Plattelandsnijverheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Plattelandsnijverheid wordt ook wel het putting-out systeem of het Verlagsystem genoemd. Een zelfstandige ondernemer leverde als tussenhandelaar grondstoffen aan de boeren. De boerinnen sponnen en boeren weefden. De ondernemer kocht het afgewerkte product op en had daarmee goedkoop exporttextiel.

Vanaf de periode van 1800 tot 1850 werd de plattelandsnijverheid weggeconcurreerd door het fabriekssysteem van de industrialisatie.

Door de opkomst van breedbandinternet en de verbetering van de IT-infrastructuur in meer perifeer gelegen gebieden is de plattelandsnijverheid echter op een andere manier en kleinere schaal teruggekeerd. Het gaat dan doorgaans om zakelijke dienstverleners die als zzp'ers hun werkplek bij huis hebben en daarbij niet of minder gebonden zijn aan de vestiging van andere bedrijven en/of klantenkring in de buurt. Hierdoor kunnen zij ook actief zijn vanaf locaties op het platteland die verder van stedelijke centra liggen. Het internet wordt door hen onder andere gebruikt voor hun klantcontacten, acquisitie, sociale netwerken en bedrijvennetwerken. Dergelijke plattelandsnijverheid wordt ook wel aangeduid met het Engelse 'cottage industry'. Niet zelden trekken dergelijke zzp'ers in leegstaande bedrijfspanden of vrijkomende agrarische bebouwing, omdat deze relatief eenvoudig om te vormen zijn voor de vestiging van andersoortige bedrijvigheid. Voorbeelden van dergelijke plattelandsnijverheid zijn adviseurs, trainers en coaches of webdesigners. Niet zelden worden door dergelijke ondernemers ook nevenbedrijven geëxploiteerd, waarvan zij niet afhankelijk zijn, maar die 'erbij' worden gedaan als uitdaging of om sociale contacten op te doen. Dergelijke activiteiten hebben een sterkere relatie met de plek van vestiging. Het gaat dan om bedrijvigheid als bed & breakfast, een camping of de verkoop van boeken, antiek of eigengekweekte groenten of eigengeteeld fruit.

Zie ook[bewerken]