Pierre Monneret

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Pierre Monneret (12 januari 1931 - 1 maart 2010) was een Frans motorcoureur. Hij was meervoudig kampioen van Frankrijk en hij was de zoon van Georges Monneret, een van de meest succesvolle motorcoureurs van Frankrijk. Zijn halfbroer Philippe was ook motorcoureur.

Carrière[bewerken]

  • 1951: Op 8 maart 1951 reden Pierre, zijn vader Georges en zijn broer Jean een wereldrecord met een Puch 125 TS. Ze reden 40.000 kilometer in 24 dagen, 21 uur en 43 minuten. In hetzelfde jaar reed Pierre Monneret samen met zijn vader, Robert Moury en Johann Weingartmann met een Puch 125 TFS een wereldrecord door binnen 24 uur 2991 kilometer af te leggen.
AJS Boy Racer
Gilera 500 4C
  • 1953: Pierre Monneret debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace in het seizoen 1953 tijdens zijn thuiswedstrijd, de Grand Prix van Frankrijk die in Rouen-Les-Essarts werd gehouden. Hij werd met zijn AJS Boy Racer tweede in de 350 cc klasse achter Fergus Anderson met een Moto Guzzi Monocilindrica 350. Anderson zou dat jaar wereldkampioen worden. Monneret was de eerste Fransman die een podiumplaats in het wereldkampioenschap voor solomotoren haalde (zijspanrijders Jean Murit en André Emo hadden dat al in 1951 gedaan). Het wereldkampioenschap was pas in 1949 ingesteld. Pierre Monneret werd in de 350 cc-eindstand van 1953 negende. Pierre werd in 1953 350 cc kampioen van Frankrijk en zijn vader Georges werd op 45-jarige leeftijd Frans kampioen in de 250 cc klasse.
  • 1954: In 1954 werd Pierre Monneret de eerste Fransman die een wedstrijd voor het wereldkampioenschap won. Hij was toen al fabrieksrijder voor twee merken: in de 350 cc klasse voor AJS en in de 500 cc klasse voor Gilera. In de Franse Grand Prix in Reims won hij met de AJS Boy Racer de 350 cc klasse en met de Gilera 500 4C de 500 cc klasse. In beide klassen reed hij ook de snelste ronde. Gilera zette in 1954 alle kaarten op Geoff Duke en Reg Armstrong. Directeur en teamleider Giuseppe Gilera zag veel liever Italiaanse coureurs op zijn machines rijden, maar kon niet om de Britten heen vanwege hun kennis van de Snaefell Mountain Course waar de Senior TT verreden werd. Dat stratencircuit was 60 km lang en levensgevaarlijk maar Duke en Armstrong kenden het op hun duimpje. Zij waren dan ook de enige Gilera-coureurs die naar het eiland Man gestuurd werden. Monneret startte pas weer in de Grand Prix van België, maar hij viel uit. Ook in de TT van Assen en de Grand Prix van Duitsland kreeg hij geen start. In de GP van Zwitserland werd hij zevende en in Monza viel hij weer uit. De laatste Grand Prix (Spanje) was eigenlijk een aanfluiting zonder startveld van betekenis. Het 500 cc wereldkampioenschap was beslist en Gilera reisde helemaal niet af naar Spanje. Monneret eindigde het 350 cc kampioeschap van 1954 als tiende en het 500 cc kampioenschap als zesde.
  • 1955: Opmerkelijk genoeg moest juist de Grand Prix van Spanje het seizoen van 1955 openen, en opnieuw was het deelnemersveld beperkt. Alleen de échte topcoureurs werden uitgezonden, en voor Gilera waren dat weer Duke en Armstrong, ondersteund door Giuseppe Colnago. In de tweede GP, die van Frankrijk, had Monneret in 1954 twee klassen gewonnen dus mocht hij ook in 1955 een kans wagen, zij het alleen in de 500 cc klasse. Hij werd echter slechts tiende. Naar Man gingen alleen Duke en Armstrong en Colnago werd als derde rijder naar Duitsland gestuurd. In België vielen zowel Duke als Armstrong uit. Colnago won er en Monneret werd tweede. Naar Assen werd Monneret niet uitgezonden, want daar kreeg de Nederlander Drikus Veer een fabrieks-Gilera, waarmee hij vierde werd. Duke won daar vóór Armstrong en was twee wedstrijden vóór het einde van het seizoen al wereldkampioen. Daarom vonden Gilera en MV Agusta het ook niet nodig om naar de Ulster Grand Prix af te reizen en kon Bill Lomas met een Moto Guzzi winnen. In de laatste race, Monza, was deelname eigenlijk ook niet meer van belang, maar dit was nu eenmaal de thuiswedstrijd voor de Italianen en daarom moest iedereen aantreden. Er waren waarschijnlijk niet eens voldoende viercilinder fabrieksmachines voor iedereen. Pierre Monneret viel uit, maar Gilera bezette het hele 500 cc-podium. In het wereldkampioenschap werd Pierre Monneret zevende dankzij de zes punten uit België.
  • 1956: In 1955 was het nieuwe Circuit van Drenthe feestelijk geopend. Dat trok een enorm aantal privérijders aan, maar de omstandigheden in het rennerskwartier waren beroerd en bovendien was er niet genoeg startgeld. De 350 cc werd daarom geboycot door de privérijders. Een aantal fabriekscoureurs, vooral de Gilera-rijders Duke, Armstrong, Colnago en Milani, waren bij de TT-organisatie voor de privérijders opgekomen. Ze hadden er echter niet op gerekend dat de lange tenen van de TT-organisatie en de lange arm van de FIM zouden samenspannen om in 1956 14 coureurs, waaronder het hele Gilera-team, te schorsen tot ná de TT van Assen. Bovendien gaf het Kanton Bern geen toestemming meer voor de organisatie van wegraces, waardoor er nog slechts zes wedstrijden overbleven. De FIM kon niets anders doen dan alleen de beste vier races te laten tellen, maar twee daarvan werden al moeiteloos gewonnen door John Surtees met de MV. In België vielen Duke en Armstrong uit, maar Monneret werd derde. Toen Surtees ook deze wedstrijd won was de titel voor MV Agusta binnen het Surtees startte het hele seizoen niet meer. In Duitsland won Armstrong en Monneret werd opnieuw derde, waardoor ze evenveel punten hadden. In de Ulster Grand Prix werden weer alleen de Britten ingezet, maar zowel Armstrong als Duke vielen uit. Toen Pierre Monneret in Monza derde werd vóór Armstrong eindigde hij het seizoen als beste Gilera-coureur, op de vierde plaats in de eindstand van het wereldkampioenschap 500 cc. In België had hij echter ook op de 125 cc Gilera gereden. Hij werd derde achter de MV Agusta's van Carlo Ubbiali en Fortunato Libanori en daardoor eindigde hij in het 125 cc wereldkampioenschap op de negende plaats.

Situatie bij Gilera eind 1956[bewerken]

Na het seizoen 1956 beëindigde Pierre Monneret zijn racecarrière. Hij was pas 25 jaar oud, maar hij richtte zich op het familiebedrijf, een fabriek in kartonproducten. Hij overleed in maart 2010 op 79-jarige leeftijd.

Het is heel waarschijnlijk dat Pierre Monneret zijn carrière beëindigde om in het familiebedrijf te stappen, maar de situatie bij Gilera was aan het einde van 1956 allerminst gunstig voor hem. Giuseppe Gilera had het liefst Italianen in zijn team, maar moest zoals gezegd noodgedwongen Britse coureurs in dienst nemen om op het eiland Man en in Ulster te presteren. Zelfs de Italiaanse coureurs mochten maar mondjesmaat starten, en hun positie verslechterde toen Gilera probeerde ook John Surtees te contracteren. Die kreeg echter lucht van de schorsing van Gilera in 1956 en daarom koos hij voor MV Agusta. Voor Monneret, Colnago en Liberati was het echter duidelijk dat ze geen kans maakten op een leidende positie binnen het team van Gilera. Umberto Masetti had al een jaar eerder eieren voor zijn geld gekozen door over te stappen naar MV Agusta. Bovendien overleed op 9 oktober 1956 Ferruccio Gilera, de zoon van Giuseppe Gilera, op 26-jarige leeftijd. Ferruccio had de leiding van het raceteam al overgenomen en Giuseppe stond op het punt het hele bedrijf aan hem over te dragen. Het overlijden van Ferruccio had een groot effect op de motivatie binnen het team, en ook de ontwikkeling van de racemotoren werd er duidelijk door vertraagd.

Externe link[bewerken]

  • (en) Pierre Monneret op de officiële website van het wereldkampioenschap wegrace
Bronnen, noten en/of referenties