Plantersaffaire
De Plantersaffaire was de arrestatie en executie van 66 planters (administrateurs) door de Japanners tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië.
Omschrijving [bewerken]
Eind 1942 werd in de regio Banjoewangi een groot aantal administrateurs (planters) van ondernemingen gearresteerd op verdenking van financiële ondersteuning van verzetsgroepen; zij werden geïnterneerd in het Keselirkamp. De contacten met de verzetsgroepen werden echter ook vanuit dit kamp onderhouden en door enkele planters werd in kleine kring een plan besproken op welke wijze, in het geval van een geallieerde invasie, hulp geboden kon worden en hoe een ondersteuningsgroep samengesteld kon worden. Door verraad werd de kampleiding ingelicht en het gevolg was dat de Kempeitai 30 administrateurs, verdacht van samenzwering, overbracht naar de gevangenis te Djember. Vervolgens werd er in de regio een grootscheepse razzia gehouden, waarbij omstreeks 500 personen werden gearresteerd. Deze razzia was klaarblijkelijk bedoeld om de bevolking af te schrikken want deze 500 man werden later weer in vrijheid gesteld.
De eerste groep van 30 aangehouden administrateurs werd eind mei dan wel begin juni 1943 in een bos in de buurt van Djember geëxecuteerd. Omstreeks juni 1943 werd, als gevolg van intern verraad, een tweede groep, bestaande uit 36 administrateurs, door de Kempeitai in het Kesilirkamp aangehouden en naar de gevangenis van Djember overgebracht; deze gevangenen werden op 3 juli 1943 geëxecuteerd te Lengkong. De massagraven werden pas in 1948 door de Opsporingsdienst Overledenen en een NEFIS-team gevonden.
Namenlijst geëxecuteerden [bewerken]
|
|
|
|
| Portaal KNIL |
Bronnen, noten en/of referenties
|