Pomona (godin)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pomona, door Nicolas Fouché, ca. 1700

Pomona is de Romeinse godin van de boomvruchten[1]. Ze bezat een pomonal (heilig bos) op de weg naar Ostia (ongeveer 20 km van Rome). Haar eredienst werd verzorgd door de flamen Pomonalis wat wijst op een oude verering. Haar feestdagen waren waarschijnlijk feriae conceptivae (veranderlijke feestdagen), die afhankelijk waren van de stand van de boomvruchten.

Ze was op de achtergrond geraakt door de jaren, maar kende een heropleving bij schrijvers en dichters van de vroege keizertijd: zo maakte Ovidius een kuise bosnimf van haar ten tijde van koning Procas, als geliefde van de passionele Vertumnus. Plinius (N.H. 23.) zag haar als de echtgenote van de vegetatiegod Picus.

Pomona had — net zoals Flora — een mannelijke tegenhanger, Pomo in Sabijns en Umbrisch gebied, wat echter niet uitsluit dat deze in oorsprong ook te Rome werd vereerd.

Voetnoot[bewerken]

  1. Omdat pomum (boomvrucht) in latere tijden steeds meer ging slaan op appels (vandaar "pomme" in het Frans) werd Pomona steeds meer beschouwd als godin van de appels, terwijl ze eigenlijk alle boomvruchten patroneerde.