Pijngrens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De pijngrens is de geluidsdruk waarboven geluid pijnlijk wordt voor de gemiddelde luisteraar. De pijngrens is dus de minimale geluidsdruk waarboven geluid buiten het oor niet slechts ongemak veroorzaakt, maar werkelijk pijn.

De pijngrens wordt meestal gelegd bij 120 dB. Dit komt overeen met een geluidsdruk van 20 Pascal. Het exact bepalen van de pijngrens is echter niet mogelijk, omdat het ten eerste de proefpersonen schade kan berokkenen en ten tweede heeft elke proefpersoon zijn eigen persoonlijke pijngrens; sommigen hebben pas last van pijn bij 140 dB. Bij mensen met hyperacusis is de pijngrens verlaagd. Ook een verkoudheid verlaagt de pijngrens; de luchtdruk kan dan moeilijker weg.

De pijngrens is slechts beperkt afhankelijk van de frequentie van het geluid. Regelmatige blootstelling aan geluid boven de pijngrens zal gehoorschade of tinnitus veroorzaken. Langdurige blootstelling aan geluid tegen de pijngrens aan kan echter ook gehoorschade veroorzaken.

In het dagelijks leven wordt de pijngrens wel eens waargenomen. Een kind dat op schoot zit, of geknuffeld wordt, kan plotseling in het oor schreeuwen, hetgeen pijn tot gevolg kan hebben. Luide speelgoedbeesten die dicht bij het oor worden gehouden kunnen ook pijn veroorzaken. Tijdens popconcerten wordt direct vóór de boxen ook de pijngrens overschreden. Daar kunnen piekgeluidsniveaus tot 150 dB voorkomen. Een geweer dat naast het oor wordt afgeschoten kan ook geluid produceren dat boven de pijngrens uitkomt.

Zie ook[bewerken]

gehoordrempel