Piet Paaltjens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lithografisch portret van de dichter in de eerste druk van zijn dichtbundel Snikken en Grimlachjes (1867)

Piet Paaltjens was het pseudoniem van de Nederlands dichter en predikant François Haverschmidt, ook wel geschreven als François HaverSchmidt (Leeuwarden, 14 februari 1835Schiedam, 19 januari 1894).

Jeugd en opleiding[bewerken]

François Haverschmidt werd geboren te Leeuwarden, als zoon van de apotheker en wijnhandelaar Nicolaas Theodorus Haverschmidt en Geeske Bekius. Haverschmidt studeerde theologie in Leiden, waar hij woonde aan de Hogewoerd 63. Hij huurde kamers op de eerste verdieping in het pand waarvan de begane grond bewoond werd door een doodbidder die later in een van zijn gedichten figureerde in een morbide voorspellende rol: Als ik een bidder zie loopen,/ Dan slaat mij 't hart zoo blij,/ Dan denk ik, hoe hij weldra/ Uit bidden zal gaan voor mij.

De schrijfwijze van de naam HaverSchmidt in wat men tegenwoordig camelcase zou noemen, is destijds al bedacht. Haver en Schmidt zijn eigenlijk twee afzonderlijke namen. De overgrootvader van Piet Paaltjens heette Haver. Diens zoon werd opgevoed door een oom met de achternaam Schmidt. Uit dank voegde hij Schmidt achter Haver, met als resultaat Haverschmidt (ook wel als HaverSchmidt geschreven).[1]

Bekendste werk[bewerken]

Omslag van de zesde druk van Snikken en grimlachjes

Zijn bekendste bundel is Snikken en grimlachjes uit 1867, die op een wrang-ironische manier een beeld geeft van zijn leven als student in een zeldzame vorm van cynische romantiek. Piet Paaltjens wordt in deze bundel door middel van een mystificatie opgevoerd: de schrijver geeft in de inleiding een levensgeschiedenis van de student-dichter Paaltjens tot zijn verdwijning uit Leiden 'op den 9 oktober 1853'. Haverschmidt bestreed in dit boekje zijn neiging tot depressiviteit door het sentimentalisme in zijn poëzie belachelijk te maken.

Predikant[bewerken]

Als predikant werkte Haverschmidt achtereenvolgens in Foudgum, Raard, Den Helder en Schiedam. In Tiel, op de bruiloft van zijn goede vriend Adrianus van Wessem, ontmoette hij Jacoba Johanna Maria Osti met wie hij in 1863 trouwde. Zijn breuk met het zorgeloze studentenleven en de vaak uitzichtloze situaties in levensomstandigheden van zijn kerkgangers maakten dat zijn sombere aard zich versterkte en hij ging lijden aan depressies. Het overlijden van zijn echtgenote in 1891 was mede de aanleiding om zich (een paar jaar later) in de bedstee op te hangen met een koord. Hij had zich eindelijk, zoals biograaf Nieuwenhuys het zou beschrijven, "overgegeven aan zijn worgengel".

Oera Linda[bewerken]

Borstbeeld van Piet Paaltjens in Leeuwarden
Standbeeld in Leiden door Auke Hettema

Haverschmidt wordt door sommigen beschouwd als een van de schrijvers van het Oera Linda-Boek, een mystificatie over de oude Friese beschaving, die teloor zou zijn gegaan.

Bibliografie[bewerken]

Het grootste gedeelte van Haverschmidts werk verscheen oorspronkelijk in bladen of bleef in handschrift, en werd alleen gebruikt in voordrachten. In deze lijst staan de boeken die er in de loop der tijd van de teksten verschenen zijn, waarvan overigens maar een klein gedeelte tijdens zijn leven:

  • 1863 - Sinterklaasvertelling, of, Hoe het afliep met drie zoontjes wier moeders iets voor hen kochten tot Sint Nicolaas
  • 1867 - Snikken en grimlachjes (Drukkerij Roelants te Schiedam)
  • 1876 - Familie en Kennissen librivox versie
  • 1894 - Uit geest en gemoed: tien preken
  • 1961 - Nagelaten Snikken (samengesteld door Hans van Straten)
  • 1981
    • Ter gelegenheid van ...
    • Twee voordrachten
  • 1982
    • Leven en sterven van Jelle Gal
    • Steek af naar de diepte
  • 1983 - Met gedempte stem
  • 1987 - Eene Kerstvertelling
  • 1988
    • De drie zonen van het lied
    • Uitgedelgde schuld
  • 1990
    • Louw de Lieger
    • Totdat de raadselachtige droom van ons leven uit is
    • Wat liefheeft, dat moet scheiden, wat leeft, rijpt voor het graf
  • 1991
    • Het verhaal van Oom Jan en ander proza
    • Wat buigt gij u neder, o mijne ziele, en wat zijt gij onrustig in mij?
  • 1992 - Op dit nationale en huislijk feest ...
  • 1993 - Verzamelde gedichten in handschrift
  • 1994
    • Winteravondvertellingen
    • Terug in mijn geboortestad en twee andere teksten van François Haverschmidt
  • 1998 - Souvenir Beekhuizen 1870
  • 2000 - Reis van Leeuwarden naar Antwerpen
  • 2003 - Snikken en Grimlachjes (bezorgd door M. Mathijsen en D. Welsink).
  • 2006 - Met de vrienden op reis in Zwitserland in 1881 / François Haverschmidt (bezorgd door Rick Honings), ISBN 9080727695

Trein[bewerken]

Kenmerkende dichtregels van François Haverschmidt zijn: "Wat kon zaalger voor mij zijn,/ Dan, onder helsch geratel en gestamp,/ Met u verplet te worden door één trein?" Dat devies symboliseert zijn diepe melancholie, maar ook zijn ironie

Literatuur[bewerken]

  • Rob Nieuwenhuys: De dominee en zijn worgengel. Van en over F. Haverschmidt. Preken, voordrachten, brieven en andere documenten. Amsterdam, Van Oorschot, Stoa-reeks, 1964
  • Peter van Zonneveld: Door de straten der Sleutelstad. Een literaire wandeling door het Leiden van Piet Paaltjens. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2006

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties