Pieter de Graeff

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pieter de Graeff
Pieter de Graeff in 1636, geschilderd door Caspar Netscher
Pieter de Graeff in 1636, geschilderd door Caspar Netscher
Vrijheer van Zuid-Polsbroek[1]
Periode 16641707
Voorganger Cornelis de Graeff
Opvolger Johan de Graeff
Heer van Purmerland en Ilpendam
Periode 1690 / 1691-1707
Voorganger Catharina Hooft en Jacob de Graeff
Opvolger Cornelis (II) de Graeff
President-bewindhebber van de Vereenigde Oostindische Compagnie
Periode 1664 – 1707 (?)
Voorganger Cornelis de Graeff

Pieter de Graeff (Amsterdam, 15 augustus 1638 - aldaar, begraven 8 juni 1707[2]), vrijheer van Zuid-Polsbroek, heer van Purmerland en Ilpendam en kasteelheer van Ilpenstein, was Meester in de rechten,[3] schepen van Amsterdam, (president)-bewindhebber van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en raadsman van zijn neef en zwager Johan de Witt.

Pieter was een lid van het Amsterdamse geslacht De Graeff dat, samen met de familie Bicker, een halve eeuw het bestuur over de stad Amsterdam en over het gewest Holland en daarmee over de Republiek der Verenigde Nederlanden in handen had.[4]

Biografie[bewerken]

Jeugd, familie en opleiding[bewerken]

Pieter de Graeff, de oudste zoon van Cornelis de Graeff en Catharina Hooft, was een jeugdvriend van Willem III van Oranje, de latere koning-stadhouder. Hij speelde samen met zijn broer in het huis aan de dijk naar Soest (het latere paleis Soestdijk) met de prins.[5] In 1655 reisde hij met Joan Huydecoper van Maarsseveen (junior) en diens vader, burgemeester Huydecoper en de Amsterdamse stadssecretaris Joan Corver op diplomatieke missie naar Frederik Willem van Brandenburg in Berlijn. Daar werden besprekingen gevoerd over een bondgenootschap tegen Karel X van Zweden. Pieter beschreef de bijzonderheden van de reis in zijn dagboek. Tussen 1658 en 1660 reisde hij naar Engeland en Frankrijk. In het laatstgenoemde jaar verkreeg hij aan de Universiteit van Orléans een licentiaat in het civiel en canoniek recht. Na veel diplomatiek overleg tussen Maria Henriëtte Stuart en het Amsterdamse stadsbestuur werd zijn vader in december 1660 samen met Johan de Witt, Gillis Valckenier, Lodewijk van Nassau-Beverweerd en Nanning van Foreest met het voogdijschap belast over de tienjarige prins Willem, "het kind van staat".


Huwelijk[bewerken]

De Graeff trouwde met zijn nicht Jacoba Bicker. Bij hun bruiloft op Ilpenstein waren de dichters Gerard Brandt, Jan Vos en Joost van den Vondel aanwezig, en ook de raadspensionaris De Witt.[6] Vondel bezong dit huwelijk met een gedicht [7] en Jan Vos met een vers.[8] Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren:

In 1664 volgde Pieter zijn vader op als (President)-bewindhebber van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie.

De Graeff en Johan de Witt[bewerken]

De Graeff werd door zijn huwelijk een zwager van Johan de Witt en diens raadsman. De meeste correspondentie met De Witt, Christiaan Huygens, Jacob Boreel en Jan Lievens is verloren gegaan. Het Waterlands Archief bewaart de correspondentie tussen De Graeff en De Witt, betreffende de opvoeding van de jonge prins.[6] De correspondentie tussen De Graeff, De Witt en de schilder Jan Lievens over het portret van de schoonvader van De Graeff en De Witt, Jan Gerritsz. Bicker, is wel bewaard gebleven.[9] De Graeff was sedert 1666 commissaris van zeezaken. In 1667 werd hij commissaris van de Amsterdamse Wisselbank, en een jaar later werd hij vroedschapslid en lid van de schepenbank. In het Rampjaar 1672 werd hij door Willem III vanwege zijn steun voor De Witt - samen met zijn broer Jacob, zijn oom Andries de Graeff, zijn zwager Lambert Reynst en Hans Bontemantel - als oud-schepen uit het Amsterdamse stadsbestuur verwijderd.[10] Voor de staatsgezinde Pieter de Graeff betekende het herstel van het stadhouderschap dat hij uit zijn ambten werd ontslagen. Hij behield slechts zijn functie van (president)-bewindhebber van de VOC.

Na de moord op De Witt werd hij benoemd tot voogd van diens vijf kinderen, waaronder Johan, De Witts enige zoon.

Na het Rampjaar 1672[bewerken]

In het Rampjaar 1672 werd de Hervormde kerk van Polsbroek grotendeels door Franse troepen verwoest. In 1676 werd de kerk herbouwd. De Graeff, als vrijheer van Zuid-Polsbroek, schonk een nieuw glas. Ook Pieters jongere broer Jacob de Graeff, stadhouder Willem III, de VOC, de bestuurders van Amsterdam en van het Hoogheemraadschap van den Lekdijk Benedendams en van den IJsseldam hebben nieuwe glazen geschonken. De Graeff was een der kundigste en werkzaamste Bewindhebbers der Oost-Indische Compagnie, vooral tusschen de jaren 1671 en 1678, toen Joan Maetsuycker Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië was.[11] In 1674 werd Pieter de Graeff voor een fiscaal vermogen van 130.000 gulden aangeslagen.[12] In 1678 was hij samen met Johannes Huydecoper (1656-1703) en Joseph Coymans (1656-1720) in Parijs, op bezoek bij de ambassadeur Jacob Boreel.

De Graeff was een ossenweider en geïnteresseerd in zaken als landbouw en veeteelt. Hij bemoeide zich dagelijks met zijn heerlijkheid Polsbroek en met zijn bezit aan grond in Purmerland en Ilpendam. Tussen 1664 en 1706 schreef De Graeff tientallen dagboeken. Daarnaast was hij een verwoed genealoog, maar knoeide met de afkomst van zijn voorgeslacht. Hij had op Ilpenstein een kamer met enkel familieportretten ingericht.[13]

Pieter de Graeff stierf op voor 8 juni 1707 in zijn huis aan de Herengracht. Hij is op 8 juni 1707 begraven in de Oude Kerk te Amsterdam.[2]

Varia[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Aa, A.J. van der Pieter de Graeff in: Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 7
  • Bruijn, J. H. DE Genealogie van het geslacht De Graeff van Polsbroek 1529/1827
  • Burke, P. (1994) Venice and Amsterdam. A study of seventeenth-century élites.
  • Elias, Johan E. (1903-1905) De vroedschap van Amsterdam, 1578-1795, blz. 422, uitg. Loosjes, Haarlem (herdruk 1963, uitg. Israel, Amsterdam)
  • Fock, C.W. Het stempel van de bewoner Afscheidsrede.
  • Graeff, P. DE (P. Gerritsz de Graeff en Dirk de Graeff van Polsbroek) Genealogie van de familie De Graeff van Polsbroek, (Amsterdam 1882)
  • Moelker, H.P. (1978) De heerlijkheid Purmerland en Ilpendam, blz. 170 t/m 172, uitg. Nooy, Purmerend (2e druk)
  • Molhuysen, P.C. en P.J. Blok Pieter de Graeff in: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2
  • Zandvliet, Kees (2006) De 250 rijksten van de Gouden Eeuw: kapitaal, macht, familie en levensstijl, blz. 93 t/m 94, uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, ISBN 90-8689-006-7

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vrijheer (niet te verwarren met het Duitse Freiherr) is de niet adellijke titel van een eigenaar van een zogenaamde hoge of vrije heerlijkheid, zie: Monté ver Loren, Johan Philip de (2000) Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechterlijke organisatie in de Noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling, 7e herziene druk, bewerkt door Johannes Emil Spruit, uitg. Kluwer, Deventer ISBN 90-268-2739-3
  2. a b Begraafboek Oude Kerk Amsterdam: begraven 8 junij 1707 Pieter de Graaf van de Heeregracht
  3. Google: Amsterdam, In Zyne Opkomst, Aanwas, Geschiedenissen, Voorregten, Koophandel ... door Jan Wagenaar
  4. Biografie Andries Bicker in DBNL
  5. Catharina Hooft in Vrouwen van Soestdijk
  6. a b Het Huis te Ilpendam en deszelfs voornaamste Bezitters in het DBNL
  7. Vondels gedicht Ter bruiloft van den weledelen heer Peter de Graef, Jongkheer van Zuitpolsbroek en de weledele mejoffer Jakoba Bikker.
  8. Jan Vos` vers Huwelyk van den Eed. Heer Pieter de Graaf, Iongheer van Zuidt-Polsbroek, En Mejuffer Jakoba Bikker.
  9. De correspondentie is te vinden in de uitgebreide toelichting bij het schilderij van Jan Gerritsz. Bicker (1591-1653), toegeschreven aan Wallerant Vaillant (voorheen toegeschreven aan Jan Lievens) Amsterdams Historisch Museum
  10. Amsterdam tijdens de Verenigde Provinciën en de Bataafse Republiek (Familie De Graeff onder "1672")
  11. De Graeff in het Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 7
  12. Zandvliet, K. (2006) De 250 rijksten van de Gouden Eeuw: kapitaal, macht, familie en levensstijl uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, ISBN 90-8689-006-7
  13. Dudok van Heel, S.A.C. (2008) ‘Van Amsterdamse burgers tot Europese aristocraten’, p. 29, 104. Uitgave Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor geslacht- en wapenkunde, Den Haag, ISBN 9789080568952