Plasmine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Plasmine is een glycoproteïne dat een grote rol speelt in de fibrinolyse: het oplossen van bloedstolsel. Het kan fibrinogeen, fibrine, prothrombine, factor V en factor VIII afbreken waardoor het de bloedstolling teniet doet.

Plasmine wordt omgezet uit plasminogeen onder invloed van tissue plasminogen activator (t-PA) en urokinase. Wanneer de bloedprop zich vormt zal fibrine plasminogeen opnemen en mee nemen in het stolsel. T-PA, met kleine beetjes vrijgelaten uit het vaatwandendotheel, zal in de bloedklont plasminogeen omzetten naar plasmine. De propafbraak start dus van binnen uit. Wanneer het plasmine het trombine doorbroken heeft komt het vrij in het bloed waar het verder zijn functie uitoefent. Hier zullen echter anti-plasmines plasmine afbreken om de stolling en fibrinolyse in balans te houden.

Plasmine is belangrijk, omdat het via bovenstaande wijze, de kleinste bloedvaatjes in het lichaam vrij kan houden, wanneer deze verstopt raken met een bloedklont.

Referenties


  • AC Guyton, JE Hall. Medical Physiology, 11 ed. Elsevier, Philadelphia (USA), 2006, p. 464.