Kegelvrucht (naaldboom)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Pijnappel)
Ga naar: navigatie, zoeken
Pijnappel van "Pinus coulteri"
Abies borisii-regis kegel, schubben en zaden

Een kegelvrucht is een met schubben afgezette houtige kegel van een naaldboom. Uiteraard heeft een naaldboom nooit bessen. Er kunnen echter wel schijnbessen voorkomen zoals bij de jeneverbes. De schijnbes is een kegel en bevat zaad, dat door de schubben wordt beschermd.

De pijnboompit is zo'n (gepeld) zaadje afkomstig van de pijnboom. Ook beter bekend als pijnappel. Bij de pijnboom blijft de rijpe kegel intact, maar bij de echte den (Abies) valt deze uit elkaar en blijft de spil op de tak staan. De dennenappel staat op een tak, en ligt onder een dennenboom in losse schubben. De kegel bestaat uit spiralen, die te tellen zijn door ze te markeren.

Bij de dennenappel liggen de zaden tussen de schubben in plaats van in een vrucht. Verder zitten er vliesjes aan de zaden van een den. Een den behoort dus tot de naaktzadigen.

Trivia[bewerken]

  • Een kegelvrucht van de den wordt ook wel pijnappel/mastappel (naar de vroegere naam van de grove den) of dennenappel genoemd.
  • Een kegelvrucht kan dienst doen als primitieve hygrometer. Bij vochtig weer sluiten de schubben. Bij droog weer openen ze, zodat de zaden zich kunnen verplaatsen (door middel van de wind).
  • Een versiering gebruikt in een kerststuk of kerstkrans
  • De zwaarste kegelvrucht wordt voortgebracht door de Coulter Pine (Pinus coulteri), een naaldboom die groeit in de bergen in de kustgebieden van Zuid-Californië (USA) en Baja California (Mexico). Ze kunnen tot 40 cm lang worden en 5 kilo wegen. Om die reden worden deze kegelvruchten ook wel 'widowmakers' genoemd.
  • De langste kegel is die van de suikerden, die tot 45 cm lang kan worden.