Pijlgifkikkers
| Pijlgifkikkers | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Phyllobates terribilis wordt maximaal 5 cm lang maar is één van de giftigste dieren op aarde. |
|||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||
|
|||||||||
| Familie | |||||||||
| Dendrobatidae Cope, 1865 |
|||||||||
|
|||||||||
De pijlgifkikkers (Dendrobatidae) zijn een familie uit de orde der kikkers (Anura). Het zijn kleine, gedrongen diertjes die zich kenmerken door de vaak zeer felle kleuren; het bekendste geslacht is Dendrobates.
Inhoud |
[bewerken] Anatomie
Pijlgifkikkers worden niet erg groot, de kleinste soorten blijven onder de centimeter, grotere soorten kunnen tot 4 tot 6 cm worden. De kleurenpracht bij pijlgifkikkers is alom bekend; ze hebben felle kleuren zoals geel, oranje, groen, rood en blauw; veel soorten hebben kleurschakeringen, zoals de hieronder afgebeelde driekleurige gifkikker (Epipedobates anthonyi), die rood is, met drie lichtgroene strepen op de rug. Veel soorten hebben kleine pootjes, toch kunnen ze bij vluchten flinke sprongen maken. De trommelvliezen of tympana zitten zoals bij alle kikkers direct tegen de kop en pijlgifkikkers kunnen niet best horen; wel kunnen ze erg goed trillingen voelen. Met de ogen kunnen ze alleen beweeglijke objecten waarnemen, omdat hun zenuwstelsel niet is ingericht op het herkennen van lichtpatronen, maar alleen lichtverschuivingen, dus beweging. De huid is meestal glad met enkele bultjes.
Alle soorten hebben een kwaakblaas; de mannetjes kwaken hoorbaar en bij veel soorten doen ze dit zeer luidruchtig, tot wel 90 dB(!). Het gemaakte geluid bestaat vaak uit korte, hoge piepjes; sommige soorten houden het uren vol. Het geluid wordt gemaakt door de kwaakblaas te vullen met lucht, waarna de lucht weer naar buiten wordt geperst, vele malen per seconde. De geluiden en ritmes verschillen per soort.
[bewerken] Levenswijze
Pijlgifkikkers komen in Zuid- en Midden- Amerika voor, alleen in vochtige, tropische bossen met weinig temperatuursfluctuaties, en een hoge luchtvochtigheid. Over het algemeen zijn er een aantal levenswijzen te onderscheiden:
- Bodembewonend; de kikkers kruipen door de schaduwrijke strooisellaag van het bos. Water wordt onttrokken uit dauw en plasjes water op de bosbodem.
- In bomen levend; de meeste soorten hebben bromelias nodig voor de voortplanting en watervoorziening.
- Beekbewoners; kruipen over stenen langs oevers en springen bij gevaar in het water.
Belangrijk is met name de vochtigheid; een pijlgifkikker kan binnen korte tijd volledig uitgedroogd raken. Een aantal soorten pijlgifkikkers leeft in bomen, en heeft bromelia-achtige planten nodig waar water in blijft staan. Hierdoor hebben ze een eigen vijver, die insectenlarven aantrekt (voedsel), waaruit vocht kan worden opgenomen (watervoorziening), waarin gevlucht kan worden (schuilplaats) en waarin zelfs eitjes worden afgezet (voortplanting). Het wateropvangende vermogen van deze planten speelt dus een grote rol in het leven van de dieren. Pijlgifkikkers eten insecten en hun larven zoals kevertjes, mieren, fruitvliegjes en ook wel spinnetjes.
[bewerken] Voortplanting
Veel soorten pijlgifkikkers kennen een goed ontwikkelde broedzorg; de eieren worden in een bromelia afgezet en door het mannetje bewaakt tot ze zijn uitgekomen.
De larven hebben dan nog kieuwen, die ze meestal na een paar weken verliezen. Ook hebben de kikkervisjes nog geen echte poten en een staart. In dit stadium komt het bij een aantal soorten voor dat de mannetjes de kikkervisjes op de rug nemen, en deze verplaatsen naar een beekje, diepe plas of een grotere bromelia. Bij sommige soorten produceert het vrouwtje onbevruchte eitjes die worden afgezet bij de larven, zogenaamde voedseleitjes. Uit ervaringen met pijlgifkikkers in terraria blijkt dat de uiteindelijke metamorfose van de larven vaak samenhangt met deze broedzorg; als de kikkervisjes van de ouders gescheiden worden, blijven ze in het larve-stadium. Onder normale omstandigheden is een larve na twee of drie maanden een kikker; hij is dan echter nog niet geslachtsrijp.
[bewerken] Giftigheid
Vrij veel kikkers en padden zijn giftig, vooral bij consumptie ervan. In huidextracten van kikkers en padden zijn bijna 500 verschillende verbindingen gevonden, behorend tot de alkaloïden die vaak neurotoxines bevatten. Het lijkt erop dat deze vrijwel allemaal zijn ontleend aan het voedsel van de kikkers.
Met name de pijlgifkikkers en de niet-verwante Mantella- soorten eten giftige arthropoden, zoals insecten, (vooral sommige mieren, en mogelijk ook bepaalde kevers uit de familie Melyridae), en miljoenpoten. Oorspronkelijk komt het gif uit planten, die het aanmaken ter verdediging. Plantenetende insecten nemen het gif dan op, en worden later door de pijlgifkikkers gegeten die het vergif opnemen en dit naar de huid transporteren.
Dendrobates aurea, O. pumilio en Phyllobates terribilis zijn berucht. Belangrijke vergiften zijn inmiddels geanalyseerd en benoemd als pumiliotoxinen (ca. 80 verwante verbindingen) en batrachotoxine, een van de giftigste bekende stoffen. Omdat de concentratie gif hoog is, en er soms verschillende soorten gif worden aangetroffen in dezelfde kikker, moet een klein aantal soorten met grote zorgvuldigheid worden aangepakt, omdat het gif soms ook door de huid heen kan worden opgenomen (dermaal). Door natuuronderzoekers is wel beschreven dat kleine dieren die ze hanteerden na eerder een pijlgifkikker in handen te hebben gehad daardoor stierven.
Er wordt aangenomen dat wildvangdieren die in gevangenschap worden gebracht na enige tijd hun giftigheid verliezen, omdat het gif niet meer uit het dieet wordt aangevuld. Dit principe van 'geleend' gif komt ook voor bij andere kikkers zoals bij veel hoornpadden (Ceratophrys), maar ook bij krabben, kreeften en inktvissen. In gevangenschap opgegroeide pijlgifkikkers zijn niet giftig. Voert men ze echter de in insecten aangetroffen toxinen dan concentreren ze deze in de huid. Van O. pumilio is zelfs aangetoond dat hij in staat is een bepaald vergif (pumiliotoxine 251D) zelf in een krachtiger variant om te zetten. Sommige indianenstammen villen de kikkers, en vouwen de huid om een pijlpunt, waarna er op apen geschoten wordt. Zelfs een schampschot van een pijlgifkikker-punt kan dan dodelijk zijn voor een volwassen aap.
[bewerken] Pijlgifkikkers in het terrarium
Pijlgifkikkers zijn populair in terraria omdat ze overdag actief zijn, in tegenstelling tot vrijwel alle andere kikkersoorten. Ze kunnen het best in groepjes gehouden worden; de meeste soorten laten zich gemakkelijk kweken. Het terrarium moet aan de volgende eisen voldoen:
- het moet zo dichtbegroeid mogelijk zijn;
- er dienen liefst tropische planten als bromelia-achtigen aanwezig te zijn;
- er moet vaak minstens iedere dag geneveld worden;
- het moet continu zowel vochtig (80% overdag en tegen de 100% in de nacht) als warm zijn (20-30 graden Celsius, afhankelijk van de soort);
- er moeten liefst enkele poeltjes aanwezig zijn (fotorolletjes, halve kokosnoot);
- het oppervlak voor twee dieren is minstens 40 x 40 cm;
- geen kieren - een kier van een halve centimeter is al genoeg om te ontsnappen.
Als voedsel kunnen springstaartjes (Collembola), fruitvliegjes (Dropsophilia), erwtluis, voorraadkevers, ovenvisjes en jonge wasmotlarven (deze zijn als snoepje bedoeld, zijn namelijk erg vettig) worden aangeboden, die regelmatig bepoederd moeten worden met suppletiepreparaten omdat deze gekweekte voedseldieren voorzien in proteïnen en bouwstoffen, maar zeker niet in vitaminen. Indien men dit nalaat kan nakweek de beruchte aandoening 'luciferpoten' (of Spindly Leg Syndrome = SLS) krijgen; niet werkende voorpoten als gevolg van vitaminen- of kalkgebrek. De dieren lijden hier waarschijnlijk onder en de ziekte is niet te behandelen. In de zomer is het aangeraden om ook 'weideplankton' te voederen, dit zijn insecten die men vangt in een gebied waar absoluut geen chemische producten te vinden zijn (meststoffen, onkruidverdelgers, dicht bij autowegen). Nadeel is dat sommige grotere gevangen geleedpotigen eerder de gifkikker aanvallen dan andersom. Afhankelijk van de soort zijn er nog andere problemen die men tegenkomt als men pijlgifkikkers wil houden; de dieren zijn vaak prijzig, de populaire O. pumilio kost zo'n 60/80 euro. Bovendien zijn veel soorten buitengewoon territoriaal; vooral teveel mannetjes gaan elkaar bevechten tot de dood erop volgt. Ook met de zeer luidruchtige mannetjes in de paartijd zal men rekening moeten houden.
Het is sterk aan te raden geen wildvangdieren te gaan houden tenzij de betreffende soort niet zeldzaam is, men ervaring heeft en men de dieren eerst in quarantaine houdt. Pijlgifkikkers, en met name exemplaren die uit het wild komen, kunnen vele ziekten hebben, zoals parasieten die zich bij wildvangdieren explosief kunnen vermenigvuldigen. De omstandigheden zijn namelijk niet alleen voor de kikker optimaal in het terrarium. Voorbeelden zijn flagellaten, nematoden, wormen, Mijten, teken en luizen. Een enkel besmet exemplaar kan een hele groep ermee besmetten.
Bovendien zijn nakweekdieren, in gevangenschap geboren, minder bevattelijk voor stress, wat voor in gevangenschap gehouden amfibieën doodsoorzaak nummer één is. Nadeel is dat nakweekexemplaren kleiner blijven en voor minder nakweek zorgen.
[bewerken] Taxonomische indeling
De indeling van pijlgifkikkers is altijd aan verandering onderhevig geweest; onlangs nog werden de soorten opnieuw onderverdeeld. Een bijkomend probleem bij de pijlgifkikkers is dat er momenteel meer dan 200 soorten zijn ontdekt, maar er waarschijnlijk nog enkele tientallen niet zijn ontdekt, waardoor de indeling in de toekomst ongetwijfeld weer aangepast zal moeten worden. Sommige biologen rekenen de pijlgifkikkers tot de echte kikkers (Ranidae). Onderstaande lijst geeft de onderverdeling weer van de familie Dendrobatidae in geslachten, met de wat bekendere soorten:
|
|
|
|
|
|
|
|
Familie Dendrobatidae
- Onderfamilie Colostethinae
- Geslacht Ameerega
- Geslacht Colostethus
- Geslacht Epipedobates
- Soort Driekleurige gifkikker (Epipedobates anthonyi)
- Geslacht Silverstoneia
- Onderfamilie Dendrobatinae
- Geslacht Adelphobates
- Soort Adelphobates castaneoticus
- Soort Oranjerug-gifkikker (Adelphobates galactonotus)
- Geslacht Dendrobates
- Soort Gouden pijlgifkikker (Dendrobates auratus)
- Soort Dendrobates leucomelas
- Soort Dendrobates tinctorius
- Geslacht Minyobates
- Soort Minyobates steyermarki
- Geslacht Oophaga
- Soort Aardbeikikker (Oophaga pumilio)
- Soort Oophaga granulifera
- Soort Oophaga histrionica
- Soort Oophaga lehmanni
- Geslacht Phyllobates
- Soort Phyllobates bicolor
- Soort Phyllobates lugubris
- Soort Phyllobates terribilis
- Soort Phyllobates vittatus
- Geslacht Ranitomeya
- Soort Ranitomeya fantastica
- Soort Ranitomeya imitator
- Soort Amazone gifkikker (Ranitomeya ventrimaculata)
- Geslacht Adelphobates
- Onderfamilie Hyloxalinae
- Geslacht Hyloxalus
Slechts enkele andere kikkersoorten kunnen worden verward met de pijlgifkikkers, zoals de Mantella- soorten uit de familie Mantellidae. Dit zijn eveneens felgekleurde kikkers die echter alleen op Madagaskar voorkomen en niet direct verwant zijn.
[bewerken] Externe links
Bronnen, noten en/of referenties:
- AMNH 6 september 2008
- Amphibiaweb
| Zie de categorie Dendrobatidae van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Families van kikkers en padden (Anura) | |
|---|---|
|
Alytidae · Amphignathodontidae · Aromobatidae · Arthroleptidae · Vuurbuikpadden · Brachycephalidae · Brevicipitidae · Padden · Calyptocephalellidae · Glaskikkers · Ceratobatrachidae · Ceratophryidae · Craugastoridae · Cryptobatrachidae · Cycloramphidae · Pijlgifkikkers · Dicroglossidae · Eleutherodactylidae · Spookkikkers · Hemiphractidae · Snavelbekkikkers · Boomkikkers · Hylodidae · Rietkikkers · Leiopelmatidae · Leiuperidae · Leptodactylidae · Limnodynastidae · Mantellidae · Megophryidae · Micrixalidae · Microhylidae · Myobatrachidae · Nasikabatrachidae · Nyctibatrachidae · Knoflookpadden · Pelodytidae · Petropedetidae · Phrynobatrachidae · Tongloze kikkers · Ptychadenidae · Pyxicephalidae · Echte kikkers · Ranixalidae · Schuimnestboomkikkers · Mexicaanse gravende kikkers · Scaphiopodidae · Seychellenkikkers · Strabomantidae |