Tafeltennis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Pingpong)
Ga naar: navigatie, zoeken
Tafeltennis
Pingpong
Vladimir Samsonov.
Vladimir Samsonov.
Algemene gegevens
Organisatie Vlag van België België: KBTTB
Vlag van Nederland Nederland: NTTB
Vlag van Suriname Suriname: STTB
Europees: ETTU
Mondiaal: ITTF
Start Omstreeks 1880
Vlag van Engeland Engeland
Type teamsport/individueel
Categorie Racketsport
Balsport
Locatie Zaal
Olympische sport 1988
Paralympische sport 1960
Competities / Kampioenschappen
Competities België:
Superdivisie
Beker van België
Nederland:
Eredivisie
Beker van Nederland
Europees:
ETTU Cup
EC League
Mondiaal:
ITTF World Tour
Wereldbeker
Kampioenschappen BK / NK / EK / WK / OS
Kampioenen
Vlag van België kampioen Enkel:
Jean-Michel Saive[1] (m)
Daria Mityukova[2] (v)
Team:
La Villette Charleroi[3] (m)
AFP Kobelco Antwerpen[4] (v)
Vlag van Nederland kampioen Enkel:
Barry Wijers[5] (m)
Li Jiao[6] (v)
Dubbel:
Gommers / Hageraats (m)
Li / Timina (v)
Team:
Wijzenbeek Westa[7] (m)
Lybrae Heerlen[8] (v)
Wereld kampioen Enkel:
Zhang Jike (m)
Ding Ning (v)
Dubbel:
Ma / Xu (m)
Guo / Li (v)
Cao / Zhang (gemengd)
Team:
China (m)
China (v)
Olympischkampioen Enkel:
Zhang Jike (m)
Li Xiaoxia (v)
Team:
China (m)
China (v)
Verwante sporten
Verwante sporten Badminton
Jeu de paume
Rackets
Racketlon
Speed badminton
Squash
Strandtennis
Tennis
Laatst bijgewerkt op: 4 september 2012
Portaal  Portaalicoon   Sport
Een 'forehand'

Tafeltennis of pingpong is een sport waarbij twee of vier spelers een licht en hol balletje met een batje heen en weer slaan over een tafel met een net in het midden. Het doel van dit spel is de bal over het net te slaan op de tafelhelft van de tegenstander, op zo'n manier dat deze de bal niet correct of helemaal niet kan terugslaan.

Als wedstrijdsport stelt tafeltennis hoge lichamelijke en mentale eisen aan de spelers, anderzijds is het voor miljoenen mensen in de hele wereld een ontspannende tijdspassering.

Geschiedenis[bewerken]

De ontstaansgeschiedenis van tafeltennis is alleen te zien in samenhang met andere takken van sport, vooral tennis. Net als bij vele sporten, begon tafeltennis als een sociaal verzetje; het werd vermoedelijk voor het eerst gespeeld – met geïmproviseerd materiaal – ergens aan het einde van de 19e eeuw in Engeland. Sommige bronnen beweren dat het eerst gespeeld werd door Britse militairen in India of Zuid-Afrika en vervolgens meegenomen naar Engeland.

Tafeltennis is, net als badminton en het huidige tennis, ontstaan uit het middeleeuwse tennis. In Engeland werd in 1884 octrooi verleend op de naam "Miniature-Indoor-Tennis-Game". In 1901 ontdekte de Engelse tafeltennisliefhebber James Gibb tijdens een reis naar de Verenigde Staten celluloidballen, die de tot dan toe gebruikelijke lichte, doch erg harde canvasbal vervingen. Daarmee kreeg het spel een nieuw, meer sportief accent. Rond 1900 was het spel bekend onder de huidige namen ("tafeltennis" en "pingpong"), en verschillende merknamen als "Gossima", "Flim-Flam", "Pim-Pam" (Frankrijk) en "Whiff-Whaff" (Amerika). In 1926 is de International Table Tennis Federation (ITTF) opgericht in Berlijn, met Denemarken, Duitsland, Engeland, Hongarije, India, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije, Wales en Zweden als leden. Later dat jaar werd de Verenigde Staten ook lid.

In Nederland is de productie van tafeltennistafels begonnen door Heemskerk Sport, in 1962 in Roelofarendsveen opgericht door de gebroeders Heemskerk. De beide ex-tafeltenniskampioenen van Nederland hielden zich voordien bezig met het maken van schepen. Nadat zij in opdracht van een lokale tafeltennisvereniging hun eerste tennistafel hadden geproduceerd, kwam er ook vraag van buiten Roelofarendsveen. Begin jaren 60 werd een fabriekspand betrokken en steeg de productie mede vanwege het toenemende aantal buitenlandse partners. Gedurende de recessie in de jaren 70 bleef Heemskerk als enige van vier Nederlandse tafeltennistafelproducenten over.

Spelvormen[bewerken]

Tafeltennis kent zeven officiële spelvormen:

  • mannen enkelspel
  • vrouwen enkelspel
  • gemengd enkelspel (waarin een man en een vrouw tegen elkaar spelen, wat dikwijls onder de reguliere mannencompetitie valt)
  • mannen dubbelspel
  • vrouwen dubbelspel
  • gemengd dubbelspel (aan beide kanten van het net één man met één vrouw)
  • teamwedstrijd (iedere gewonnen partij in welke eerdergenoemde spelvorm dan ook levert één punt op voor het team)

Spelregels[bewerken]

Opslag

Voor een goede opslag (service), dient de bal onbeweeglijk op de open en vlakke handpalm te liggen, waarna deze zo recht mogelijk ten minste 16 cm omhoog geworpen moet worden.

Nadat de bal het hoogste punt heeft bereikt moet deze zo geslagen worden dat hij eerst het eigen speelveld raakt, over het net heengaat zonder dit te raken, en daarna het speelvlak van de tegenstander raakt. In tegenstelling tot tennis, hoeft er bij de service geen rekening worden gehouden met waar de bal als eerste stuitert (eigen tafelhelft) en waar die vervolgens terecht komt. De bal mag dus zowel diagonaal als parallel worden geserveerd. Indien de bal het net raakt, en deze toch nog juist terechtkomt, moet de service opnieuw gedaan worden. Bij een service die de overkant van de tafel niet correct haalt, wordt meteen een punt toegekend aan de tegenstander, zonder eerste fout. Opslagen moeten van achter (het verlengde van de) eindlijn gebeuren en het zicht op de bal mag tijdens de opslag niet geblokkeerd worden voor de tegenstander, de scheidsrechter of de eventuele tweede scheidsrechter. Telkens wanneer er in een set twee punten gescoord zijn, wisselt de service van speler (of team).

Game

De speler die als eerste 11 punten behaalt wint de game, behalve bij een gelijke stand van 10-10. Dan dienen de spelers om beurt te serveren. De eerste speler die dan 2 punten meer heeft dan zijn tegenstander wint de game. Tot 2001 ging een game om 21 gewonnen punten en werd om de 5 punten de service gewisseld.
Aan het eind van elke game ruilen de spelers van speelhelft. Diegene die in de vorige game als eerste serveerde, zal nu als eerste ontvangen. Doorgaans wordt gespeeld tot een speler drie of soms vier games heeft gewonnen, al naargelang het niveau van de competitie. In de laatste game (vijfde in best-of-five, zevende in best-of seven, ook wel "belle" genoemd) wordt nogmaals van speelhelft gewisseld wanneer een speler vijf punten heeft behaald.

Dubbel

Tafeltennis kan ook als dubbel- of gemengddubbelspel worden gespeeld. Bij het dubbel dienen de spelers om de beurt te slaan (dus niet zoals bij tennis waar de spelers de keuze hebben) en na het bepalen van de eerste serveerder en eerste ontvanger ligt de service/ontvangstvolgorde vast (2x ontvangen, dan 2x serveren, dan de medespeler). Bij een dubbelspel dient er vanaf de rechter tafelhelft diagonaal (-naar links) te worden geserveerd. Na elke game verandert niet alleen de eerste serveerder maar ook de ontvanger. (Stel: spelers A+B spelen tegen X+Y en A serveerde naar speler X in de vorige game, dan serveert deze nu naar speler Y). In een eventuele 5de of 7de game wisselen de beide teams weer van kant. De speler die normaal aan opslag zou zijn blijft aan opslag maar de ontvangers wisselen. Op het moment dat een team of speler 5 punten behaalt, wisselen beide spelers of beide teams van kant.(Indien normaal speler X moest ontvangen, ontvangt speler Y nu.)

Team (landenwedstrijd)

(Landen)teams komen ook tegen elkaar uit. Elk team bestaat uit drie tot vier spelers en er worden maximaal tien wedstrijden gespeeld, waarvan één wedstrijd een dubbel is. Elke speler mag maximaal drie tot vier wedstrijden spelen. Eerst worden vier enkelspelen gespeeld, dan de dubbel en tot slot 5 enkelspelen.

Materiaal[bewerken]

Afmetingen
Speelruimte

De speelruimte, dus het vloeroppervlak rond de tafel, dient bij grote toernooien ten minste 14 meter lang en 7 meter breed te zijn en door een 75 centimeter hoog schot te worden omheind. Ook de juiste verlichting is aan veel omvattende regels gebonden, wat door de snelheid van het spel en concentratie van de speler op de kleine bal begrijpelijk is.

Tafel

De tafeltennistafel, gelijk aan het speelvlak, heeft een lengte van 274 centimeter en een breedte van 152,5 centimeter. Het tafelblad, 76 centimeter boven de vloer, is door een net verdeeld in twee gelijke vlakken. Ten behoeve van het dubbelspel is bovendien elk van deze vlakken opgesplitst in nogmaals twee vlakken door middel van een 3 millimeter brede witte middenlijn. Rondom het speelvlak is een 2 centimeter brede witte lijn aangebracht. Het oppervlak van de speeltafel mag niet reflecteren, gebruikelijk zijn donkergroene en blauwe tafels.

Net

Het net is 186 centimeter breed en 15,25 centimeter hoog en is aan de bovenkant voorzien van een 15 millimeter brede witte bies. De spanning op het net dient dusdanig te zijn dat het maximaal 10 mm zakt als het in het midden met een gewicht van 100 gram wordt belast.

Bat

Iedere speler heeft een houten bat (in België doorgaans palet genoemd) dat dienst doet als slaghout. Omvang, vorm en gewicht zijn niet aan beperkingen gebonden. Het bat is in de regel bekleed met rubbers aan beide zijden (rood of zwart), om de bal effect (spin) te kunnen meegeven. Overigens verkiezen sommige spelers, met name Aziatische, die het bat doorgaans vasthouden met een penhoudergreep, slechts één rubber. Wel dient dan de andere kant gekleurd te zijn in de kleur van het rubber.

Er zijn verschillende soorten batrubbers op de markt. Er zijn vlakke, platte rubbers (slicks), en rubbers met 'noppen' (intermediates), men onderscheidt hierin korte en lange noppen. De lange noppen hebben als uitwerking dat bij elke slag het effect van de tegenstander omgedraaid wordt. De korte noppen zijn vooral spelverstorend bedoeld en hebben een minder eenduidige uitwerking. Ook zijn er rubbers die weliswaar vlak zijn, maar qua uitwerking vergelijkbaar zijn met lange noppen. Deze rubbers heten 'anti'rubbers (ook wel antipower genoemd).
Veel spelers pasten jarenlang een techniek, het zogenaamd 'lijmen' toe, wat erop neer kwam dat de rubbers pas kort voor de wedstrijd met een speciaal soort lijm op het houten batje werden geplakt. Hiermee kon met name de slagsnelheid beïnvloed worden. Lijmen is sinds september 2007 echter wereldwijd verboden, omdat de lijmdampen slecht voor de gezondheid zouden kunnen zijn.

Bal

Een wedstrijdbal dient een diameter van 40 millimeter en een gewicht van 2,7 gram te hebben en bovendien zuiver rond te zijn. De bal mag niet glimmen en dient van celluloid of een gelijksoortige kunststof te zijn gemaakt. De spronghoogte dient bij een hoogte van 30 centimeter minimaal 23- en maximaal 25 centimeter te zijn. De bal kan verschillende kleuren hebben maar dient wel eenkleurig te zijn. Het meest voortkomend zijn wit, geel en oranje. In het verleden was de diameter van de bal 38 millimeter, maar deze werd na de Olympische Zomerspelen 2000 vergroot om het speltempo iets te vertragen om zodoende de sport aantrekkelijker (beter te volgen) te maken voor de toeschouwers.

Greep[bewerken]

Shakehandgreep
Penhoudergreep
Topspin

Men kan zowel met forehand- als backhandslagen aanvallen en verdedigen. Wijst de handpalm bij het slaan van de bal in de richting van de tafel dan spreekt men van de forehand, omgekeerd van de backhand.

De wijze waarop het bat wordt vastgehouden noemt men de greep. Men onderscheidt: de shakehandgreep, de Japanse penhoudergreep en de Chinese penhoudergreep.

In de Europese landen wordt overwegend de shakehandgreep toegepast, hierbij wordt het bat of pallet meestal vastgehouden zoals jonge kinderen een geweertje vormen met hun hand. De pink, ringvinger en middenvinger zijn rond het houtje, de wijsvinger ligt langs de ene kant op het rubber en de duim aan de andere kant op het rubber.

In Aziatische landen, met name in China, is het gebruikelijk dat men het bat vasthoudt als een pen, dit wordt de penhoudergreep genoemd. Duim en wijsvinger komen hier aan dezelfde kant tegen het rubber. Deze greep houdt in, dat er normaal gesproken maar met één kant van het palet gespeeld wordt, hoewel er uitzonderingen bestaan. Daarom is het bat over het algemeen maar van één kant met een rubber voorzien. De houten achterkant dient dan wel rood of zwart gekleurd te zijn, afhankelijk van kleur van het rubber. Een bekend voorbeeld van een speler die de penhoudertechniek toepast is de meervoudig World Cup-winnaar Wang Hao.

Effecten[bewerken]

Men kan de bal om zijn eigen as laten draaien (effect geven) door het bat in bovenwaartse richting (topspin) of in neerwaartse richting (backspin) langs de bal te 'strijken'. Bij tafeltennis speelt het effect geven aan de bal een zeer grote rol. Men onderscheidt verschillende effecten, hoewel ze in de praktijk vaak tegelijkertijd optreden (bv. zijtopspin).

  • Backspin: De rotatie-energie wordt bij het raken van het batje van de tegenstander omgezet in snelheid omlaag. De bal kan daardoor in het net gaan. Een bal met deze rotatie zou op de tafel naar je toe rollen. Dit effect wordt bereikt door de bal met open bat (achterover) aan de onderkant te raken, waarbij het bat naar voren/beneden beweegt (afhankelijk van het moment van raken).
  • Topspin: De rotatie-energie wordt bij het raken van het bat van de tegenstander omgezet in snelheid omhoog. De bal kan daardoor over de tafel gaan. Een bal met deze rotatie zou op de tafel van je weg rollen. Dit effect wordt bereikt door de bal met behoorlijk gesloten bat aan de achterkant/bovenkant te raken, waarbij het bat naar voren/boven beweegt (afhankelijk van het moment van raken).
  • Zijspin: De bal draait zijwaarts (komt vooral bij de service voor, maar bij lange rally's wordt er ook gebruik van gemaakt). De rotatie-energie wordt bij het raken van het bat van de tegenstander omgezet in snelheid naar links of naar rechts. De bal kan daardoor naast de tafel gaan. Een bal met deze rotatie zou op de tafel op dezelfde plek blijven liggen (dit wordt vaak gebruikt om te controleren of de bal wel precies rond is).
  • Blokken: hierbij houdt men eigenlijk het pallet recht tegen de getopspinde bal aan. Als er weinig topspin in de bal zit, kan men het bat vrij open houden. Maar hoe meer topspin er in de bal zit, hoe meer men het bat zal moeten sluiten. Ook kan men het bat helemaal stilhouden bij het blokken. Dit noem je passief blokken. Wordt een beweging naar voren gemaakt, is het actief blokken. De bal komt dan sneller weer bij je tegenstander.

Natuurlijk is het ook mogelijk om de bal zonder effect te slaan. Dit heet 'contra' slaan. Ook kunnen er combinaties van effecten gespeeld worden. Topspin kan gebruikt worden op een backspin geslagen bal zodat het effect wordt neutraliseert. Evenzo kan men een backspin geslagen bal beantwoorden met een topspin. Backspinnen op een bal met zijspin of topspin is echter niet zo verstandig omdat de bal dan veel te hoog of naast de tafel gaat. Een betere oplossing is om te topspinnen op een bal met zijeffect en zo lang mogelijk te wachten met de bal te slaan (zo verzwakt het effect een beetje). Om een effect te creëren moet de bal op een bepaalde manier geraakt worden. Dit is voor elk effect verschillend. Goede tafeltennissers kunnen deze effecten (voornamelijk bij de service) op elkaar laten lijken, met als doel de tegenstander te misleiden in het soort effect dat wordt gegeven. Als dit slaagt, zal deze waarschijnlijk wat hoger terugkomen of missen, in het eerste geval kan de bal vaak teruggespind of gesmasht worden.

Olympische Spelen[bewerken]

De speeltafel

Sinds 1988 is tafeltennis een olympische sport. Tot en met de Olympische Spelen van 2004 werd gestreden in het enkelspel en dubbelspel. Vanaf Peking 2008 is het dubbelspel vervangen door de landenwedstrijd.

Nuvola single chevron right.svg Zie Tafeltennis op de Olympische Zomerspelen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van olympische medaillewinnaars tafeltennis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Competities en kampioenschappen[bewerken]

  • In Nederland wordt sinds 1935 jaarlijks gestreden op het Nederlands kampioenschap tafeltennis, een serie toernooien waarin de beste spelers en speelsters met de Nederlandse nationaliteit uitkomen. Gedurende het jaar wordt met clubteams gestreden in een competitie, waarvan de eredivisie zowel bij de mannen als bij de vrouwen het hoogste niveau is. In de niveaus onder de eredivisie behelst een seizoen geheel los van elkaar staande na- en voorjaarscompetities. Teams van verschillende niveaus strijden daarnaast jaarlijks om de nationale beker in één alomvattend toernooi.
    Het niveau van de Nederlandse clubcompetities (en bekers) is anno begin 21e eeuw over het geheel gezien kwalitatief ondergeschikt aan dat van de Duitse Bundesliga en de Franse Pro A, de sterkste competities van Europa.
  • De Europese kampioenschappen tafeltennis worden sinds 1958 georganiseerd. Vanaf 2008 worden de EK jaarlijks gehouden.
  • De Europese top 12 is het belangrijkste tafeltennistoernooi voor de Europese spelers. Daarnaast is voor clubteams de European Champions League (Europa Cup I) het belangrijkste toernooi, gevolgd door de ETTU Cup (Europa Cup II).
  • De wereldkampioenschappen tafeltennis worden jaarlijks georganiseerd, met dien verstande dat sinds 2000 in de even jaren de WK voor landenteams worden georganiseerd en in oneven jaren de WK voor individuele tafeltennissers (enkel-, dubbel- en gemengd dubbelspel). Voor 2000 werden alle disciplines tijdens één tweejaarlijks evenement tegelijk afgewerkt. In 1999 (Eindhoven) en in 2011 (Rotterdam) werden de wereldkampioenschappen in Nederland georganiseerd.
  • De World Cup, een wereldbeker toernooi in het enkelspel dat sinds 1980 jaarlijks op de agenda staat voor mannen en sinds 1996 ook voor vrouwen. Er bestaat een aparte wereldbeker voor landenteams onder de naam WTC-World Team Cup. In 1990 en 1992 werd er voor zowel mannen als vrouwen tevens een World Doubles Cup georganiseerd, maar dat kreeg na deze twee edities geen vervolg meer.
  • De ITTF Pro Tour is sinds 1996 een jaarlijkse reeks internationale toernooien waarop de wereldtop punten kan verdienen om zich zo te kwalificeren voor de ITTF Pro Tour Grand Finals, het 'meestertoernooi' aan het einde van het seizoen. Hierop wordt vervolgens gespeeld om titels in het mannen enkelspel, vrouwen enkelspel, mannen dubbelspel, vrouwen dubbelspel, beloften jongens enkel (U21) en beloften meisjes enkel (U21). Sinds 2012 heet deze toernooireeks ITTF World Tour.
  • Waar in Europa EK's en Europese top 12-toernooien gespeeld worden, hebben Aziatische spelers soortgelijke evenementen in hun eigen werelddeel. Deze bestaan in de vorm van Aziatische Spelen (om de vier jaar, sinds 1958), Aziatische kampioenschappen (gehouden sinds 1952, stabiel om de twee jaar sinds 1968) en de Azië Cup (sinds 1983, zowel voor mannen als vrouwen alleen een enkelspeltoernooi).

Tafeltennisorganisaties[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. 23ste Belgische titel voor Saive; Tafeltennisactua; 4 maart 2012
  2. Eerste Belgische titel voor Mityukova; Tafeltennisactua; 4 maart 2012
  3. La Vilette Charleroi is landskampioen tafeltennis, Gazet van Antwerpen; 18 mei 2012
  4. Palmares Dames A; Website AFP Antwerpen
  5. Eerste enkelspeltitel voor Barry Wijers; Tafeltennis.nu; 4 maart 2012
  6. Li Jiao snelt naar achtste enkelspeltitel; Tafeltennis.nu; 4 maart 2012
  7. Wijzenbeek Westa landskampioen tafeltennis; AD.nl; 20 mei 2012
  8. Dames Lybrae Consultants landskampioen; NTTB; 17 mei 2012
  9. vttl.be
  10. kbttb.be
  11. ntbb.nl
  12. ittf.com (en)
  13. sporta.be