Pogrom van Safed (1834)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bewaard gebleven brief aan de Joodse gemeenschap in Londen, waarin de pogrom wordt omschreven.

De pogrom van Safed van 1834 (Hebreeuws: ‎ביזת צפת בשנת תקצ"ד) was een aanval op de Joodse gemeenschap van de stad Safed. De pogrom begon op zondag 15 juni 1834, de dag na de joodse feestdag Sjavoeot (wekenfeest). In deze periode was het land Palestina een onderdeel van het Ottomaanse Rijk.

In 1830 woonden in de stad Safed circa 4000 Joden, ongeveer de helft van de toenmalige bevolking.[1] De Joden van Safed waren eerder al het doelwit geweest van pogroms, namelijk in 1517 en 1660. Daarna bleef het eeuwenlang relatief rustig. In 1831 werd het onrustiger in de omgeving door opstanden van verschillende bevolkingsgroepen en in 1833 werd de Joodse wijk geplunderd.

Een jaar later, in 1834 resulteerde het invoeren van nieuwe belastingwetten in een massale opstand. De meeste bronnen beweren dat de aanstichters van de pogrom de heersende wetteloosheid gebruikten als een kans om de Joden aan te vallen.[2] De islamitische geleerde Farhi beschreef hoe verschillende Joden werden vermoord en verkracht. Velen vluchtten de stad uit. In mei 1934 schreef de historicus en journalist Eliezer Rivlin (1889-1942) in een artikel in de krant Haaretz een gedetailleerd artikel over de aanval. Het hoofd van de gemeenschap, Rabbi Israël van Shklov werd met de dood bedreigd en een oog werd uitgestoken. Rivlin omschrijft hoe vele Joden werden doodgeslagen. Dertien synagogen werden samen met hun waardevolle Thora-rollen vernietigd. Waardevolle antieke boeken van de 14e-eeuwse rabbijn Isaac Abuhab gingen verloren. Joodse huizen werden geplunderd en in brand gestoken nadat plunderaars gezocht hadden naar verborgen goud en zilver. Sommige Joden vluchtten naar een nabijgelegen fort, waar ze een paar weken lang stand hielden.

Geen van de bronnen geeft aan hoeveel doden er bij deze pogrom vielen. Historici denken dat dit aantal relatief gering is. Veel bronnen vermelden wel een groot aantal (zwaar)gewonden. Na circa 30 dagen werd de rust hersteld en keerden de Joden terug naar hun grotendeels verwoeste woningen. Van de gestolen spullen wordt weinig teruggevonden.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Studies on Palestine during the Ottoman period, pagina 67. De bewuste quote luid als volgt: Up to 1837 the population of Safed showed an increase. A considerable number of sources report a population of 7000-8000, with half, or even more than half, being Jews
  2. History of Palestine: From the Ottoman Conquest to the Founding of the State of Israel