Pluimveehouderij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit 1930 over de werkzaamheden op een pluimveebedrijf
Eenden en kippen

Pluimveehouderij is de tak van veeteelt waarbij vogels gehouden worden, het zogenaamde pluimvee. De vogels worden gehouden voor vlees of eieren.

Kippen worden zowel voor het vlees als voor de eieren gehouden. Vroeger werden de vrouwelijke dieren (hennen) gebruikt voor de eierproductie en de mannelijke dieren (hanen) werden vetgemest en geslacht.

Tegenwoordig worden er voor de commerciële pluimveehouderij speciaal dieren gefokt voor de productie van eieren en voor de productie van vlees. De kippen voor de productie van eieren heten leghennen en de dieren voor de productie van vlees heten vleeskuikens.

Kalkoenen, eenden, ganzen en parelhoenders worden gehouden voor het vlees.

Geschiedenis[bewerken]

Vogels zijn vermoedelijk reeds voor 6000 v.Chr. gedomesticeerd in Zuidoost-Azië. In de tijd van het Romeinse Rijk is de pluimveehouderij doorgedrongen in Europa.

Productiekolom[bewerken]

Kippen met vrije uitloop

Bij de moderne pluimveehouderij zijn de werkzaamheden verdeeld over gespecialiseerde bedrijven. De opbouw van de productiekolom kan worden voorgesteld in de vorm van een piramide. Bovenaan, in de top, zijn maar enkele bedrijven welke voor vermeerdering van pluimvee zorgen (fokbedrijven, broederij). Naarmate men verder kijkt in de productiekolom (opfokbedrijven, leghennenbedrijven, vleeskuikenbedrijven), wordt de basis steeds breder en zijn er dus meer bedrijven betrokken.

De productiekolom van de legpluimveesector bestaat uit:

  • fokbedrijven voor het maken van de broedeieren waaruit de leghennen komen
  • broederijen waar de eieren uitgebroed worden en de kuikens uit het ei komen
  • opfokbedrijven die de kuikens opfokken tot legrijpe hennen
  • leghennenbedrijven waar de hennen de eieren leggen
  • eierverzamelaars, eierveilingen, groothandelaren en pakstations die zorgen voor het verpakken en de distributie van de eieren.

De productiekolom van de vleespluimvee bestaat uit:

  • fokbedrijven voor het maken van de ouders van de vleeskuikens
  • opfokbedrijven die de ouders van de vleeskuikens opfokken
  • vermeerderingsbedrijven waar de broedeieren waar de vleeskuikens uitkomen geproduceerd worden.
  • broederijen waar de broedeieren uitgebroed worden en de vleeskuikens uit het ei komen
  • vleeskuikenbedrijven waar de kuikens opgroeien tot slachtrijpe dieren
  • slachterijen waar deze dieren geslacht worden
  • pluimveevleesuitsnijderijen waar het vlees verwerkt wordt tot filet, drumsticks enz.
  • groothandelaren die zorgen voor de distributie van het vlees

Nederland[bewerken]

In de Nederlandse pluimveehouderij worden de volgende dieren gehouden:

  • kippen
  • kalkoenen
  • eenden
  • ganzen
  • parelhoenders
  • in mindere mate houdt men ook wel struisvogels.

Omvang van de verschillende sectoren in de pluimveehouderij in 2014 en 2005:

aantal 2014 aantal 2005 productie 2005
Bedrijven 2.180 3.100
Kippen totaal 103.038.000 92.914.000
Leghennen (>18wkn) 34.780.000 30.513.000 9.200.000.000 stuks eieren
Vleeskuikens 47.020.000 44.496.000 550.600 ton vlees
Kalkoenen 793.900 1.245.000 32.200 ton vlees
Eenden en overig pluimvee 905.000 1.305.000 13.300 ton vlees

(bronnen: CBS en Statistisch jaarrapport PVE 2005)

De omvang van de alternatieve vleeskuikenhouderij is relatief klein. Het grootste deel van het pluimveevlees wordt op de gangbare manier geproduceerd.

Een groot deel van de eieren wordt op een alternatieve manier geproduceerd. De verschillende huisvestingsmethodes voor leghennen zijn (met het aantal geproduceerde eieren in 2005):

Kuikensterfte[bewerken]

De kuikensterfte op de broederijen is groot. Ieder jaar worden er in Nederland 500 miljoen kuikentjes gebroed. Naar schatting sterven 5 miljoen kuikens jaarlijks omdat broederijen de kuikens dagenlang zonder voer en water laten zitten nadat ze uit het ei zijn gekomen [1]. Daarnaast worden er in de pluimveesector jaarlijks zo'n veertig miljoen ééndagshaantjes gelijk na hun geboorte gedood[2]. Deze haantjes zijn economisch gezien waardeloos; ze kunnen geen eieren leggen en doen er te lang over om het gewicht van een vleeskip te bereiken. Het duurt veertien weken voordat de haantjes twee kilo wegen. Deze kuikens worden (vaak) onverdoofd versnipperd of vergast [3]. Dit gebeurt bij de productie van alle soorten eieren: biologische eieren, vrije-uitloopeieren, scharreleieren en legbatterij eieren.

Vestigingsplaatsen van pluimveehouderijen[bewerken]

De meeste pluimveehouderijen zijn te vinden op zandgronden. Vooral te vinden in Noord-Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel. De reden is dat op die van oudsher weinig vruchtbare gronden, graan verbouwd kon worden dat door het vee gegeten kon worden en de mest er goed gebruikt kon worden om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren.

Tegenwoordig is de vestigingsplaats niet meer afhankelijk van de plaats waar voer geproduceerd en mest gebruikt kan worden. Heel veel van de bestanddelen van het voer worden namelijk geïmporteerd en de mest wordt met vrachtwagens gebracht naar waar het gebruikt kan worden. Er wordt zelfs mest naar Duitsland geëxporteerd.

In Barneveld bevindt zich het Nederlands Pluimveemuseum, dat geheel gewijd is aan de geschiedenis van de pluimveehouderij.

Referenties[bewerken]

  1. [1]Radar uitzending "Kuikensterfte in broederijen"
  2. [2]Steenvoort, Martine. "Dijksma: kwallen-gen kan miljoenen ééndagshaantjes redden." Trouw. 6 juni 2013.
  3. [3] Waardeloze Haantjes