Plantenmorfologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Plantenmorfologie of fytomorfologie is de studie van de vormen, zoals de organen, bij planten. In wijdere zin omvat het ook de histologie en de cytologie van planten. Bij beschrijvend morfologisch onderzoek wordt getracht een "type" te ontdekken of een gemeenschappelijk bouwplan voor de soorten op te stellen. Zo kan dus een samenvatting gegeven worden van homologieën, en van evolutionair te verklaren overeenkomsten.

Beschrijvende botanie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Beschrijvende plantkunde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een belangrijk onderdeel van de plantenmorfologie is de beschrijvende plantkunde, die zich bezighoudt met terminologie ten behoeve van de botanische beschrijving van planten, zoals zaadplanten, varens of mossen.

Botanische beschrijving van vaatplanten[bewerken]

Bij de beschrijving van de vaatplanten worden achtereenvolgens levensduur en levensvorm, wortel, stengel, blad, bloem en vrucht beschreven[1]. Niet altijd komen alle organen en onderdelen daarvan voor. Er zijn ook gemodificeerde of afgeleide vormen van de 'standaard-vormen': zo heeft de bekerplant Nepenthes ook gemodificeerde bladen in de vorm van bekers.

1rightarrow blue.svg Zie Levensduur (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De levensduur van planten wordt ingedeeld op grond van hoe vaak een plant bloeit (eenmaal bloeiend of meermalen bloeiend) en het moment van bloeien, en bij de laatste groep op grond van eventuele verhouting van de stengels (kruidige plant of houtige plant).

1rightarrow blue.svg Zie Levensvorm voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij de beschrijving van de levensvorm wordt vaak de indeling naar Raunkiær gebruikt: fanerofyt, chamaefyt, hemikryptofyt, geofyt, helofyt, hydrofyt. Groeivormen wordt meer naar behoefte onderscheiden, zoals naaldbomen, bladverliezende loofbomen, struiken, dwergstruiken, lianen, klimplanten, pollen, hoge kruiden, breedbladige kruiden, rozetplanten, grasachtige kruiden.

1rightarrow blue.svg Zie wortel (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij de beschrijving van de wortel wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdwortel en bijwortels. Er zijn ook gemodificeerde wortels, zoals wortelknollen. Verder is de eventuele secundaire diktegroei van belang.

1rightarrow blue.svg Zie stengel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De stengels en takken en hun vertakkingssysteem zijn verder van belang. Er zijn ook gemodificeerde stengels, zowel ondergronds als bovengronds. De bladeren ontspruiten op de knopen. In de bladoksels ontstaan uit meristemen de tak-knoppen of bloemknoppen.

1rightarrow blue.svg Zie blad voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij bladeren is verder de bladstand (fyllotaxis) van groot belang. Er zijn ook gemodificeerde bladen. Bij voorbeeld de bekerplant Nepenthes heeft gemodificeerde bladen in de vorm van bekers, wat samenhangt met hun functie van val voor kleine dieren.

1rightarrow blue.svg Zie bloem (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bloemen kunnen beschouwd worden als verkorte stengels met vruchtbare en onvruchtbare gemodificeerde bladeren. Ze kunnen alleenstaand zijn of gerangschikt in een bloeiwijze. De bloemsteel is (indien aanwezig) vaak een gemodificeerde stengel.

1rightarrow blue.svg Zie vrucht (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De vrucht kan zeer complex zijn, maar meestal zijn de volgende onderdelen te onderscheiden: zaad, zaadhuid, kiem of embryo met het pluimpje, 1 of 2 zaadlobben, de wortel en het kiemwit of endosperm.

Botanische beschrijving van varens[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Varens voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Omdat het bovenstaande bouwplan niet goed past voor de varens heeft Zimmermann de teloomtheorie opgesteld om een verklaring te geven voor de vormenrijkdom. Voor de sporen, sporangia en gametangia (archegonium en antheridium) is er aanvullende terminologie.

levenscyclus van de mossen.

Botanische beschrijving van mossen, levermossen en hauwmossen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Mossen, Levermossen en Hauwmossen voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Mossen of Bryophyta worden hier opgevat in engere zin, dus naast de levermossen en de hauwmossen[2]. De morfologische beschrijving van mossen berust in veel sterkere mate op anatomische kenmerken dan die van de zaadplanten.

De haploïde fase van de gametofyt begint met de spore. Deze groeit uit tot een meer of minder vergankelijke protonema of voorkiem. Hierop groeien na enige tijd de mosknoppen die uitgroeien tot de bebladerde groeiwijze en groepering van de mosplant (soms groeivorm genoemd) van belang. De stengels kunnen weer op verschillende manieren vertakt zijn. Op de stengels en takjes staan de bladeren, waaraan weer verschillende onderdelen kunnen worden onderscheiden zoals bladbasis, oortjes, bladnerven, bladschede, bladschijf, bladschouder, bladtop, bladzoom, vleugels en lamellen.

De gametangiën (archegonium, antheridium) kunnen gegroepeerd zijn in gametoeciën, tezamen met de steriel parafysen. Voor de vegetatieve vermenigvuldiging dienen de broedlichamen en broedknoppen.

De diploïde generatie is de sporofyt. De bevruchting van de haploïde eicel door een spermatozoide levert een diploïde zygote. Hieruit groeit het embryo, dat zich verder ontwikkelt. De kapselsteel draagt aan het uiteinde het sporangium, sporogoon, of '(spore)kapsel'. Het peristoom levert daarvan de meeste en belangrijkste kenmerken op voor de beschrijving.

Referenties
  1. Lanjouw, J. 1968 Compendium van de Pteridophyta en de Spermatophyta.
  2. Touw, A, & W.V. Rubers 1989 De Nederlandse Bladmossen. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging.

Literatuur

Levensvormgroeivorm: boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel: bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde · secundaire diktegroei · centrale cilinder · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel ·
Stengel: bast · cambium · centrale cilinder · concaulescentie · diktegroei · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · uitloper · vertakking · wortelstok
Blad: ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · catafyl · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · steunblaadje · tongetje · tuitje · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore: anthotaxis · bijkelk · bloeiwijze · bloem · bloembekleedsel · bloembodem · bloemdek · bloemdekblad · bloemgestel · bloemkroon · bloemstengel · bractee · carpel · gametofyt · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmknop · hoogteblad · hypanthium · inflorescentie · integument · kegel · kelk · kelkblad · kroonblad · meeldraad · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · perianth · perigoon · petaal · pollenbuis · sepaal · sporangium · spore · sporofyt · stamper · stijl · strobilus · tepaal · vruchtblad · zaadbeginsel
Vruchtzaadkieming: cotyl · cryptocotylair · epigeaal · endosperm · fanerocotylair · hypogeaal · kieming · kiemwit · mierenbroodje · pluimpje · scarificeren · stratificatie · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadbeginsel · zaadhuid · zaadknop · zaadlijst · zaadlob · zygote
Morfologie & Anatomie: apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · kelk · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote

cat