Pietro Torri

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pietro Torri
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Pietro Torri (Peschiera del Garda, rond 1650 - München, 6 juli 1737) was een Italiaanse componist die in de Zuidelijke Nederlanden en in Beieren heeft gewerkt.

Leven[bewerken]

Van 1684 tot 1688 was hij bij de markgraaf van Bayreuth in dienst als organist. Daarna trad hij in dienst bij keurvorst Maximiliaan II Emanuel van Beieren. In 1670 volgde hij zijn werkgever en een deel van het hoforkest naar de Spaanse Nederlanden. De keurvorst hoopte met de Zuidelijke Nederlanden een Spaanse erfenis te kunnen binnenhalen en vestigde zich met het hof in de residentiestad Brussel. Torri trouwde hier met de dochter van balletmeester François Rodier. Hij verbleef ook in Bergen, Namen, Rijsel, Compiègne en Valencijn waar verschillende van zijn opera’s worden uitgevoerd.

In 1715 keerde hij naar München terug en componeerde daar gelegenheidscantates en jaarlijks een opera. In 1726 stierf zijn broodheer. Karel Albrecht volgde hem op, naar aanleiding waarvan Torri een muzikale hulde aan de nieuwe heerser componeerde: de allegorische cantate La Baviera. In dit werk worden de Beierse aanspraken op de keizerstroon al verklankt. De beroemde castraat Farinelli zong tijdens diens verblijf in München in 1729 een solopartij in een opera van Torri.

De betrekking van hofkapelmeester verkreeg Torri officieel pas na de dood van Giuseppe Antonio Bernabei.

Werken[bewerken]

Naast ongeveer 50 opera’s componeerde Torri serenades, oratoria, psalmen, torneo’s, cantates en een Te Deum voor Max Emanuel. Het oratorium Triomphe de la paix werd gecomponeerd ter gelegenheid van de vrede van Rastatt in 1715.

Opera’s[bewerken]

  • L’inoccente giustificato (Bayreuth, 1688)
  • Gli oracoli di Pallade e Nemesi (München, 1690)
  • Briseide (Hannover, 1696)
  • San Gaetano (Brussel, 1705)
  • La vanità del mondo (Brussel, 1706)
  • Le martyre des maccabéens (Valencijn, 1710)
  • Ismene (München, 1715)
  • La Merope (München, 12 oktober 1719)
  • Lucio Vero (München 1720)
  • Adelaide (München, 1722)
  • Griselda (München, 1723)
  • Amadis di Grecia (München, 1724)