Neuspoliepen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Polyposis nasi)
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Neuspoliepen
Polyposis nasi
ICD-10 J33
ICD-9 471
MedlinePlus 001641
eMedicine ent/334ent/335
MeSH C09.603.557
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Polyposis nasi is een aandoening waarbij slijmvlieszakken gevormd worden in de neus en/of bijholten. In het Nederlands heet dit neuspoliepen, niet te verwarren met de adenoiden. Dit gezwel heeft een vale en grijze, gelige of roze schijn en is van zichzelf goedaardig, maar zorgt vaak voor allerlei hinderlijke bijwerkingen.

Ontstaan[bewerken]

Neuspoliepen, hier voorin de neus te zien als een rozige massa.

Neuspoliepen ontstaan heel vaak in een van de zeefbeenholten. Vanaf daar groeien ze geleidelijk aan en zakken zo de neusholte in.[1]

Oorzaken[bewerken]

Er zijn twee theorieën over het ontstaan van polyposis nasi.

De eerste gaat uit van een opstopping van bloed in het neusslijmvlies. Een probleem in de afvoer van bloed zou het slijmvlies aanzetten tot groei.

De tweede gaat uit van een scheur in het slijmvlies. Het genezingsproces zorgt voor granulatieweefsel, dat bedekt wordt door epitheel en zo woekering veroorzaakt.

De vorming van neuspoliepen wordt naar alle waarschijnlijkheid door de volgende factoren - veelal in combinatie - in de hand gewerkt:

Diagnose[bewerken]

Neuspoliepen kunnen soms, als ze erg groot zijn, al door een huisarts worden gezien. Wanneer ze hoog in de neus gelegen en/of klein zijn, kan de KNO-arts met een endoscoop verder in de neus kijken om ze te ontdekken.

Slachtoffers en mogelijke verkeerde diagnoses[bewerken]

Neuspoliepen komen bij kinderen zelden voor. Als poliepen worden gezien bij kinderen dient altijd taaislijmziekte (mucoviscidose) te worden uitgesloten. Daarnaast moet gedacht worden aan de mogelijkheid van een andere diagnose bij klinische symptomen die tevens op neuspoliepen kunnen wijzen, zoals een meningocoele of een encephalocoele (een aangeboren misvorming van de schedel waardoor de hersenen uitstulpingen kunnen vertonen).

Bij volwassenen komen vaker neuspoliepen voor, meestal tweezijdig. Ze treden het meest op in de leeftijd van 30 tot 40 jaar en bij mannen vier keer zo vaak als bij vrouwen.[2][3]. Een neuspoliep kan met een andere aandoening verward worden, zoals hyperplasie van de onderste neusschelp, een verdubbeling hiervan, een angiofibroom, of een hemangioom. Daarnaast moet bij eenzijdige neuspoliepen en/of als het gezwel een niet geheel normaal uiterlijk heeft, rekening worden gehouden met een kwaadaardig gezwel. Tevens kan dit een teken zijn van kaakholteontsteking.[3]

Complicaties[bewerken]

Neuspoliepen uiten zich onder meer in de volgende lichamelijke symptomen (waarvan sommige erg lijken op die van een verkoudheid):

  • Heel vaak is er sprake van een loopneus (rinorroe).
  • Vaak heeft de patiënt een gevoel van neusverstopping. Dit gevoel verergert meestal in liggende houding, hierdoor kunnen tevens slaapstoornissen ontstaan.
  • Snurken is een andere veel voorkomende zijdelingse complicatie bij neuspoliepen.
  • De patiënt kan vaak moeilijk ademen door de neus en zal hierdoor geneigd zijn over te gaan op ademhalen door de mond. Dit laatste is echter minder gezond dan ademen door de neus, veroorzaakt vaak een droge mond en verhoogt de vatbaarheid voor cariës.
  • In de neus ontstaan tevens veel moeilijk reinigbare nissen als gevolg van de neuspoliepen. Infectie is ook een mogelijkheid en een reden voor preventieve therapie.

Geassocieerde aandoeningen[bewerken]

Opvallend is dat veel lijders aan polyposis nasi allergisch zijn voor aspirine of stuifmeel. Ook een verhoogde bloeddruk komt voor in 46% van de gevallen. Astma is beperkt geassocieerd, slechts 7% van de mensen met neuspoliepen heeft astma. Ook mucoviscidose komt vaak voor bij neuspoliepenlijders: tussen de 5 en de 25% (afhankelijk van welk onderzoek).

Behandeling[bewerken]

Vroeger werden de poliepen vaak verwijderd onder lokale verdoving. Tegenwoordig kiest men bij kleine poliepen eerder voor conservatieve therapie. Dit bestaat uit het toedienen van corticosteroïden middels een neusspray (zoals flixonase) gedurende 4 tot 6 weken. Als dit effectief blijkt, kan deze behandeling worden gecontinueerd. Indien neusspray geen effect heeft, kan men kortdurend systemisch corticosteroïden toedienen (in tabletvorm, bijvoorbeeld Prednison). Dit laatste heeft echter meer neveneffecten.

Als medicijnen onvoldoende effect hebben, wordt gekozen voor een chirurgische ingreep. Dit is ook vaak direct het geval met grotere neuspoliepen. De operatie verloopt meestal onder algehele narcose, al is dat niet per se noodzakelijk en kan het ook onder lokale verdoving worden geopereerd. De nieuwste operatietechnieken (zoals FESS), waarbij met een camera in de neus gekeken wordt tijdens de operatie en met een snijdende stofzuiger oftewel shaver de poliepen worden verwijderd, verminderen de kans op complicaties door de operatie.

Aangezien neuspoliepen van zichzelf goedaardig zijn, is de behandeling ervan in de eerste plaats gericht op het voorkomen van de eventuele zijdelingse complicaties, het tegengaan van snurken en het verhogen van de levenskwaliteit.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties