Pieter Menten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pieter Nicolaas Menten
Pieter Menten (mei 1977)
Pieter Menten (mei 1977)
Geboren 26 mei 1899
Rotterdam
Overleden 14 november 1987
Loosdrecht
Land/partij Nazi-Duitsland
Onderdeel Schutzstaffel
Dienstjaren 1941 - 1945
Rang
SS-Hauptscharführer.svg
SS-Hauptscharführer
Eenheid Einsatzgruppe zur besonderen Verwendung
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Bloedbaden van Podhorodce en Urycz

Pieter Nicolaas Menten (Rotterdam, 26 mei 1899 - Loosdrecht, 14 november 1987) was een Nederlandse veroordeelde oorlogsmisdadiger. Hij groeide op in een welgestelde Rotterdamse familie en vestigde zich in Lwów, destijds deel van Polen, als zakenman. In 1941, nadat Duitsland grote delen van Polen had veroverd, werd hij lid van de SS. In deze tijd woonde hij in Krakau aan de ul. Grottgera 12 en was eigenaar/curator van de rijstpellerij Oryza. Aanvankelijk hielp hij de bezetter als tolk, maar al snel nam hij deel aan het uitkiezen van Joodse families voor executie, kunstroof en andere activiteiten van de nazi's in Polen. Menten zou als lid van de Einsatzgruppe zur besonderen Verwendung (EGz.b.V.) in 1941 deelgenomen hebben aan massamoorden op de joodse bevolking van de dorpjes Podhorodce en Urycz in Oost-Galicië, Polen.

Na de oorlog[bewerken]

In 1949 moest Menten terechtstaan op beschuldiging van collaboratie, het roven van kunst, en omdat hij zich in vreemde krijgsdienst zou hebben begeven. Zijn advocaat L.G. Kortenhorst, tegelijkertijd voorzitter van de Tweede Kamer, wist Menten van de meeste beschuldigingen vrij te pleiten. Menten werd tenslotte veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, hetgeen gelijk stond aan de lengte van zijn voorarrest.

Later leefde hij in weelde in Blaricum, waar hij relaties opbouwde met bekende Nederlanders. Hij zou de op vijf na rijkste Nederlander zijn, zonder dat duidelijk werd waar zijn geld vandaan kwam. In mei 1976 kwam de zaak-Menten aan het rollen door een paginagroot artikel in De Telegraaf, waarin aandacht werd besteed aan kunstwerken die Menten wilde laten veilen. Journalist Hans Knoop, hoofdredacteur van het weekblad Accent werd vanuit Israël getipt dat veel van de kunstwerken roofkunst uit Galicië zou zijn. Knoop verdiepte zich in Menten en hield niet op de zaak in het nieuws te brengen. Later besteedde ook TROS Aktua met regelmaat aandacht aan deze zaak, zodat de zaak-Menten landelijke bekendheid kreeg. Menten zou zich tussen 1941 en 1943 als tolk van de Duitsers met als rang SS-Hauptscharführer schuldig hebben gemaakt aan collaboratie, medeplichtigheid aan moord en diefstal. De door hem bij elkaar geroofde kunst zou Menten in 1943 in een drietal spoorwagons naar Nederland hebben laten transporteren.

Een dag voordat hij in november 1976 zou worden gearresteerd, vluchtte Menten met zijn vrouw Meta naar Zwitserland, waar hij vervolgens op 6 december alsnog werd gearresteerd. Na zijn arrestatie brandde in die periode ook zijn huis af en moest zijn vrouw Meta haar intrek nemen in het koetshuis aan de overkant van de straat. Minister van Justitie Van Agt stelde een commissie in die de affaire moest onderzoeken. Op 22 december 1976 werd Menten door Zwitserland uitgeleverd. Hij werd aangeklaagd en werd op 14 december 1977 tot 15 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn advocaat mr. Leo van Heijningen wist hem na cassatie bij de Hoge Raad aanvankelijk vrij te krijgen, maar op 9 juli 1980 werd Menten door de rechtbank te Rotterdam tot tien jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en honderdduizend gulden boete veroordeeld wegens oorlogsmisdaden (medeplichtigheid aan de massamoord in Podhorodce). Hij zat twee derde van zijn straf uit en kwam in 1985 vrij. Pieter Menten overleed, dement geworden, op 88-jarige leeftijd in een bejaardenhuis te Loosdrecht.

Literatuur[bewerken]

  • Hans Knoop, De zaak Menten Amsterdam, Becht, 1977
  • J.C.H. Blom, A.C. 't Hart en I. Schöffer, De affaire-Menten 1945-1976. Eindrapport van de Commissie van onderzoek betreffende het opsporings- en vervolgingsbeleid inzake Menten vanaf de bevrijding tot de zomer van 1976 en de invloeden waaraan dat beleid al dan niet heeft blootgestaan. 's-Gravenhage, Staatsuitgeverij, 1979
  • Gerard P. van Schaik, Een krans van vuur, de man die de villa van Menten in de brand stak. Amsterdam, Sijthoff, 1983

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]