Pieter Faes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stilleven (1791), Hallwyl Museum

Pieter Faes (Meer, 14 juli 1750Antwerpen, 22 december 1814) was een Belgisch schilder uit de late 18de en de vroege 19de eeuw, gespecialiseerd in bloemstukken en stillevens.

Levensloop[bewerken]

Opleiding[bewerken]

Faes kreeg zijn opleiding aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten (1782-1784) en specialiseerde zich in het schilderen van bloemstillevens en bloemen-en-vruchten-stillevens, een genre dat in die tijd in zowat alle West-Europese landen bloeide.

Faes was actief in het Antwerpse kunstleven van zijn tijd: zo stond hij samen met onder meer Balthasar-Paul Ommeganck, de dierenschilder, aan het hoofd van het Antwerpse Sint-Lukasgilde. Met de gebroeders Andreas-Cornelis Lens en Jan-Jakob Lens had hij vriendschappelijke contacten.

De Maatschappij tot Nut, Baet en Dienst[bewerken]

In 1788 was Faes medestichter van de Maatschappij tot Nut, Baet en Dienst, een Antwerps kunstenaarsgenootschap dat de belangrijkste Antwerpse beeldende kunstenaars van die jaren groepeerde, zoals Frans Balthasar Solvyns, Balthasar-Paul Ommeganck, Hendrik De Cort, F. Verhoeven, Hendrik Myin, A. Herry, F. Smits, S.P. Dargonne, Matthias van Bree, Marten J. Waefelaerts, W. Schaecken en R. Horemans. Deze maatschappij organiseerde tal van – zowel ernstige als gezellige – bijeenkomsten, alsmede – en dat is belangrijk – exposities met werken van de leden, als het ware voorlopers van de 19de-eeuwse “Kunstsalons”. Zo waren er op de tentoonstelling van 1789 niet minder dan 84 werken tentoongesteld waaronder twee bloemstillevens van Faes.

Ook op latere Antwerpse salons (1804, 1805 en 1813) was Faes aanwezig : “Bloemen en Druiven” heetten zijn werken in de Salons van 1805 en 1813.

Appreciatie bij leven[bewerken]

Tijdens zijn leven was Faes een geliefd schilder. Hij was in belangrijke collecties vertegenwoordigd, o.a. in de Verzameling della Faille de Leverghem. Aartshertogin Maria Christina van Saksen-Teschen zou een reeks schilderijen bij Faes besteld hebben, die bestemd waren voor het kasteel van Schoonenberg te Laken (1782-84; huidige verblijfplaats niet bekend).

Karakteristieken van zijn stillevens[bewerken]

In zijn bloemstillevens volgde Faes het type dat onder meer door Jan van Huysum gepropageerd werd : een gladde afwerking, vage aflijningen, plaatsing van het bloemstuk en de vruchten op een marmeren tablet met een veelal S-vormige opbouw van de compositie, de zwierige slingerbeweging, het zachte coloriet. De achtergronden suggereren soms een landschap, zoals in het stilleven in het Museum te Gent, soms een nis zoals in het werk dat zich in het Taxandria-Museum te Turnhout bevindt, soms een onbestemde ruimte. In feite zijn het dezelfde kenmerken als bij o.a. tijdgenoten Michel-Joseph Speeckaert, Jan Frans van Dael, Gerard van Spaendonck, Joris Frederik. Ziesel.

Vaak voegde Faes de woorden “à Anvers” toe aan zijn signatuur, die bestaat uit “P. Faes”, gevolgd door een jaartal. Zijn werken zijn in de regel, meestal verticaal, op houten panelen geschilderd; het formaat is nogal uniform en ligt in de buurt van 62 x 51 cm.

Zijn werken behalen nog steeds hoge prijzen op veilingen : zijn bloemenstuk "Rozen, anjers en andere bloemen" werd in december 2006 geveild op US$ 70.627

Musea[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • (fr) A. Siret, art. Pierre Faes, in: Biographie Nationale de Belgique, VI, Brussel, (1878).
  • (de) U. Thieme en F. Becker, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler, XI, Leipzig, 1915.
  • (en) P. Mitchell, European Flower Painters, London, 1973.
  • (fr) P. en V. Berko, Dictionnaire des peintres belges nés entre 1750 et 1875, Brussel-Knokke, 1981.
  • (nl) Om en rond het neoclassicisme in België 1770-1830 (tentoonstellingscatalogus), Elsene, 1985.
  • (nl) N. Hostyn, Pieter Faes, in : Nationaal Biografisch Woordenboek, 14, Brussel, 1992.
  • (fr) Le dictionnaire des peintres belges du XIVième siècle à nos jours, Brussel, 1994.
  • (nl) N. Hostyn, Belgische stilleven- & bloemenschilderkunst 1750-1914. Van neo-classicisme tot post-impressionisme (tentoonstellingscatalogus), Oostende (Museum voor Schone Kunsten), 1995.
  • (nl) N. Hostyn & W. Rappard, Dictionaire van Belgische en Hollandse bloemenschilders geboren tussen 1750 en 1880, Knokke (Ed. Berko), 1995.
  • (nl) Bloemen in de schilderkunst van de 16de tot de 20ste eeuw (tentoonstellingscatalogus), Brussel (Galerie van het Gemeentekrediet), 1996.
  • (de) Allgemeines Künstlerlexikon, 36, München-Leipzig, 2003.