kende haar hoogtepunt tussen 1890 en 1910, maar raakte daarna in verval, vooral onder invloed van het modernisme.

Typering[bewerken]

Het picturalisme was de eerste stroming waarbij fotografie als een op zichzelf staande kunstvorm werd gezien. De stroming ontstond uit pogingen om de kunstfotografie gelijk te stellen met schilderkunst en etsen van die tijd. Picturalisten wilden vooral proberen om het lichtgebruik en andere kenmerken van schilderijen over te brengen in hun foto’s. Foto’s uit het picturalisme zijn zwart-wit en met een onscherp of wazig beeld, hetgeen vaak een impressionistisch effect geeft. Om zo'n effect te bereiken werden onder andere softfocus, speciale filters en speciale lenzen gebruikt. Ook manipulatie in de doka werd veelvuldig toegepast. Vanaf 1898 deed fotopapier met een ruw oppervlak zijn intrede als hulpmiddel in het picturalisme. De Encyclopedia Britannica uit 1911 omschreef dit als “het bereiken van persoonlijke artistieke impressie”.

Historie[bewerken]

Het picturalisme ontstond rond 1885, na de grootschalige introductie van het proces van fotograferen met behulp van droge platen. Het was een van oorsprong Britse stroming, met Henry Peach Robinson en Peter Henry Emerson als belangrijkste grondleggers[1]. Al snel kreeg de stroming echter ook voet aan de grond in andere landen, met name ook in Amerika. Vanaf de jaren 1890 traden ook niet-Britten toe tot de vooraanstaande Britse picturialistische 'society' Brotherhood of the Linked Ring. In de Verenigde Staten zelf groeide in die periode de Photo-Secession uit tot een toonaangevende fotografievereniging, primair gericht op picturalisme. Belangrijke fototijdschriften die het picturalisme voortbracht waren "Die Kunst in der Photographie", "Camera Notes" en vooral "Camera Work" van Alfred Stieglitz, dat verscheen van 1903 tot 1917, met 12 foto’s per deel. Stieglitz, die de term in 1897 introduceerde, wordt ook algemeen beschouwd als de 'grote man' van het picturalisme.

Rond 1900 was het picturalisme wereldwijd de meest dominante stroming in de kunstzinnige fotografie. Rond 1910 echter gingen steeds meer fotografen zich ook op nieuwe stromingen richten, vooral ook onder invloed van het modernisme.[2] Een groep Amerikaanse fotografen verwierp het picturalisme geheel en vormde Group f/64, die vooral met sharp-focus werkte en het bewerken van foto's afwees. De nieuwe generatie modernistische fotokunstenaars (Edward Weston, Paul Strand, Man Ray) had echter in alle opzichten sterke wortels in het picturalisme.

Belangrijke vertegenwoordigers[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. cf. de Encyclopedia Britannica van 1911
  2. Adato, Perry Miller (director) American Masters - Alfred Stieglitz: The Eloquent Eye (2001)