Poppenhuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Poppenhuis
Huiskamer van een poppenhuis (Maine, VS, 2006)
Huiskamer van een poppenhuis (Maine, VS, 2006)
Naam Poppenhuis
Genre Miniatuur
Aard Materiaal Ambachtelijk te bewerken
Categorie Kunstverzameling, speelgoed
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Een poppenhuis is een in het klein uitgevoerde versie van een huis. Poppenhuizen zijn er voor kinderen als speelgoed en voor volwassenen in de vorm van verzamel- of modelbouwobjecten. Vooral meisjes en vrouwen hebben een poppenhuis.

Daarnaast zijn er veel verzamelaars die zowel oude als nieuwe poppenhuizen bezitten. Deze huizen zijn niet gemaakt om mee te spelen, maar om naar te kijken. In verschillende musea staan er voorbeelden van. Deze poppenhuizen zijn cultuurhistorisch interessant omdat ze een beeld geven van de inrichting van de gegoede stand in vroeger tijden.

Als modelbouw werd het vervaardigen van poppenhuizen en miniaturen vanaf omstreeks 1990 populair.

Model van een graanschuur, Egypte 2200 v.Chr. The Oriental Institute, Chicago
Duits poppenhuis uit de late 17e eeuw in het bezit van de familie Bäumler (Germanisches Nationalmuseum, Neurenberg)
Keuken in het Bäumlerpoppenhuis
Poppenhuis van Petronella de la Court (Centraal Museum, Utrecht)
Het kantoor in het poppenhuis van Petronella de la Court

Oudheid[bewerken]

In de Oudheid vervaardigde men in Egypte en Mesopotamië kleine modellen van o.a. gebouwen, schepen, menselijke figuren, dieren en aardewerk. Het waren vaak grafvondsten, doel en betekenis zijn meestal niet bekend.

De oudste Duitse poppenhuizen[bewerken]

Het kabinetpoppenhuis van Petronella Oortman op een schilderij van Jacob Appel (1710) (Rijksmuseum, Amsterdam)
  • Kunstverzamelaar hertog Albrecht V van Beieren liet in 1558 een groot rijk poppenhuis bouwen voor zijn dochter, het zogenaamde Dockenhaus. Het huis had verdiepingen, veel kamers, een badkamer en een binnenplaats en was ingericht met zilver en wandkleden. Er woonde een gevarieerd gezelschap poppen. Het geheel werd later in een museum ondergebracht, waar het in 1674 door een brand werd verwoest.
  • De poppenhuizen in Zuid-Duitsland uit de 17e eeuw zien er uit als een echt huis, met gevels, een dak en trappen. Ze hebben kamers en zijn volledig als huishouding ingericht. De gebruikte materialen waren in de omgeving voorhanden: inheems hout, koper, tin, aardewerk. Het oudste nog bestaande Duitse poppenhuis dateert uit 1611 en is 2.75 m hoog. Het heeft muurbeschilderingen en een tuin.
  • In het barokke Schlossmuseum van Arnstadt bracht vorstin Auguste Dorothea von Arnstadt een bijzondere collectie poppenhuizen, interieurs en taferelen bijeen, die zij Mon Plaisir noemde. In de 82 interieurs met meer dan 400 poppen verbeeldde zij in miniatuur het dagelijks leven aan het hof en in de stad. Veel verschillende ambachtslieden en 2 poppenmakers werden ingeschakeld. Auguste werkte zelf, samen met haar hofdames en personeel, mee aan het kleden van de poppen, volgens de laatste mode. Vanaf 1697 werkte de vorstin 50 jaar aan Mon Plaisir. Zij liet na haar dood een grote schuld na, maar tot op heden is haar collectie bewaard gebleven en nog steeds te bezichtigen.
De kraamkamer in het poppenhuis van Sara Rothé (Frans Halsmuseum, Haarlem)

Kabinetpoppenhuizen in Amsterdam[bewerken]

Het kunstkabinet[bewerken]

In de 17e en 18e eeuw liet een kleine groep Nederlandse rijke burgervrouwen in Amsterdam ieder voor zich een poppenhuis bouwen in de vorm van een kunstkabinet. Zij richtten het in met kostbare materialen en bijzondere miniaturen, die in de stad volop beschikbaar waren. Vaak gaven zij ook opdrachten aan ambachtslieden. De kwaliteit van het geheel was bijzonder hoog. Deze kostbare verzameling verbeeldde de perfecte huishouding in die tijd. Het kabinetpoppenhuis was een bezienswaardigheid en de eigenares toonde het vol trots.

Petronella de la Court[bewerken]

Petronella de la Court (1624-1707) richtte haar kabinetpoppenhuis in tussen 1670 en 1690. Waarschijnlijk begon ze met de Kunstkamer, daarin bevinden zich de oudste gedateerde voorwerpen. Het kostbaar aangeklede poppenhuis bevat veel bijzondere voorwerpen en 34 poppen, waarvan er nog 28 over zijn. In 1758 verscheen een gedetailleerde veilingcatalogus. Petronella de la Court kende wellicht Petronella Dunois en Petronella Oortman in Amsterdam, zij bezaten ook een groot kabinetpoppenhuis. De la Court en Dunois waren familie van elkaar en ze woonden beiden aan het Singel.

Petronella Dunois[bewerken]

Petronella Dunois (1650-1695) woonde na de dood van haar ouders bij haar zuster Maria in Amsterdam. Beide zusters stelden een kunstkabinet samen, zij waren niet onbemiddeld. Slechts het poppenhuis van Petronella is bewaard gebleven. Het staat vermeld op haar lijst van huwelijksinbreng uit 1677. Het kabinet, ingelegd met marqueterie van notenhout, bezat oorspronkelijk twee deuren, door de ruiten kon men de Kraamkamer en de Beste Kamer zien. De inventaris uit de 17e eeuw is vrijwel helemaal bewaard gebleven, wel werd er in de loop der eeuwen steeds iets aan toegevoegd. Een inventarislijst uit 1730-1740 vermeldt onder andere 20 bijzondere poppen. Het poppenhuis bleef steeds in de familie en werd in 1934 aan het Rijksmuseum geschonken.

Petronella Oortman[bewerken]

Petronella Oortman (1656-1716) woonde met haar man Johannes Brandt in de Warmoesstraat. Zij werkte vanaf 1686 tot 1710 aan haar poppenhuis. Haar kabinet is groter dan de andere en prachtig versierd met marqueterie, het kostte voor die tijd een vermogen. De interieurs zijn zeer gedetailleerd en hebben natuurgetrouwe maatverhoudingen. Schilder Jacob Appel maakte in 1710 een nauwkeurig portret van het huis, met glasdeuren en gordijnen. Het schilderij toont een aantal poppen, maar deze zijn later uit het echte huis verdwenen, alleen een babypopje zit nog in een stoel. Het poppenhuis was in de 18e eeuw als kunstkabinet al zeer beroemd, uit binnen- en buitenland kwamen bezoekers kijken. Vanaf 1821 werd het openbaar tentoongesteld, vanaf 1887 staat het opgesteld in het Rijksmuseum.

Sara Rothé[bewerken]

Sara Rothé (1699-1751) woonde met haar man, de koopman Jacob Ploos van Amstel, in Amsterdam aan de Keizersgracht. Ze had in 1743 op een veiling 3 bestaande 17e-eeuwse poppenhuizen gekocht. Ze gaf opdracht om deze poppenhuizen uit elkaar te nemen en er twee nieuwe van te bouwen. Beide poppenhuizen hebben losse kamertjes, die als dozen in een kabinet zijn geplaatst. Sara vulde de collectie aan met nieuwe eigentijdse voorwerpen, ook maakte ze zelf borduur- en kaartweefwerk. Haar geschreven notities in boekjes over het ontstaan van haar poppenhuizen zijn voor wetenschappelijk onderzoek bijzonder waardevol. De poppenhuizen van Sara Rothé bevinden zich in het Gemeentemuseum Den Haag en in het Frans Halsmuseum te Haarlem.

Lizzy Ansingh[bewerken]

Schilderes Lizzy Ansingh (1875-1959) was lid van de Amsterdamse Joffers, een groep kunstenaressen in Amsterdam rond 1900. Na haar opleiding aan de Rijksacademie schilderde Lizzy onder andere stillevens waarin poppen een grote rol speelden. Zij had daarvoor in 1910 op een veiling een 18e-eeuws kabinetpoppenhuis gekocht. Het kreeg een ereplaats in haar atelier op de derde etage van de Herengracht 495. Het poppenhuis met de verdere poppenverzameling inspireerde haar tot de 'poppenschilderijen' waarmee zij bekend werd. Het is van groot belang voor het begrijpen van Ansinghs schilderijen.

Het poppenhuis bestaat uit een vitrinekast, gemaakt omstreeks 1740-50, gefineerd met wortelnotenhout en mahonie. Het is 240 cm hoog, 153 cm breed en 48 cm diep. Waarschijnlijk werd het omstreeks 1830 omgebouwd tot poppenhuis. Twintig poppen wonen in acht kamers en een grote zolder. Diverse voorwerpen werden door de kunstenares toegevoegd. Sinds 1963 is het kabinetpoppenhuis van Ansingh in bezit van de gemeente Arnhem en stond het opgesteld in het in 2012 opgeheven Historisch Museum aldaar.

19e eeuw[bewerken]

  • Vanaf 1825-1830 ging een nieuwe middenklasse het belang inzien van speelgoed voor kinderen. Men was in staat goed speelgoed te kopen, soms was er sprake van eigenbouw. Er werd gespeeld met losse woon- en slaapkamertjes, keukentjes, winkeltjes of paardenstallen en pakhuizen (voor de jongens). Vooral stoffenwinkeltjes waren geliefd. Alleen rijke kinderen hadden een echt poppenhuis, het ging vaak over van moeder op dochter en werd dan naar behoefte aangepast.
  • In de 19e eeuw werden deze eenvoudige houten poppenhuizen- en kamers meestal gemaakt door ambachtslieden. Aan het eind van de 19e eeuw werden speelpoppenhuizen in Duitsland in serie vervaardigd door Ludwig Moritz Gottschalk (1840-1905). Gottschalk exporteerde onder andere naar Nederland, ook de inventaris van de gebouwtjes kon bij zijn bedrijf aangeschaft worden. Het poppenhuismeubilair was van hout of van geperst karton, vaak met gouden biesjes. De bewaard gebleven catalogusfoto's laten de Gottschalk-productie van 1892 tot in de 20e eeuw zien. De huizen zijn fantasierijk, maar wel geïnspireerd op de bouwstijlen uit deze periode. Door een met potlood aangebracht nummer aan de onderzijde kan een Gottschalk-huis gedateerd worden. Het bedrijf werd door zoon Wilhelm Moritz Gottschalk voortgezet.
  • Door de fabricage van vele thuiswerkers was speelgoed in Duitsland naar verhouding niet zo duur. Producten werden tevens afgestemd op het land van export.

20e eeuw[bewerken]

Droomhuizen[bewerken]

Na 1900 ontstonden grote, boeiende projecten op miniaturengebied. In Nederland werden rond 1910 twee bijzondere poppenhuizen gebouwd. In twee engelstalige landen bouwde men een koninklijk paleis, een sprookjeskasteel, een elfenpaleis en een serie museale toonkamers in historisch stijlen. Deze minutieus op schaal uitgevoerde droombouwwerken, vaak met details in kostbare materialen, vereisten veel creativiteit, man- en vrouwkracht en financiële investeringen. Architecten en vormgevers maakten ontwerpen. Kunstenaars en ambachtslieden van diverse disciplines werkten er aan mee. De publieke belangstelling en bewondering voor deze bijzondere bouwwerken was gedurende de volgende tientallen jaren dan ook onverminderd groot!

Fokke Renooij en poppenhuis Juliana[bewerken]

  • Fokke Renooij (1863-1926) werkte als conducteur en later als controleur op de paardentram in Amsterdam. Tijdens zijn tochten door de stad bewonderde hij de fantasievolle, nieuwe architectuur. De huizen met torentjes, balkons, glas in lood en spionnetjes inspireerden hem bij de bouw van een poppenhuis voor zijn jongste dochter Maria. Ook de banketbakkerij op de Beukenweg, waar het gezin boven woonde, was een bron van inspiratie.
  • Fokke had veel belangstelling voor natuurkundige en technische onderwerpen. Voor zijn eigen huis maakte hij een grammofoon en een stofzuiger, heel bijzonder in die tijd. Ook las hij graag. Hij zat vol leuke ideeën voor het poppenhuis: praline-automaatjes, veel spiegelglas, grappige opschriften, een klokkentoren en geheime laatjes! Maria's naam staat op de winkelramen. Hij moet wel met veel plezier aan het huis gewerkt hebben. In 1910 was het poppenhuis klaar, het heette net als het in 1909 geboren prinsesje Juliana. Er werd veel mee gespeeld door Maria en later door haar kinderen.
  • Het poppenhuis bleef bij Maria's moeder Gerritje Broertjes. Na het overlijden van Gerritje kwam het bij haar verzorgster, wijkzuster Bussen, die er altijd al weg van was. Toen zij er ook niet meer voor kon zorgen schonk zij het in 1958 aan het Westfries Museum in Hoorn.

Lita de Ranitz[bewerken]

Jonkvrouwe Lita de Ranitz (1876-1960) speelde als kind met haar vriendinnetjes veel met een eenvoudig, door haar vader getimmerd poppenhuis. Toen de inventaris zich ook later nog langzaam maar zeker uitbreidde, gaf ze in 1910 opdracht voor een eigentijds poppenhuis. Herman J. Ros, leraar aan de Ambachtschool te Den Haag, nam na veel overleg de bouw op zich, met nieuwe snufjes zoals een badkamer en elektrisch licht. Jonkvrouwe De Ranitz ging door met verzamelen van miniaturen, kleine schilderijtjes van kunstenaars uit haar omgeving en kleine kunstvoorwerpen. Haar eigentijdse poppenhuis werd een soort kunstkabinet, zij herstelde hiermee een oude traditie. Dit huis geeft een goed beeld van een welvarende huishouding aan het begin van de 20e eeuw. De volledige collectie poppen, poppenhuizen, poppenkamers en winkeltjes van Lita de Ranitz bevindt zich op de zolder van het Haags Historisch Museum.

Titania's Palace[bewerken]

  • Titania's Palace is een elfenpaleis in schaal 1:12 voor de dochter van Sir Neville Wilkinson: Guendolen. Guendolen had gezegd, dat ze elfjes zag onder de wortels van een boom, ze dacht dat ze in een hol leefden en vroeg haar vader om een mooi elfenhuis te bouwen. Haar vader gaf daarna opdracht aan de meubelmakers James Hicks & Zonen in Ierland tot het bouwen van een paleis voor elfenkoningin Titania, prins-gemaal Oberon en hun zeven kinderen. Er werd van 1907 tot 1922 gebouwd en verzameld.
  • Het mahoniehouten paleisje heeft 18 kamers, gevuld met meubilair en 3000 kleine kunstwerken en miniaturen van over de hele wereld.
  • Titania's Palace is in 160 steden te zien geweest, onder andere in de VS en Australië, de opbrengsten gingen naar een goed doel. In 1978 werd het bij Christie's (Londen) verkocht aan Legoland in Denemarken, waar het na een restauratie werd tentoongesteld. Vanaf 2007 staat het opgesteld in het kasteel te Egeskov op Fünen en is daar opnieuw te bezichtigen.

Het poppenhuis voor koningin Mary[bewerken]

De in zijn tijd zeer befaamde Engelse architect Sir Edwin Lutyens (1869-1944) tekende begin jaren twintig het ontwerp voor Queen Mary's Dolls' House en tuinarchitect Gertrude Jekyll (1843-1932) ontwierp de tuin. Het grote poppenhuis was een geschenk voor koningin Mary (1867-1954), de vrouw van koning George V. In maart 1924 was het paleisje klaar en werd het getoond op een grote tentoonstelling in Londen. Vanaf 1925 staat het permanent in Windsor Castle opgesteld en is het toegankelijk voor publiek.

The Fairy Castle van Colleen Moore[bewerken]

  • De beroemde Amerikaanse filmster Colleen Moore (1899-1988) gaf opdracht aan Hollywood-architecten en kunstenaars voor de bouw van een sprookjeskasteel. Haar vader en meer dan 700 mensen werkten er aan mee. De bouw- en verzamelfase duurde 7 jaar en kostte een vermogen. Het beschilderde, loodzware uit aluminium opgetrokken gebouw meet 9 voet in het vierkant, de hoogste toren is 12 voet hoog. Rond de centrale tuin liggen de sprookjesachtige ruimtes, een zwevende elfentrap en torens.
  • Colleen Moore verzamelde met het kasteel geld voor goede doelen voor kinderen. Zij leende het vanaf 1949 uit aan het Museum of Science and Industry in Chicago en schonk het in 1976 definitief. Ze bleef tot haar dood in 1988 bezig met sprookjeskasteel en verzamelde ervoor. Ze droeg het op aan alle kinderen ter wereld en aan iedereen die gelooft in de magie van elfenkastelen.
  • Het geheimzinnig verlichte bouwwerk is permanent in een donkere ruimte geïnstalleerd. Men kan tijdens het bezichtigen via koptelefoons ingesproken bijzonderheden beluisteren. Het trekt per jaar 1,5 miljoen bezoekers van alle leeftijden.

De Thorne Rooms[bewerken]

Narcissa Thorne (1882 - 1966) was een Amerikaanse kunstenares, bekend door haar 99 zeer gedetailleerde stijlkamers in schaal 1:12. Zij financierde en ontwierp deze gemeubileerde kamers tussen 1932 en 1940, haar deskundige medewerkers voerden de ontwerpen minutieus uit. De kamers hadden een didactisch opzet. Mrs. Thorne, zoals zij genoemd wordt, wilde het kunstminnende publiek bekend maken met historische interieurs uit Europa vanaf de late 13e eeuw tot 1930 en uit Noord-Amerika vanaf de 17e eeuw tot 1930. In 1954 kregen 68 stijlkamers een permanente behuizing in de kelderverdieping van het Art Institute te Chicago. Daar zijn ze tot op heden te bezichtigen.

Speelgoed[bewerken]

  • In Nederland werden vanaf 1925 de zg. ADO-poppenkamers gemaakt. ADO betekent Arbeid Door Onvolwaardigen. Herstellende tuberculosepatiënten werkten onder leiding van Ko Verzuu (1901 - 1971) in de speelgoedwerkplaats van het sanatorium Berg en Bosch te Apeldoorn. Verzuu was tot 1955 de ontwerper van het Ado speelgoed. Hij testte het door zijn elf eigen kinderen er mee te laten spelen. De rechthoekige meubeltjes met heldere kleuren, zoals rood, geel en groen in combinatie met grijs en zwart, waren geïnspireerd op de vormgeving van Gerrit Rietveld, Henk Wouda en De Stijl. ADO-speelgoed was geen massaproduct, het werd in dure winkels verkocht, zoals De Bijenkorf en Metz & Co en was tamelijk prijzig.
  • Waddinxveen was vanaf eind 18e eeuw tot eind jaren zeventig een centrum voor de speelgoedfabricage. Hier richtte G.Okkerse in 1901 zijn bedrijf voor speelgoed op, drie generaties Okkerse werkten in dit familiebedrijf. Vanaf 1940 dateert de merknaam OKWA: Okkerse Waddinxveen. Na de Tweede Wereldoorlog begon kleinzoon G.J.C.Okkerse met de bouw van poppenhuizen. Deze bestonden uit een houten frame en kleurig bedrukte panelen. In de zeventiger jaren kwamen daar plastic onderdelen bij, zoals wenteltrappen en balkonhekjes. Vaak werden de poppenhuizen gecombineerd met meubeltjes van een ander merk. Het OKWA-speelgoed werd ook naar het buitenland geëxporteerd. In 1976 kwam er een einde aan de productie.
  • Te Vroomshoop werd in 1938 op initiatief van J.J.de Groot sio opgericht om werkloze veenarbeiders aan werk te helpen. sio betekent Speelgoed Industrie Overijssel, de merknaam wordt met kleine letters geschreven. Na 1946 ging het steeds beter met sio. In 1950 kwamen de twee jonge ontwerpers Rokus van Blokland (1926) en Corry Mobach (1929), afgestudeerd aan de kunstacademie, in het bedrijf. Ze hadden contact met professor in de opvoedkunde Wilhelmina J. Bladergroen, het sio-speelgoed was pedagogisch verantwoord. Een door Bladergroen geschreven boekje over goed spelen werd door Corry Mobach voorzien van tekeningen en foto's van sio-speelgoed. Vanaf 1970 ontwierp het echtpaar poppenhuizen en winkeltjes van karton of hardboard met een frame van hout. De panelen werden vrolijk en kleurig bedrukt met gestileerde motieven. Sommige poppenhuizen hadden elektrisch licht, met lampjes van het eigen merk. Er kwam in 1977 zelfs een caravan voor tienerpoppen. Er werd door sio steeds meer naar het buitenland geëxporteerd. Handig voor de verzending was een geheel demontabele kruidenierswinkel. Het bedrijf bestond tot 1979.
OKWA-poppenhuis 1974
Nederlandse letterkasten uit 1918
Miniatuurvoorwerpen in schaal 1:12 (2007)
  • De Duitse firma Brandstätter werd vanaf 1974 bekend door de fabricage van Playmobil. Dit speelgoed was geheel gemaakt van kunststofgranulaat in diverse kleuren, het werd onder druk in gietvormen gespoten. Hans Beck ontwierp de poppetjes, met een hoogte van 7,5 cm, beweegbare delen en accessoires. Hij baseerde ze op de vroeger zo populaire tinnen soldaatjes. Na de poppetjes kwam men met een modulair bouwsysteem, voor een kasteel, een bakkerij, e.a. Twee poppenhuizen werden op de markt gebracht: Anno 1900 uit 1989 en in 2000 een eigentijds huis.

Zelfbouw en verzamelen[bewerken]

  • Door de invoering van de vijfdaagse werkweek in 1961 en de veertigurige werkweek in 1962 kregen de mannen meer vrije tijd en velen knutselden graag. In tijdschriften werden soms werktekeningen aangeboden om een poppenhuis, pakhuis of garage voor de kinderen te vervaardigen. Ook verschenen steeds meer knutselboeken. Kinderen kregen vaak zelfgemaakte cadeaus voor hun verjaardag of met Sinterklaas. Ook de vrouwen, die van oudsher al veel handwerkten, deden hier aan mee. Fabrikanten van levensmiddelen gaven bij aankoop soms kleine presentjes, zoals miniatuurlevensmiddelen (o.a. Hero-blikjes), sleutelhangers en speldjes, deze werden gretig verzameld. De miniatuurproducten pasten prima in het zelfgemaakte winkeltje of de poppenkamer.
  • Toen in de tweede helft van de 20e eeuw de drukkerijen stopten met het handmatig zetten van loden en houten drukletters, werden de houten letterbakken overbodig. Deze degelijk gemaakte ondiepe vakjesbakken vonden een plaatsje in vele huiskamers als decoratieve wandobjecten, er werden verzamelingen kleine voorwerpen en miniaturen in onder gebracht. Opnieuw ontstonden er een soort kunstkastjes. Oude speelgoedpoppenhuizen werden van de zolders tevoorschijn gehaald en gerestaureerd, om er de zich uitbreidende collectie in onder te brengen, of men ging over op zelfbouw.
  • Omstreeks 1970 startte warenhuis De Bijenkorf met de Shackmanserie. Ondanks de prijs werden deze dure houten miniatuurmeubeltjes voor volwassenen, geïnspireerd op antieke meubelen, gretig verzameld.
  • In 1990 werd door Wim Kros het tijdschrift Poppenhuizen & Miniaturen opgericht, met technieken en werkbeschrijvingen voor het maken van huizen en de inventaris. Geleidelijk groeide de nieuwe liefhebberij voor volwassenen: het vervaardigen of verzamelen van miniaturen en het inrichten van een eigen droompoppenhuis. Bij de keuze van een tijdperk of een thema voor dit huis is er vaak sprake van nostalgie. Daarnaast zochten de hobbyisten elkaar op in vriendenkringen en gingen samen aan de slag. Wie meer miniaturen vervaardigde dan gewenst was voor de eigen behoefte, richtte een eigen bedrijfje op. Er kwamen winkels, beurzen en webwinkels voor de aankoop van miniaturen en voor materialen en gereedschap voor het fijne werk.

Bekende poppenhuizen[bewerken]

In Nederlandse musea[bewerken]

Buiten Nederland[bewerken]

Schaal[bewerken]

De standaardschaal waarin gewerkt wordt is 1:12, gebaseerd op de Engelse maten (1inch : 1foot). Overzicht van de meest bekende poppenhuisschalen:

Schaal Manshoog Bijzonderheden
1:6 30cm de schaal voor onder andere Barbiepoppen, ook gebruikt voor de miniatuurdesignstoelen van Vitra
1:10 18cm de schaal in veel antieke poppenhuizen (het stak vroeger niet zo nauw)
1:12 15cm de internationale standaardschaal voor poppenhuizen
1:18 10cm de schaal voor moderne speelgoedpoppenhuizen en bijpassende meubeltjes, onder andere van het Zweedse merk Lundby
1:24 7,5cm in het Engels: halfscale
1:48 3,75cm in het Engels: quarterscale
1:144 1,25 cm de schaal voor een poppenhuis in het 1:12-poppenhuis

Verder lezen[bewerken]

Tijdschriften[bewerken]

  • DollsHouse Nederland sinds 2003, AP International information.
  • Minivirus sinds 2006, Uitg. Minivirus.
  • Poppenhuizen & Miniaturen sinds 1990, Scala Publishing.
Woonkamer met pianomuziek in het Playmobil speelpoppenhuis (2004)

Kinderboeken over een poppenhuis[bewerken]

  • Baxter, Nicola: Mijn poppenhuis Pop-upboek 3+ Uitg. 2010 Veltman Uitgevers B.V. ISBN 9789048302895
  • Buchanan, Heather S.: Rik en Nicky Muis in hun Poppenhuis Uitgeverij Kluitman g.j.
  • Carbo, Christa: het poppenhuis, the doll's house Uitklapboek 12+ 2008 Rijksmuseum Amsterdam/Nieuw Amsterdam Uitgevers ISBN 978 90 868 9031 6
Bronnen, noten en/of referenties
  • L.Bas, J.Pijzel, L.Schram, K.Wester: Klein Behuisd 1998 Uitg. Stichting Vrienden van het Westfries Museum, Hoorn
  • Dieltjes, E., K.Duysters, S.de Bodt: Lizzy Ansingh (1875-1959) De poppenschilderijen van een Amsterdamse Joffer 2005 Uitg. Terra Lannoo BV Warnsveld ISBN 90 5897 4227
  • Dumarchaud, Stine en Harold Schuilenburg: Pracht en praal op kleine schaal, een tijdsbeeld van de late negentiende en vroege twintigste eeuw

Poppenkamers, keukens, winkeltjes en aanverwante zaken uit de Markesa collectie 2006 Stedelijk Museum Zwolle ISBN 978-90-9020655-4

  • Markestein, Femmie en Karin Wester: Poppenhuizen 1880-1980 Een wereld van illusie Uitg. 2004 Waanders Uitgevers, Zwolle ISBN 90-4008955 8
  • Pijzel-Dommisse, Jet: Het Hollandse pronkpoppenhuis 2000 Rijksmuseum, Amsterdam en Waanders Uitgevers ISBN 90-400-9481-0
  • Pijzel-Dommisse, Jet en Madelief Hohé XXSmall: Poppenhuizen en meer in miniatuur Uitg. 2011 WBOOKS / Gemeentemuseum, Zwolle / Den Haag ISBN 978 90 7832 3
  • Lit, Robert van: De poppenhuizen van Jonkvrouwe Lita de Ranitz Uitgeverij De Nieuwe Haagsche/Haags Historisch Museum, Den Haag 2002, ISBN 90 77032 12 6
  • Lit, Robert van: Het poppenhuis van Jonkvrouwe Lita de Ranitz 1996 Seal Press Den Haag ISBN 90 73930 16 2
  • Stewart-Wilson, Mary: Queen Mary's Dolls' House 1989 Uitg.The Bodley Head Ltd, London ISBN 0 370 311639
  • Within the Fairy Castle, Colleen Moore's Doll House at the Museum of Science and Industry, Chicago 1997 Uitg. Museum of Science and Industry, Chicago ISBN 0-8212-2519-7
  • Weingartner, Fannia: Miniature Rooms The Thorne Rooms at the Art Institute of Chicago 2008 Uitg. Yale University Press ISBN 0300141599

Externe link[bewerken]