Plakker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Zie Plakker (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Plakker.

De plakker (Lymantria dispar) is een dagactieve nachtvlinder uit de familie Lymantriidae, de donsvlinders. De vlinder komt voor in het westlijk deel van het Palearctisch en als exoot in het gehele Nearctisch gebied.

De spanwijdte bedraagt tussen de 32 en 55 millimeter. De vrouwtjes zijn een stuk groter dan de mannetjes en vliegen minder goed. De mannetjes hebben zeer sterk geveerde antennen. De vrouwtjes hebben witte tot geelwitte voorvleugels met donkere zigzaglijnen. De voorvleugels van de mannetjes zijn bruin. Het vrouwtje zet de bruine tot geelachtige eieren af in bastspleten. Het legsel wordt afgedekt met een dikke laag geelbruine haren van haar achterlijf. De volledig ontwikkelde rupsen overwinteren in de eitjes. In het vroege voorjaar worden de jonge rupsjes met behulp van spinseldraden verspreid door de wind.

De rupsen kunnen tot 7 cm lang worden en zijn zeer variabel van kleur. Meestal hebben ze een grijze grondkleur en een geelachtige lijntekening. Op de eerste vijf segmenten zitten meestal twee rode en op de achterste zes twee blauwe rugwratten. De kop is licht geelbruin met op de voorzijde twee zwarte strepen. Ze verpoppen in een los spinsel in bastspleten van een boom of onder een steen.

Kop

Inhoud

[bewerken] Voorkomen in Nederland en België

In Nederland en België is de plakker een gewone soort, die echter in het noordoostelijke deel niet voorkomt. De vlinder komt vooral voor op de warmere plaatsen in open eikenbossen. Er komt één generatie per jaar voor. De vliegtijd is van halverwege mei tot en met augustus. Soms kan de plakker als plaaginsect optreden, vooral op eikenbomen.

[bewerken] Introductie in Noord-Amerika

De plakker werd in Noord-Amerika gebracht door Étienne Léopold Trouvelot, een Frans schilder en wetenschapper. Hij woonde in het dorpje Medford (Massachusetts) en onderzocht diverse kweken van niet-inheemse vlinders in een poging een alternatief voor de zijderups te vinden. De plakker ontsnapte in 1868. Trouvelot waarschuwde voor deze ontsnapping, maar er werd lauw gereageerd op diens waarschuwingen. In de daaropvolgende jaren ontwikkelde de plakker zich tot een ernstig plaaginsect, en werd door de staat Massachusetts zwaar bestreden. Desondanks breidde deze soort zich uit over een groot deel van Noord-Amerika.

[bewerken] Waardplanten

De rupsen leven van een groot aantal soorten loofbomen en struiken, zoals zomereik, ratelpopulier, boswilg, winterlinde, eenstijlige meidoorn, wilde appel en lijsterbes. Ook komt de rups in boomgaarden voor.

[bewerken] Externe links

volwassen vrouwtje
Rups

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Ellis, W.N. "De plakker in Amerika", Vlinders, jrg. 22, nr. 3, pp. 10-11.
  • Waring, P. en M. Townsend (2006) Nachtvlinders, veldgids met alle in Nederland en België voorkomende soorten, Baarn: Tirion.
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken