Piet Buter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Piet Buter
Afbeelding gewenst
Persoonlijke informatie
Volledige naam Piet Buter
Geboortedatum 6 juni 1949
Geboorteplaats Haarlem, Vlag van Nederland Nederland
Clubinformatie
Spelend bij FC Utrecht
Functie Technisch directeur
Contract tot 2009
Getrainde clubs
1987-1989
1989-1991
1991-1992
1992-1993
Nederland (vrouwen)
FC Wageningen
FC Emmen
FC Eindhoven

* Bijgewerkt op 13 sep 2008 23:28 (CEST)
** Bijgewerkt op 13 sep 2008 23:28 (CEST)
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Piet Buter (Haarlem, 6 juni 1949) is een Nederlands sportbestuurder en voormalig -trainer die tot begin 2009 als technisch directeur actief was voor eredivisionist FC Utrecht. Na het ontslag van hoofdtrainer Willem van Hanegem vertrok ook Buter, uit onvrede over het beleid, bij de Utrechtse club. Hij werd met ingang van het seizoen 2009-2010 vervangen door ex-trainer Foeke Booy.

Carrière[bewerken]

Buter speelde in zijn jongere jaren bij amateurclub VV Schoten, totdat een blessure hem noopte het voetballen vaarwel te zeggen en verder te gaan als trainer. Hij begon zijn carrière bij SV Cronjé (inmiddels opgeheven), VV Noordwijk en RCH, en stond vervolgens een tijdlang onder contract bij de KNVB. Van 1989 tot 1991 was Buter trainer van eerste divisionist FC Wageningen, waarmee hij achtereenvolgens 10e en 15e werd. Het tweede seizoen deelde hij zijn functie met Willem van Hanegem, huidig trainer van FC Utrecht en tot 1989 daar assistent-trainer. In 1991 verhuisde de Haarlemmer naar FC Emmen, dat hij echter niet verder kreeg dan een schamele achttiende plaats. Hij werd vervangen door René Notten en vertrok naar FC Eindhoven, waar het met een vijftiende plaats niet veel beter ging. In 1993 nam hij afscheid van zijn trainerscarrière en ging verder als spelersmakelaar en -begeleider voor profvoetballers.

Met zijn bedrijf Grandstand BV behartigde hij in de loop der jaren de belangen van een groot aantal profvoetballers, waaronder Dirk Kuijt, Jurgen Colin, Erik Pieters, Berry Powel en Stefan Postma. Begin 2006 werd Buter benoemd tot technisch directeur van FC Utrecht als opvolger van Arno Pijpers, die bondscoach van Kazachstan werd. Daarvoor was hij bij de club al actief als technisch manager.[1] Het bedrijf van de voormalige trainer werd overgenomen door zijn zakenpartner Hakim Slimani.

Controverse rond Grandstand[bewerken]

In maart 2007 kwam Buter negatief in het nieuws nadat Voetbal International bekendmaakte dat hij nog steeds nauw betrokken was bij Grandstand, en er daardoor belangenverstrengeling was ontstaan. Meerdere spelers van FC Utrecht, waaronder Lucian Sânmartean, Michel Vorm en Erik Pieters, stonden namelijk onder contract bij Grandstand. De club reageerde door op de clubsite zich te distantiëren van de publiciteit. Voorzitter Jan Willem van Dop zei: "Dat verhaal is echt grote onzin en staat vol met onterechte beschuldigingen, feitelijke onjuistheden en selectief citeren uit mailverkeer. Voordat wij Buter begin vorig jaar aanstelden als technisch manager, hebben we uiteraard de afspraak gemaakt, dat hij zijn belangen in Grandstand zou verkopen. Dat heeft hij eind december 2005 gedaan. Toen is de koopovereenkomst tussen Buter en Hakim Slimani, die al directeur van dat bedrijf was, tot stand gekomen."[2]

Een jaar later berichtte Voetbal International echter opnieuw over de zaak.[3] Het bedrijf zou weliswaar niet meer op naam van Buter staan, maar was nu eigendom van zijn zoon Branco, waardoor er nog steeds belangenverstrengeling kon plaatsvinden. Daarnaast zou hij wel aandelen in Grandstand bezitten, zo berichtte hoofdredacteur van VI Johan Derksen in Voetbal Insite. De KNVB onderzocht de zaak, maar kwam tot de conclusie dat de betreffende constructie legitiem was.

Zie ook[bewerken]

Externe links en bronnen[bewerken]

  1. Voetbalprimeur.nl: FC Utrecht wil Buter als technisch directeur Geraadpleegd op 13 september 2008.
  2. FC Utrecht.nl: Publiciteit rond Piet Buter 'grote onzin' (21 maart 2007)
  3. FCUtrechtNieuwegein.nl: 'KNVB duikt in dubbelrol van Buter' (20 februari 2008) Geraadpleegd op 13 september 2008.