Pikmeerarrest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Het Pikmeerarrest bestaat uit twee opeenvolgende arresten van de Nederlandse Hoge Raad. Zij betreffen de vraag of, en in welke gevallen, handelingen van de lagere overheid in rechte kunnen worden vervolgd.

Pikmeer I

Datum uitspraak 23 april 1996
Zaaknummer 101.655
Instantie Hoge Raad
Soort zaak Bestuursrecht
Soort procedure Cassatie
Vindplaats NJ 1996, 513; LJN ZD0429

[bewerken] Het Pikmeerarrest

Het vaarwater de Groundam in Friesland werd in 1995 uitgebaggerd door de gemeente Boarnsterhim. De verantwoordelijke ambtenaar liet de verontreinigde baggerspecie in het Pikmeer storten. Voor de provincie was deze illegale lozing in hoge mate kostenbesparend. De ambtenaar werd door zowel de rechtbank als het hof veroordeeld. De Hoge Raad sprak de man vrij, waarmee het Pikmeerarrest een feit was.

De Hoge Raad sprak de ambtenaar vrij vanwege de functie die hij bekleedde. Hij handelde als ambtenaar in het algemeen belang en kon daarom niet strafrechtelijk worden vervolgd. Deze strafrechtelijke immuniteit gold voorheen al voor de centrale overheid. Nu kregen gemeenten en provincies hetzelfde privilege. De Hoge Raad meende dat de controle van de overheid niet bij de rechter moest liggen, maar bij aangewezen instanties als de gemeenteraad, de rekenkamer of de ombudsman.

De Tweede Kamer vond het Pikmeerarrest niet acceptabel en wilde dat de mogelijkheid bleef bestaan om lagere overheden voor de rechter ter verantwoording te roepen. De vraag was, of het handelen van de provincie Friesland in deze kwestie wel als 'overheidshandelen' moest worden getypeerd, of dat het illegaal storten van het slib moest worden gezien als 'bedrijfsmatig handelen'?

Pikmeer II

Datum uitspraak 6 januari 1998
Zaaknummer 106160 E
Instantie Hoge Raad
Soort zaak bestuursrecht
Soort procedure Cassatie
Vindplaats LJN AA9342; AB 1998, 45; JB 1998, 4; JM 1998, 30; NJ 1998, 367; VN 1998/5.4;

[bewerken] Pikmeer II

Vervolgens kwamen de rechters tot een "heroverweging en precisering" van het oorspronkelijke oordeel. De oplossing kwam in 1998, met de nieuwe conclusie dat het overheidshandelen eigenlijk uit twee componenten bestaat: typische bestuurshandelingen en overheidshandelingen die geprivatiseerd kunnen worden. Het uitdiepen van een publiek vaarwater werd zo een exclusieve overheidstaak, het dumpen van vervuild slib werd een in theorie te privatiseren handeling. Dit laatste type handelingen mag door het Openbaar Ministerie worden vervolgd. Dit nieuwe besluit zou de geschiedenis ingaan als het tweede Pikmeerarrest, kortweg Pikmeer II.

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken