Poetica (Aristoteles)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste pagina van de Poetica in het oorspronkelijke Grieks

Poetica (oorspronkelijk Περι ποιητικής, ca. 335 v.Chr.) is een werk van de Griekse filosoof Aristoteles, dat bekendstaat onder zijn vertaalde Latijnse naam. In het werk geeft Aristoteles zijn opvatting weer over poëzie, waar destijds ook lyriek, epiek en drama onder begrepen waren. Hij tracht "poëzie" uit te leggen aan de hand van de verschillende genres en onderdelen. Zijn analyse van de tragedie vormt de kern van zijn betoog. Het boek is ook op te vatten als Aristoteles' antwoord op Plato's denigrerende opvatting over kunst.[1]

Inhoud[bewerken]

Aristoteles verdeelde poëzie in drie genres: tragedie, komedie en epiek. In het eerste boek van zijn Poetica houdt hij zich bezig met het epos en vooral met de tragedie, terwijl een tweede boek waarin hij de komedie behandelde verloren is gegaan. Een uiteenzetting over de Griekse theorie van de komedie is ook te vinden in de Tractatus Coisslinianus, een 10e-eeuws manuscript uit de verzameling van Henri Charles de Cambout de Coislin. De behandeling van de komedie in de Tractatus toont invloed van Aristoteles, wat doet vermoeden dat het wel eens om een kopie kan gaan van een verloren werk van Aristoteles. Volgens deze bron zou ook komedie, net zoals de tragedie, een catharsis teweeg moeten brengen, dit keer echter door de lach en het plezier.[2]

Wat ons overgeleverd is als de Poetica is waarschijnlijk niet de volledige tekst. Zoals heel wat van Aristoteles’ andere teksten werd immers ook de Poetica door zijn leerlingen gekopieerd. In elk geval beschikken we over aanwijzingen dat van de Poetica een uitgebreidere versie bestond. Veel van Aristoteles’ teksten zijn ons trouwens overgeleverd dankzij kopieën van zijn leerlingen.[3]

Aristoteles' Poetica gaat hoofdzakelijk over zijn onderzoek van de tragedie, die hij als volgt definieert.

Aanhalingsteken openen

De tragedie is een nabootsing van een nobele actie. De taal van de verschillende delen van het toneelstuk is verfraaid met ritme, melodie en zang. Deze imitatie wordt getoond door middel van de acties van de personages, niet door een vertelling.[4] Het drama bevat voorvallen die door medelijden en vrees tot een catharsis van deze emoties leiden[5]

Aanhalingsteken sluiten

De Poetica maakt samen met de Retorica deel uit van Aristoteles’ studie van de esthetiek.

Terminologie in de Poetica[bewerken]

Receptie[bewerken]

De Poetica was in zijn tijd niet erg invloedrijk en werd meer als een geheel gezien samen met de meer bekende "Retorica". Retorica en poëzie werden toen immers nog niet als afzonderlijk beschouwd zoals later wel gebruikelijk werd. In latere tijden zou de Poetica wel heel invloedrijk worden. Vooral de opvatting van tragedie tijdens de verlichting is schatplichtig aan de Poetica.

In de middeleeuwen circuleerde er een Arabische vertaling van de Poetica op basis van een Grieks manuscript dat van vóór het jaar 700 dateerde. Dit manuscript was uit het Grieks naar het Syrisch vertaald en verschilt van de tegenwoordig geaccepteerde elfde-eeuwse bron, aangeduid als manuscript "Parijs 1741". De Syrische bron die voor de Arabische vertaling was gebruikt, verschilde in woordenschat aanzienlijk van de originele Poetica en leidde tot een verkeerde interpretatie van de ideeën van Aristoteles die de gehele Middeleeuwen duurde.

Van Aristoteles’ Poetica bestaan er twee verschillende Arabische interpretaties; een van Abu Nasr al-Farabi en een van Averroes. Al-Farabi spant zich in zijn verhandeling in om poëzie tot het logische vermogen van de expressie te maken, waarmee hij het geldigheid verleende in de islamitische wereld. Averroes’ commentaar poogt zijn beoordeling van de Poetica te laten harmoniëren met die van al-Farabi, maar slaagt er uiteindelijk niet in om het morele doel dat hij aan poëzie toeschrijft met al-Farabi’s logische interpretatie te verzoenen. Hoe dan ook werd Averroes versie van de Poetica in het westen aanvaard doordat het vanuit westers humanistisch gezichtspunt relevant was. Af en toe gaven de middeleeuwse filosofen zelfs de voorkeur aan Averroes' interpretatie boven de betekenis die Aristoteles oorspronkelijk had bedoeld. Het is hoe dan ook dankzij de Arabische literaire cultuur dat Aristoteles’ Poetica aan ons is overgeleverd.

Culturele referenties[bewerken]

  • Zowel het overgeleverde eerste boek als het verloren tweede boek van de Poetica speelt een belangrijke rol in Umberto Eco's roman De naam van de roos.

Tekst[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Zo ziet Plato in de dialoog 'Staat' kunst als imitatie van een object dat zelf slechts een afspiegeling was van de ware 'vormen' of ideeën.
  2. Encyclopaedia Britannica 2008 Ultimate Reference Suite
  3. Het duidelijkste voorbeeld hiervan is de Nicomacheïsche ethiek, genoemd naar Nicomachus wiens naam nu met de tekst verbonden is. Het echter ook mogelijk dat de naam verwijst naar Aristoteles’ vader Nicomachus, over wie hij zelf zegt veel verschuldigd te zijn voor zijn vroegste begrip van ethiek.
  4. Een heel modern klinkend concept, dat bijvoorbeeld nog steeds wordt toegepast in hedendaagse filmscenario's: niet vertellen, maar tonen.
  5. Rhetoric and On Poetics - The Franklin Library (1981) p. 209, 210. Poetica 6