Plurale tantum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een plurale tantum (meervoud: pluralia tantum) is een woord dat of woordgroep die de vormkenmerken heeft van een meervoud, terwijl er geen overeenkomstige enkelvoudige vorm bestaat.

Indeling van zelfstandige naamwoorden[bewerken]

De zelfstandige naamwoorden van het Nederlands zijn onder te verdelen in telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden. De telbare hebben zowel een enkel- als een meervoud. De niet-telbare hebben hetzij de kenmerken van een enkelvoud, hetzij die van een meervoud.

Syntactische en semantische eigenschappen[bewerken]

Behalve de vormkenmerken zijn ook de syntactische eigenschappen van pluralia tantum die van meervouden: als zij onderwerp van de zin zijn, staat het erbij behorende werkwoord in het meervoud; voornaamwoorden die erbij horen, zijn ook voornaamwoorden van het meervoud.

Semantisch verschillen zij van de eigenlijke meervouden doordat zij niet in contrast staan met een bijbehorend enkelvoud. Ze duiden niet op afzonderlijke eenheden, en daardoor kan er ook geen bepaald hoofdtelwoord voor staan:

  • Ik heb wel twintig onkosten gemaakt. foutief

De hoeveelheid kan in veel gevallen worden benadrukt, maar niet altijd:

  • Ik heb erg veel/weinig/heel wat/20 euro onkosten gemaakt
  • Mark is nog nooit zo ziek geweest; hij heeft erg veel waterpokken foutief

Zij geven dan ook niet zozeer een meervoud aan als een veelheid, en die veelheid kan soms als een continuüm worden gezien en kan ook worden gekwantificeerd (vandaar weinig, maar ook veel onkosten).

Voorbeelden[bewerken]

Nederlands[bewerken]

Enkele semantische gebieden in het Nederlands laten vrij veel pluralia tantum zien:

organen
hersenen, ingewanden
ziekten
mazelen, pokken, waterpokken
financieel en zakelijk
financiën, activa en passiva, onkosten, kosten, bescheiden, paperassen, notulen, sommige financiële sommen, zoals onkosten, met name in bepaalde (meestal juridische) contexten, waaronder auteurs-, in- & uitvoer-rechten
groepen, zoals volkeren en volkerengroepen
Roma, Sinti, Inuit, taliban, illuminati

Daarnaast komen zij voor in enkele

vaste uitdrukkingen
aanstalten maken
op de hurken zitten
bij de lurven pakken,

soms overlevend nadat het woord zelf in onbruik geraakte, bijvoorbeeld in de luren leggen

maar niet in: het houdt de gemoederen bezig

en nog bij een verscheidenheid van andere woorden, bijvoorbeeld:

kapsones, troebelen, watten, consorten.

Bijzonder meervoud[bewerken]

Sommige woorden hebben weliswaar een enkelvoudige vorm, maar worden in een bepaalde betekenis alleen in het meervoud gebruikt; in het enkelvoud kunnen zij die betekenis niet hebben:

  • Die schadepost was niet in de boeken opgenomen. (de boekhouding)
  • Ze is uiteindelijk toch letteren/medicijnen gaan studeren. (letter- of taalkunde/geneeskunde of farmacie)

Bij een woord als kleren bestaat de enkelvoudsvorm nog wel (kleed), maar het meervoud is hiervan geïsoleerd geraakt en heeft zelfs een wat andere betekenis gekregen.

Leenwoorden[bewerken]

Pluralia tantum die zijn ontleend aan andere talen worden niet altijd als zodanig herkend. Zo wordt data in de betekenis "gegevens", oorspronkelijk een meervoud in het Latijn, door sommige taalgebruikers (zowel in het Engels als in het Nederlands) nog als meervoud onderkend, maar door andere niet meer. Overigens is data ook het meervoud van datum, dat afzonderlijk is ontleend, maar doorgaans een specifiek chronologische betekenis heeft.

Sommige woorden zijn speciaal ontleend aan — of zelfs geconstrueerd in (Neo-)Latijn om een collectief meervoud uit te drukken door een Latijns onzijdig meervoud, inzonderheid eindigend op -(al)ia, zoals personalia, varia, of op -ana, zoals americana

Eigennamen[bewerken]

Sommige eigennamen kunnen als verzamelnaam worden gezien, maar toch één ondeelbaar geheel aanduiden, en zijn pluralia tantum:

een aantal geografische namen
de Tropen
eilandengroepen: de Azoren, de Balearen
gebergten: de Alpen, de Dolomieten
enkele aanduidingen van perioden
de middeleeuwen,[1] kinderjaren, apen- of vlegeljaren, wittebroodsweken
enkele bestuurscollectieven
de Staten-Generaal, Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten

Andere talen[bewerken]

De indeling telbaar — niet-telbaar (alleen enkelvoud — alleen meervoud) is verre van universeel; er bestaan talen waarin er geen onderscheid wordt gemaakt tussen "enkelvoud" en "meervoud" bij zelfstandig naamwoorden. In aan het Nederlands verwante talen vindt men wel pluralia tantum. Enkele voorbeelden:

  • Het Engels heeft een groep woorden die meervoud zijn doordat ze "tweeledigheid" aanduiden (customs "douane", trousers "broek", scissors "schaar"); enkele woorden die op -s eindigen (congratulations "felicitaties", tropics "Tropen") en een aantal juist niet op -s (vermin "ongedierte", people "mensen; men").
  • In het Frans zijn obsèques ("uitvaart") en ciseaux ("schaar") pluralia tantum.
  • In het Sanskriet is āpah ("water") een plurale tantum.
  • Het Italiaans kent o.a. forbici (schaar) en occhiali (bril).

Bij het vertalen, zeker ook in de vreemde taal, levert dit wel eens problemen op: waar de ene taal een plurale tantum heeft, is dat in de andere daarom nog niet het geval, bijvoorbeeld bij sommige woorden in het Latijn: insidiae betekent hinderlaag. Het wordt vertaald met een enkelvoud, maar in het Latijn staat het in het meervoud: -ae.

Etymologie[bewerken]

Plurale is Latijn voor "meervoudig", terwijl het Latijnse tantum hier "slechts" betekent. Plurale tantum beduidt dus letterlijk "slechts meervoud(ig woord)". Wil men het over meerdere dergelijke woorden hebben, dan moet de uitdrukking dus in het meervoud worden gezet: pluralia tantum, "slechts meervoudig(e woorden)".

Plurale en pluralia zijn onzijdig, en verwijzen naar een weggelaten hoofdwoord verbum/verba, "woord/woorden". Daarnaast komen in de vakliteratuur pluralis en het meervoud plurales voor; dan is de verwijzing naar een, al dan niet genoemd, mannelijk of vrouwelijk hoofdwoord als numerus/numeri, "getal/getallen".

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Drs. P gebruikt het woord "middeleeuw" omwille van het komisch effect in zijn lied "Keplinke pling":
    Dit is een tijd van boos gerucht
    Van duivelswerk en grove klucht
    Van zwarte pest en rode sneeuw
    Kortom, dit is een middeleeuw