Port-lincolnparkiet
| Port-lincolnparkiet IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Een port-lincolnparkiet (B. z. barnardi) in het zuidwesten van Queensland | |||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Barnardius zonarius (Shaw, 1805) |
|||||||||||||
| Afbeeldingen Port-lincolnparkiet op |
|||||||||||||
| Port-lincolnparkiet op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De port-lincolnparkiet (Barnardius zonarius) is een soort behorende tot de familie van de papegaaien, meer specifiek tot het geslacht Barnardius.
Beschrijving[bewerken]
De port-lincolnparkiet heeft een lichaamslengte tussen de 32,5 en 37 centimeter, het is daardoor een middelgrote papegaai. Kenmerkende is de lange, trapsgewijs spits toelopende staart. Deze soort staat op de IOC World Bird List als één soort die verdeeld is in vier ondersoorten. Vroeger werden meer ondersoorten onderscheiden en was de soort ook nog eens gesplitst in twee soorten, de barnardparkiet en de port-lincolnparkiet.
B. z. macgillivrayi komt voor in het oosten van het Noordelijk Territorium en NW-Queensland. Deze ondersoort werd als een ondersoort beschouwd van de barnardparkiet. Deze ondersoort is het minst contrastrijk van de vier, want overwegend groen gekleurd.
B. z. barnardi (barnardparkiet) komt voor in ZO-Australië. Deze ondersoort heeft meer contrast waarbij opvalt een rood vlekje boven de snavel, een gele halsband en een blauwe mantel.
B. z. semitorquatus komt voor in ZW-West-Australië. Dit is een contrastrijke ondersoort met een rode vlek boven de snavel en verder een donkerblauwe keel. De rest van de kop is donkerbruin, waardoor de kop als geheel zeer donker oogt. De ondersoort bereikt ook de grootste lengte.
B. z. zonariuskomt rest van West-Australië tot Midden- en Zuid-Australië. Bij deze soort ontbreekt de rode vlek boven de snavel.
Leefgebied en status[bewerken]
De port-lincolnparkiet komt voor een in groot aantal landschapstypen met zowel bos als scrubland, maar ook in parken en tuinen. De ondersoort B. z. macgillivrayi heeft voorkeur voor bos in de buurt van waterlopen, maar voor alle vormen geldt dat het vogels zijn van overgangsgebieden tussen bos en open landschap met water en struikgewas.[2]
De port-lincolnparkiet heeft een enorm groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op uitsterven uiterst gering. De grootte van de totale populatie is niet gekwantificeerd en neemt plaatselijk toe. Om deze redenen staat deze parkiet als niet bedreigd op de rode lijst van de IUCN.[1]
Bronnen, noten en/of referenties
|