Pieter Johannes Sijpesteijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Prof. dr. Pieter Johannes Sijpesteijn, (Rotterdam 16 september 1934Baarn, 28 mei 1996), was een hoogleraar Oude Geschiedenis en Papyrologie.

Sijpesteijn,vader van Gijsbrecht en Petra Sijpesteijn werd in Rotterdam geboren als zoon van Johannes Pieter Sijpesteijn en Maria Kop.[1] .

Studie[bewerken]

Na het gymnasium Augustinianum te Eindhoven en het Erasmianum te Rotterdam haalde hij in 1954 het einddiploma. In dat jaar begon hij de studie klassieke taal- en letterkunde aan de Leidse Universiteit. Studeerde in Wenen (1959/1960) en een tijdlang in Madison (1964, 1965). Sijpesteijn slaagde in 1961 voor de doktorsgraad Klassieke letteren aan de Universiteit van Leiden. In 1961 promoveerde hij bij Van Groningen op de publicatie van een aantal papyri uit de Weense collectie.

Papyrologie[bewerken]

Na zijn doctoraalexamen was Sijpesteijn tot 1963 leraar klassieke talen aan het Stedelijk gymnasium te Arnhem, daarna aan het Erasmianum te Rotterdam. In 1967 werd hij benoemd tot buitengewoon lector in de papyrologie aan de Universiteit van Amsterdam. Papyrologie houdt zich bezig met teksten op papyri maar ook bijvoorbeeld op ostraca, potscherven, die hoofdzakelijk in Egypte gevonden zijn. Ze bestrijkt een periode van ruim duizend jaar, vanaf de 4e eeuw v. Chr. tot de verovering van Egypte door de Islamitische Arabieren in de 8e eeuw. In de Griekse papyrologie spelen met name de Griekse palaeografie, de Griekse taal- en letterkunde en de diverse onderdelen van de Griekse en Romeinse geschiedenis een rol.

Per 1 januari 1996 trad Sijpesteijn terug om zich voortaan weer geheel aan de papyrologie te kunnen wijden in zijn huis met reusachtige bibliotheek in Baarn. Na een ernstige ziekte overleed hij in de nacht van 28 op 29 mei van dat jaar op 61-jarige leeftijd.

Werk[bewerken]

  • 1968 - Een geschenk van de Nijl
  • 1961 - Einige Wiener Papyri
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Levensbericht knaw, bezocht 11-5-2013