Plundering
Plundering is het eigenmachtig in bezit nemen van achtergelaten goederen en levende have als onderdeel van een militaire overwinning of tijdens een catastrofe of maatschappelijke onrust, zoals gedurende een oorlog, natuurramp, een rel of een terroristische aanslag.
Het onvermogen van de autoriteiten om burgers en hun bezittingen te beschermen kan veel oorzaken hebben, zoals een onvoldoende opgewassen zijn tegen overmacht in de vorm van natuurrampen en terroristische aanvallen en het uitvallen van belangrijke communicatievoorzieningen. Vooral bij natuurrampen zouden de overlevenden zich het voor overleving noodzakelijke toe-eigenen. Hoe hier op te reageren is vaak een dilemma voor de autoriteiten: de overheid staat voor de taak de orde te handhaven, maar dient tevens de getroffen burgers zo veel mogelijk te ontzien en verdere escalatie door averechtse repressie te voorkomen.
Inhoud |
[bewerken] Oorzaken van plundering bij rampen
Plundering is vaak opportunistisch: het klaarblijkelijk ontbreken van gezag stelt kwaadwillende personen in staat straffeloos te stelen. Door navolging neemt het dan in omvang toe, wanneer blijkt dat er toch niet tegen opgetreden wordt (zie ook massapsychologie). De daders zouden ook veronderstellen dat indien de goederen niet gestolen worden, deze anders wel verloren zouden gaan; zij zien hun daad dan als een keuze tussen twee kwaden. Ook kan de plunderaar stellen dat indien hij de spullen niet zelf steelt, iemand anders dit toch wel zou doen. Plunderaars bij rampen zijn doorgaans personen die zelf op de plek van de ramp wonen en hun geleden schade zouden willen compenseren.
In extreme omstandigheden kan plunderen de enige uitkomst blijken om zichzelf en lotgenoten in onmiddellijk levensonderhoud te voorzien. Dan zou dit eerder een door de noodsituatie te rechtvaardigen poging tot overleven dan als een "ongerechtvaardigde verrijking" moeten worden beschouwd. Bij lang niet elke "buit" (bijv. het wegnemen van luxegoederen) is dit echter aannemelijk.
In sommige gevallen lijkt er door de situatie geen alternatief te bestaan voor het bemachtigen van belangrijke goederen middels "plundering": na orkaan Katrina in 2005 bijvoorbeeld waren politieagenten genoodzaakt benzine te "plunderen" uit verlaten auto's om hun eigen auto's van brandstof te voorzien en moesten dokters onder politiebegeleiding geneesmiddelen e.d. uit apotheken halen. In dergelijke gevallen kan dan sprake zijn van een noodzakelijke confiscatie, of van delicten waarbij door de daders een beroep op noodtoestand als rechtvaardigingsgrond of strafuitsluitingsgrond zou kunnen worden ingeroepen. Dit geldt dan doorgaans wel het delict diefstal, maar niet wanneer dit met geweldpleging gepaard zou gaan.
[bewerken] Maatregelen tegen plundering
In veel landen, zelfs in Westerse democratieën die normaal gesproken de doodstraf afzweren kunnen buitengewone maatregelen genomen worden tegen plunderaars in het geval van een crisis. Plunderaars mogen zomaar neergeschoten worden door de politie, het leger of eigenaren van spullen. Zware maatregelen, samen met indrukwekkend machtsvertoon helpen plunderen te ontmoedigen. Dit is ook een veel voorkomende politiemaatregel om te voorkomen dat rellen escaleren.
Het beschieten van plunderaars kan ook verdere schade aan de economie voorkomen. Dit toont echter ook de relatieve waarde tussen de economie en een mensenleven in sommige maatschappijen.
[bewerken] Plundering rond de wereld
Zonder een politiemacht of andere sturende macht aanwezig zal plunderen bijna altijd gebeuren in grote rampen en crisissituaties. Hieronder staan enkele voorbeelden.
- Na de dood van Valentinianus III in 455 vielen de Vandalen Rome binnen en plunderden de stad.
- Tijdens de Aziatische financiële crisis in 1997/1998 werd er geplunderd in grote delen van Indonesië.
- Tijdens de terroristische aanslagen op 11 september 2001 werden veel geldautomaten in New York City overvallen.
- Nadat in 2003 de Verenigde Staten Irak innamen, leidde de afwezigheid van Iraakse politie ertoe dat plunderaars overheidsgebouwen, winkels, bedrijven en woongebouwen overvielen, onder meer het Nationaal Museum van Irak. De zeer grootschalige plunderingen betekenden een schade van miljarden dollars. Het Amerikaanse leger had de opdracht niet in te grijpen.
- Na de presidentsverkiezingen in Kenia in december 2007 braken etnische onlusten uit, die gepaard gingen met plunderingen.
[bewerken] Zie ook
| Nederlandse Wet | ||
|---|---|---|
| Wet(boek): Militair Strafrecht | Artikel: 156 | Omschrijving:
|
| Zie de categorie Looting van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |