Peter de Kluizenaar
Peter de Kluizenaar (ook Pieter de Kluizenaar of Pieter van Amiens; Frans: Pierre l’Ermite, Engels: Peter the Hermit; Amiens, ca. 1050 - Neufmoustier, bij Hoei, 8 juli 1115) was een belangrijk persoon in de Eerste Kruistocht en vooral de Volkskruistocht.
Inhoud |
[bewerken] Vóór de kruistocht
Over de achtergrond van Peter de Kluizenaar en zijn leven vóór de kruistocht is haast niets met zekerheid geweten.
Voor hij monnik werd, was hij een lagere edelman die een leengoed bij Achères bij Amiens bezat. Hij was een vazal van Eustaas II van Boulogne, de vader van Godfried van Bouillon. Daarna zou hij als kluizenaar geleefd hebben in een bos in het bisdom Amiens.[1] Hij zou op bedevaart naar het Heilige Land geweest zijn en in Jeruzalem een visioen gekregen dat hem opdroeg de paus aan te sporen om een oproep te doen om Jeruzalem te heroveren. Daarna werd hij volksprediker.
Qua uiterlijk wordt hij omschreven als klein, een hoofd dat wat op een muilezel leek en een zwartgrijze baard.
[bewerken] Oproep tot kruistocht
In november 1095 deed Paus Urbanus II op de Synode van Clermont een oproep om Jeruzalem te bevrijden. Daarna trokken vele volkspredikers rond om de oproep van de paus te verspreiden, daarbij de woorden van Paus Urbanus II herhalend: Deus lo Volt! (God wil het!). Peter de Kluizenaar was er een van, zij het een met veel uitstraling. Hij begon zijn prediking in Noord-West Frankrijk en trok dan verder naar Lotharingen. Heel wat mensen sloten zich bij hem aan. In maart 1096 vervolgde hij zijn tocht naar de streek van de Samber en Maas. Op 12 april 1096 kwam hij aan in Keulen. Dit betekent dat hij een omweg maakte naar het noorden en niet de kortste weg van Frankrijk naar Jeruzalem nam. In Keulen sloten enkele ridders zich bij hem aan, onder meer Walter Zonder Have (deze vertrok echter vroeger richting Jeruzalem en niet samen met Peter).[2]
In Normandië had Peter van de Joodse gemeenschap een aanbevelingsbrief te pakken gekregen voor ondersteuning van zijn tocht. In Trier gebruikte hij deze om financiële steun af te dwingen van de Joden aldaar. Op 19 of 20 april 1096 vertrok hij met zijn pelgrimsleger uit Keulen. Dit zou later de Volkskruistocht genoemd worden.
[bewerken] Onderweg richting Constantinopel
De tocht door Duitsland verliep vlot. Heel wat deelnemers haakten al snel af, maar nog meer vervoegden de groep. Onderweg sloten nog meer edelen zich aan. Doch wat later liep het mis. Peter de Kluizenaar had zijn manschappen niet meer onder controle en een aantal onder hen plunderde Semlin (in het huidige Servië; toen onder gezag van Hongarije), verkrachtte vrouwen en stichtte brand. Koning Koloman zond troepen ter hulp, maar deze werden verslagen. Dan trekt het pelgrimsleger de rivier de Sava over, maar werd daarbij aangevallen door Petsjenegen. Enkele daarvan worden krijgsgevangen gemaakt en op bevel van Peter gedood.
Begin juli wordt de tocht vervolgd richting Nissa en weer ontstaan er ongeregeldheden door groepen waarover Peter weinig controle had. De Byzantijnse gouverneur van Bulgarije laat zijn troepen daarop de achtervolging inzetten en de achterhoede van het pelgrimsleger doden. Peter de Kluizenaar keert terug naar Nissa om terug te onderhandelen, maar een deel van zijn groep doet weer een aanval. De gouverneur grijpt weer in en Peter moet in de bossen vluchten. Daarna volgt een hergroepering en de tocht wordt vervolgd. Na overleg met afgezanten van de Byzantijnse keizer Alexios I Komnenos mochten ze verder trekken op voorwaarde dat ze in geen enkele stad langer dan drie dagen kampeerden.
Op 1 augustus 1096 bereikte Peter de Kruisvaarder samen met zijn pelgrimsleger Constantinopel. Hij vervoegde daar de troepen van Walter Zonder Have. Peter had er 3 maanden en 10 dagen over gedaan om van Keulen naar Constantinopel te gaan. Het aantal pelgrims wordt op dat moment geschat op 20 à 25.000; hieronder mogelijk een 500-tal ridders.
[bewerken] Voorbij Constantinopel: het einde van de volkskruistocht
Op 5 augustus 1096 zet de keizerlijke vloot het pelgrimsleger over de Bosporus. Vanaf dan wordt hun hoofdkwartier Civitot (het huidige Hersek), in de golf van Nicomedia aan de Zee van Marmara. De omgeving werd daar meteen geplunderd. De eenheid in het pelgrimsleger was zoek en verschillende groepen begingen afzonderlijk rooftochten en gruweldaden. Ze trokken tot vlakbij Nicea, de hoofdstad van de Seltsjoekse sultan Kilij Arslan I. Op 21 oktober 1096 zou deze het pelgrimsleger verslaan. Walter Zonder Have werd daarbij gedood. Peter de Kluizenaar ontsnapte hieraan doordat hij reeds enkele dagen in Constantinopel verbleef om steun te vragen. De Byzantijnse vloot kon uiteindelijk nog een aantal honderden overlevenden oppikken. Peter en de overlevenden die wilden blijven, wachtten verder op de komst van het eigenlijke ridderleger van de eerste kruistocht.
[bewerken] Deelname aan de Eerste Kruistocht
In het voorjaar van 1097 arriveerden de ridderlegers en vervoegde Peter de Kluizenaar hen. Dat najaar begon het beleg van Antiochië. Dit leidde tot hongersnood en ellende, zelfs in die mate dat er sprake was van kannibalisme door de kruisvaarders. Verschillende onder hen hielden het voor bekeken en keerden terug. Ook Peter de Kluizenaar probeerde begin 1098 samen met Willem van Melun weg te glippen, maar ze werden gevat en teruggebracht door soldaten van Tancred van Galilea. Ze moesten zweren dat ze het leger niet meer in de steek zouden laten. Peter zou zich verder hieraan houden. Later tijdens de kruistocht is bekend dat hij actief meevocht, onder meer vanuit Antiochië. Op 27 juni 1098 werd Peter de Kluizenaar samen met 4 anderen door Bohemund naar de belegeraar Kerbogha gezonden om te onderhandelen. Kerbogha wou niet onderhandelen en een aantal dagen later zou een gevecht beslissen. Hierbij was Peter zeer strijdlustig.
Uiteindelijk bereikte Peter de Kluizenaar mee Jeruzalem en nam in 1099 deel aan de inname van Jeruzalem.
[bewerken] Terugkeer
Eind 1099 of begin 1100 keerde hij, rijk beladen met relieken, terug het Westen. Na zijn terugkeer stichtte hij het klooster van Neufmoustier bij Hoei. Daar overleed hij in 1115 als prior.
Zijn feestdag is op 8 juli, al werd hij nooit formeel zalig verklaard.
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
- Hagenmayer, Le vrai et le faux sur Pierre l'Hermite
- ↑ P. Morren : De eerste kruistocht (1095-1099). Leuven: Garant, 2000. ISBN 9053509356
- ↑ A.V. Murray: The army of Godfrey of Bouillon, 1096-1099 : Structure and dynamics of a contingent on the First Crusade. Revue belge de philology et d’histoire, 1992, 70, 301-329.
| Zie de categorie Peter the Hermit van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |