Piet Vermeylen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Piet Vermeylen (Ukkel, 8 april 1904 - Brussel, 30 december 1991) was een Vlaams-Belgische socialistisch politicus en advocaat. Hij was de zoon van de auteur en politicus August Vermeylen.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Vermeylen was in 1924 één van de stichters van een Vlaamse studiegroep aan de VUB. Hij zetelde als rechter tijdens het Londense tegenproces in 1933 n.a.v. de Reichstagbrand. In 1938 richtte hij samen met Henri Storck en André Thirifays de Cinematheque Royale de Belgique op.

Politieke carrière[bewerken]

Na de dood van zijn vader, in 1945, stapte ook Vermeylen in de politiek, meer bepaald bij de socialistische partij in Brussel. Hij protesteerde hevig tegen de executie van de Vlaamse collaborateur August Borms. Van 1947 tot 1949 werd hij Minister van Buitenlandse Zaken. In 1954 werd hij opnieuw met deze functie bekleed. Tijdens zijn ambtstermijn zorgde de wet-Collard, genoemd naar de socialistische minister van Onderwijs Leo Collard, voor de tweede schoolstrijd in België. De oppositie-partij CVP en de Katholieke Kerk verzette zich hevig tegen deze wet. In Brussel werd op 26 maart 1955 een betoging gehouden. Vermeylen had de betoging verboden en grote inspanningen geleverd (extra-treinen afgeschaft, sancties voor stakende ambtenaren, rijkswachtcordon rondom Brussel, enz) opdat de betogers Brussel niet zouden kunnen bereiken. Hij nam toen ook de controversiële beslissing om aan de zender NIR, voorloper van de BRT, te verbieden hierover verslag uit te brengen. Zelf verklaarde hij dat de CVP niet bekwaam was geweest een betoging te organiseren. Niettemin was het duidelijk dat circa 100.000 Belgen toch Brussel hadden bereikt en in de hoofdstraten van het centrum hadden gemarcheerd. Van toen gaven de rechtse media hem de bijnaam"Pietje de Leugenaar", of "Piet le Menteur". Enkele weken later werd opnieuw een betoging georganiseerd, die men geen tweede maal durfde te verbieden en waar 250.000 betogers aan deelnamen.

Van 1961 tot 1965 was Vermeylen minister van Justitie onder premier Théo Lefèvre. In 1961 deed hij een eerste voorstel voor het invoeren van een amnestiewet voor collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1962 zorgde hij andermaal voor controverse door de Nederlandse linguïst P.C. Paardekooper toegang tot België te weigeren nadat deze was uitgenodigd om in Leuven een lezing te geven waarin hij zijn solidariteit met de Vlaams-nationalistische strijd daar zou betonen (zie Leuven Vlaams).[1] Uiteindelijk kreeg Paardekooper na hevig protest toch toestemming om naar Leuven af te reizen. In april 1964 mobiliseerde Vermeylen talloze artsen en verpleegkundigen uit het Belgische reserveleger om hoofd te bieden aan de aanslepende artsenstaking.

In 1966 werd Piet Vermeylen benoemd tot minister van Staat. In 1968 richtte hij een eigen socialistische partij op, de Brussels-Vlaamse Socalistische Partij, bijgenaamd "de Rode Leeuwen". Van 1968 tot 1972 werd hij Minister van Onderwijs.

Publicatie[bewerken]

Hij publiceerde in 1984 zijn autobiografie, "Een Gulzig Leven", uitgegeven bij Kritak.

Externe link[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. http://www.kb.nl/dossiers/wetenschap/pc-paardekooper-1920-2013
Voorganger:
Auguste Buisseret
Minister van Binnenlandse Zaken
1947-1949
Opvolger:
Albert de Vleeschauwer
Voorganger:
Ludovic Moyersoen
Minister van Binnenlandse Zaken
1954-1958
Opvolger:
Charles Héger
Voorganger:
Albert Lilar
Minister van Justitie
1961-1965
Opvolger:
Pierre Wigny
Voorganger:
Frans Grootjans
Minister van Nationale Opvoeding
1968-1972
Opvolger:
Willy Claes