Pieter Harting (bioloog)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pieter Harting

Pieter Harting (Rotterdam, 27 februari 1812Amersfoort, 3 december 1885) was een Nederlands bioloog, arts, farmacoloog, wiskundige, methodoloog en hydroloog. Hij is vooral bekend vanwege zijn biologische werk, zijn verbeterde ontwerpen van microscopen en zijn studies naar de ondergrond van West- en Midden Nederland.

Biografie[bewerken]

Hartings vader was koopman maar overleed al toen Pieter zeven jaar oud was. Omdat hij al op jonge leeftijd geïnteresseerd was in natuur- en scheikunde liet zijn moeder hem privélessen volgen en vanaf 1823 bezocht hij de Van Kinsbergenschool in Elburg. In 1828 begon hij aan de Universiteit Utrecht medicijnen te studeren, een vakgebied waarin hij in 1835 promoveerde. Na enkele jaren als arts in Oudewater te hebben gewerkt werd hij in 1841 hoogleraar geneeskunde aan het Athenaeum van Franeker. In 1837 trouwde hij met Catharina Susanna Goetzee.

Na de sluiting van het Athenaeum in 1843 vond Harting werk aan de Universiteit Utrecht, eerst als buitengewoon hoogleraar en vanaf 1846 als gewoon hoogleraar in de farmacologie en plantenfysiologie. In 1846 wijzigde hij zijn leeropdracht in wiskunde en proefondervindelijke wijsbegeerte, vanaf 1855 ook dierkunde. In 1856 werd hij directeur van het dierkundig museum. Harting was lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en kreeg een eredoctoraat uitgereikt van de universiteit van Leiden. Hij ging in 1875 met emeritaat en stierf in 1885 aan de gevolgen van een beroerte.

Als deskundige had Harting zitting in vele commissies. Samen met Jacob van Breda, Friedrich Miquel en Winand Staring zat hij in de eerste commissie voor het maken van een geologische kaart van Nederland, die in 1852 was ingesteld door Thorbecke.

Harting was naast zijn onderzoek ook politiek en maatschappelijk actief, hij schreef een aantal artikelen over het lot van de werkende klasse en het volksonderwijs en steunde de Boeren tijdens de Eerste Boerenoorlog. Hij was met Abraham Kuyper mede-oprichter van de Nederland Zuid-Afrika Vereniging (NZAV). Deze vereniging werd in 1881 opgericht en Harting werd vanwege zijn doofheid, die een grotere activiteit verhinderde, erevoorzitter. Door tegengestelde levensbeschouwelijke opvattingen (Harting: agnost en liberaal; Kuyper: streng gereformeerd) is deze vereniging enkele jaren later al opgehouden te bestaan. Harting was agnost, een groot voorstander van crematie en een bestrijder van spiritisme en alcoholisme.

Zijn kennis op het gebied van de ondergrond gebruikte hij om aan te geven hoe de drinkwatervoorziening van Amsterdam verbeterd kon worden. Popularisatie van wetenschappelijke kennis beschouwde Harting als een vanzelfsprekende taak van iedere wetenschapper. Hij bracht dit ook in praktijk door veel voor iedereen begrijpelijke artikelen te schrijven over moeilijke onderwerpen. Hij was met Willem Martinus Logeman en Douwe Lubach oprichter van het later populaire tijdschrift Album der Natuur ('Een werk ter verspreiding van natuurkennis onder beschaafde lezers van allerlei stand') waarin hij zeer vele populair-wetenschappelijke artikelen schreef. In hetzelfde licht moeten zijn inspanningen op het gebied van de bestrijding van schoolverzuim gezien worden. Hij zette zich hier samen met zijn broer Dirk Harting sterk voor in.

Harting was één van de eerste Nederlandse geleerden die de evolutietheorie aanvaarden. Hij correspondeerde met Darwin en werd beschouwd als één van de vurigste verdedigers van Darwins ideeën in Nederland.

Werk[bewerken]

Onderzoek[bewerken]

Harting publiceerde tijdens zijn tijd in Franeker al enkele artikelen over zijn microscopisch onderzoek van plantaardig en dierlijk weefsel. Harting onderzocht op veel plekken in Nederland de ondergrond en werkte samen met Winand Staring bij het maken van de eerste geologische kaart van Nederland. Hartings onderzoek spitste zich toe op twee gebieden: de diepte van grondwater (hydrologie) en de opeenvolging van sedimentlagen aan de hand van microfossielen en mollusken (biostratigrafie). Hij onderzocht de ondergrond onder onder andere Amersfoort en Amsterdam en definieerde het tijdperk Eemien aan de hand van sedimenten en hun fossielinhoud in de Eemvallei.

Het hydrologisch onderzoek van Harting ging vooral uit naar de waterkwaliteit en de fysische processen van grondwaterstroming. Zijn poging de stijghoogte van grondwater te verklaren was niet helemaal correct, een paar jaar later zou dit de Fransman Henry Darcy met de naar hem genoemde wet wel lukken.

Verder deed Harting onderzoek in de zoölogie, botanie, ethnologie en psychologie. Hij ontwierp naast microscopen een aantal apparaten: een hygrometer, een fysometer, een atmometer en een kefalometer.

Hij was de eerste die in 1872 biomineralisatie onderzocht en er in slaagde concreties uit calciumcarbonaat en eiwit te verkrijgen.

Microscopie[bewerken]

De microscopie had Hartings speciale aandacht. Hij was heel geïnteresseerd in de historische ontwikkeling van de microscoop en de vervaardiging van lenzen, immersievloeistoffen, etc., en schreef daar verschillende artikelen en boeken over. In Utrecht ontdekte hij de Van Leeuwenhoek microscoop en de Huygenslens. Hij bouwde ook zelf microscopen en groeide uit tot een internationaal expert op het gebied van de microscopie. Zijn boek Het Microskoop, waarin hij naast de techniek zowel biologische, scheikundige als mineralogische toepassingen van de microscoop beschreef, bleef lange tijd een standaardwerk. Het boek werd in verschillende talen vertaald, waaronder het Duits. Als eerste in Nederland voerde Harting in Utrecht voor studenten een microscopie practicum in, waar zij zich met de apparatuur vertrouwd konden maken. Hij richtte daartoe een microscopisch laboratorium op, dat omstreeks 1850 tot het beste van Europa gerekend kon worden. Veel van Harting's publicaties zijn geïllustreerd met tekeningen van zijn eigen microscopische preparaten. Voor metingen aan zijn microscopische studie-objecten voerde Harting in 1845 een nieuwe lengtemaat in: de millimillimeter (mmm). Deze maat werd later omgedoopt tot micron of µm.

Vernoemingen[bewerken]

In de Zuid-Afrikaansche Republiek werd naar Harting een plaats vernoemd: Hartingsburg. Deze plaats werd later door de Engelsen Warmbaths genoemd en tegenwoordig is de naam 'Bela Bela'. In Nederland is één straat die vernoemd is naar Harting (de Hartingstraat in Utrecht). Onduidelijk is echter of deze straat naar Pieter Harting of naar een andere Harting vernoemd is. Zowel in de geologie als in de biologie is Harting vernoemd. In de Nederlandse geologie bestaat de term 'Laag van Harting'. Dit is een organische laag aan de basis van veel mariene afzettingen met een Eemien ouderdom in het typegebied van dit interglaciaal. In de biologie zijn ten minste twee diersoorten naam hem vernoemd: Architeuthis hartingii (Verrill, 1875), een pijlinktvissoort en Spisula hartingi Spaink, 1958. De laatste soort werd beschreven uit mariene lagen uit het Eemien maar wordt nu beschouwd als een jonger synoniem van (Spisula subtruncata (Halfgeknotte strandschelp).

Verwijzingen

Literatuur

Over Harting:

  • (nl) Buys Ballot, C.H.D., 1887. Levensbericht van Pieter Harting. Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1886-1887): 149-175. ([1])
  • (nl) Cleveringa, P.; Meijer, T. & Wolf, H. de, 1994. Pieter Harting (1812-1885) arts en geoloog. Grondboor en hamer, 48(6): 177-121. ([2])
  • (nl) Coffeng, L., 1994. Het Album der Natuur. Popularisering van de natuurwetenschap in een tijdschrift uit de eerste [sic!] helft van de negentiende eeuw. Groniek, 27: 52-66.
  • (nl) Hubrecht, A.A.W., 1889. P. Harting herdacht. Jaarboek van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen voor 1888. -- Amsterdam, Johannes Müller, pp 1-60.
  • (nl) Rinsum, H.J. van, 2006. Sol Iustitiae en de Kaap. Een Geschiedenis van de Utrechtse Universiteit en Zuid-Afrika Uitgeverij Verloren (Hilversum), 202 pp. ISBN 90-6550-946-1
  • (nl) Theunissen, B., 1998. Pieter Harting. Utrechtse biografieën. Het Eemland, 1: 81-86.
  • (nl) Theunissen, B., 1999. Pieter Harting: wetenschap voor de natie, pp. 53-64 in: Dorsman, L.J. (ed.), Beroep op de wetenschap. Utrechtse geleerden tussen universiteit en samenleving, 1850-1940. (Utrecht: Matrijs), 176 pp.; ISBN 90-5345-143-9.
  • (nl) Teunissen, B., 2000. 'Een warm hart en een koel hoofd': Hartings wetenschap voor de natie. pp. 57-79 In: Nut en nog eens nut. Wetenschapsbeelden van Nederlandse natuuronderzoekers, 1800-1900., Hilversum, Uitg. Verloren, 1-220.
  • (en) Visser, R.P.W. and Touret, J.L.R. (eds.), 2004. Dutch Pioneers of the Earth Sciences. Edita, 220 pp.; ISBN 90-6984-389-7.
  • (nl) Voûte, A. M., 1987. Professor Pieter Harting en de paalworm (Teredo navalis L., 1758). Het Zeepaard, 47: 64-69.
  • (en) Welch, C., 1985. Evolution and theology : detente or evasion?, pp. 183-211 in: Welch, C., Protestant thought in the nineteenth century Volume 2, 1870-1914, New Haven & London: Yale University Press

Publicaties van Harting
Het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1887 noemt in het 'levensbericht' van Harting 125 publicaties. Hierbij zijn zijn populair-wetenschappelijke publicaties niet inbegrepen. Hier volgt slechts een kleine selectie uit deze lijst.

  • (la) Harting, P., 1835. Dissertatio medico practica inauguralis sistens observationes choreae sancti Viti et febris puerperalis. Paddenberg & C0. (Utrecht), 72 pp. (Proefschrift).
  • (nl) Harting, P., 1843. Over de wijze van ontstaan, den oorspronkelijken vorm en de opvolgende veranderingen der door praecipitatie voortgebrachte organische en anorganische vaste stoffen, inzonderheid over de verschijnselen bij de vorming van kristallen. Tijdschrift voor Natuurlijke geschiedenis en Physiologie, X: 151-238.
  • (nl) Harting, P., 1845. Recherches micrométriques sur le développement des tissues et des organs du corps humain, précédées d'un examen critique des différentes methodes micrométriques. In: Harting, P., 1866. Gebrauch des mikroskopes und behandlung mikroskopischer objecte. Braunschweig – Friedrich Vieweg und Sohn, pp. 227.
  • (nl) Harting, P., 1846. Over de ziekte der aardappelen. Aanteekeningen van het verhandelde in de sectievergaderingen van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap, 25 Juni: p. 8.
  • (nl) Harting, P., 1848-1854. Het mikroskoop, deszelfs gebruik, geschiedenis en tegenwoordige toestand. Van Paddenburg (Utrecht), (in vier delen).
  • (nl) Harting, P., 1849. De macht van het kleine, zichtbaar in de vorming der korst van onzen aardbol, of overzicht van het maaksel, de geographische en de geologische verspreiding der polypen, der foraminiferen of polythalamiën en der kiezelschalige bacillariën of diatomeën. Van Paddenburg (Utrecht).
  • (nl) Harting, P., 1852. De bodem onder Amsterdam onderzocht en beschreven. Verhandelingen der eerste Klasse van het Koninklijk Nederlandsche Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten, 3e Reeks, 5e deel: 73-232.
  • (nl) Harting, P., 1853. Proeven over de bron der stikstof voor de planten. Aanteekeningen van het verhandelde in de sectievergaderingen van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap, 27 juni p. 156.
  • (nl) Harting, P., 1853. De bodem onder Gorinchem onderzocht en beschreven. Verhandelingen der Commissie voor de geologische beschrijving en kaart van Nederland, Deel I (Haarlem): 103-143.
  • (nl) Harting, P., 1853. Het eiland Urk, zijn bodem, voortbrengselen en bewoners. Van Paddenburg (Utrecht), 75 pp.
  • (nl) Harting, P. en Matthes, C.J., 1853. Verslag over den vermoedelijken uitvinder van het mikroskoop. Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Deel I. p. 64.
  • (nl) Harting, P., 1856. De voorwereldlijke scheppingen vergeleken met de tegenwoordige. Cohen. (Arnhem/Nijmegen). 392 pp.
  • (nl) Harting, P., 1857. De voorwereldlijke scheppingen, vergeleken met de tegenwoordige; in tafereelen geschetst. Campagne (Tiel), 392 pp.
  • (nl) Harting, P., 1858. De nieuwste verbeteringen van het mikroskoop en zijn gebruik sedert 1850. Campagne (Tiel), 176 pp.
  • (de) Harting, P., 1859. Das Mikroskop: Theorie, Gebrauch, Geschichte und gegenwärtiger Zustand desselben. Vieweg (Braunschweig), 950 pp., 410 figs., 1 pl. (In Duits vertaald door: Fr. Wilh. Theile).
  • (fr) Harting, P., 1861. Description de quelques fragments de deux Céphalopodes gigantesques. Nieuwe verhandelingen I klasse Koninklijk Nederlands Instituut van Wetenschappen, Letteren en Kunsten, IX.
  • (nl) Harting, P., 1862-1873. Leerboek van de grondbeginselen der dierkunde in haren geheelen omvang. Tiel Campagne, (in drie delen).
  • (nl) Harting, P., 1862. De bouwkunst der dieren : een boek voor allen, die de natuur liefhebben. Erven C.M. van Bolhuis Hoitsema (Groningen). 371 p.
  • (nl) Harting, P., 1865. Anno 2065. Een blik in de toekomst door Dr. Dioscorides. Greven (Utrecht) - 1e en 2e druk in1865; herziene 3e druk in 1870 onder de titel Anno 2070
  • (nl) Harting, P., 1870. Anno 2070. Een blik in de toekomst door Dr. Dioscorides. Greven (Utrecht), herziene 3e druk van Anno 2065
  • (fr) Harting, P., 1872. Recherches de Morphologie synthétique sur la production artificielle de quelques formations calcaires organiques. Nieuwe verhandelingen I klasse Koninklijk Nederlands Instituut van Wetenschappen, Letteren en Kunsten, XIV.
  • (nl) Harting, P., 1873. Mijne herinneringen. Een autobiografie door P. Harting. Uitgave van het Utrechts Universiteits Museum 1961 (Ed. J. G. van Cittert-Eymers en P. J. Kipp), p. 228.
  • (fr) Harting, P., 1875. Le système Éemien. Archives Néerlandaises Sciences Exactes et Naturelles de la Societé Hollandaise des Sciences (Harlem), 10: 443-454.
  • (nl) Harting, P., 1876. Wetenschap en geloof: Een ernstig woord tot zijne leerlingen gesproken op 25 en 26 september 1876. Met een naschrift. Greven (Utrecht), 63 pp.
  • (nl) Harting, P., 1879. Temperatuurbepalingen in een 369 M. diepen put te Utrecht. Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, XIV: p. 394.
  • (nl) Harting, P., 1886. Het Eemdal en het Eemstelsel. Album der Natuur, 1886: 95-100.
  • (nl) Vrolik, W., Harting, P., Storm Buysing, D.J., van Oordt, J.W.L. en von Baumhauer, E.H., 1860. Verslag over den Paalworm. Natuurkundige Afdeeling der Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, C.G. van der Post, 158 pp.

Externe links