Portofoon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een Motorola-portofoon met spreeksleutel
Walkie- Talkie uit het Amerikaanse leger; 1944
Walkietalkie Twintalker 4710 DCP
Een voetbalsteward aan het werk met een portofoon met oortje
Een portofoon in gebruik voor communicatie tussen de kraandrijver en de grond bij het verplaatsen van containers

Een portofoon, ook wel walkietalkie genoemd, is een draagbaar zend-ontvangtoestel voor communicatie tussen meerdere personen. De benaming portofoon wordt voornamelijk gebruikt bij professionele gebruikers zoals hulpdiensten. De benaming walkietalkie wordt meestal gebruikt bij apparaten voor recreatief gebruik zoals speelgoed. Deze benaming is ontstaan doordat men, in tegenstelling tot bij een vaste telefoon, tijdens het gesprek (talk) kan lopen (walk).

Met een portofoon kan geluisterd worden naar de andere gebruikers die op dezelfde frequentie luisteren. Daarnaast kan één persoon tegelijk praten, door middel van het indrukken van een knop. Op het moment dat de knop is ingedrukt is het niet mogelijk naar de andere gebruikers te luisteren, de andere gebruikers kunnen dan overigens ook niet zenden. Dit principe wordt half-duplex genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Na de uitvinding van de radio was de volgende stap om deze kleiner en handzamer te maken. Over wie en wanneer de portofoon het eerst uitvond bestaat veel onenigheid. Onenigheid die vooral veroorzaakt wordt door de vraag op welk moment een radio met zend- en ontvangstmogelijkheid verandert in een portofoon.

De eerste die een draadloze radiozender bouwde was de Canadees Donald Hings. In 1937 bouwde hij voor zijn werkgever CM&S een waterdichte veldradio, 5½ kg zwaar en zo groot als een broodrooster. Ondanks deze omvang – hij moest voor de buik gedragen worden – kon zijn radio door één persoon bediend worden. Daarvoor waren de meeste zendontvangers alleen mobiel als iemand hem droeg terwijl een andere hem gebruikte.

Een andere persoon die genoemd wordt als de uitvinder van de portofoon is de Amerikaanse radio-ingenieur Alfred J. Gross. In 1938 maakte hij een eigen kleinere versie van de portofoon die wel in de hand gedragen kon worden. Zijn ontwerp trok de aandacht van het Amerikaanse Office of Strategic Services (OSS, nu CIA) dat hem rekruteerde voor de ontwikkeling van het Joan-Eleanorsysteem, een tweeweg grond-naar-lucht radiosysteem.

De eerste radiozendontvanger die de bijnaam "walkie-talkie" kreeg was de Motorola SCR-300, ontwikkeld door een engineersteam in 1940 bij de Galvin Manufacturing Company (voorloper van Motorola). Een portofoon die op rug gedragen moest worden terwijl de bedienaar sprak en luisterde door een soort telefoonhoorn die met de radio verbonden was. Later kwam Motorola met de handzamere SCR-536 AM-radio, die de bijnaam "handie-talkie" kreeg.

Beide apparaten gebruikten vacuümbuizen (de transistor moest immers nog uitgevonden worden) en liepen op speciale droge celbatterijen die een hoge spanning leverden. Zowel Hings', Gross' als Motorola's ontwerpen van de portofoon zouden een grote rol spelen gedurende de Tweede Wereldoorlog, omdat het soldaten in het veld in staat stelde met elkaar te communiceren.

Na de oorlog zette de ontwikkeling van de portofoon voort, en dankzij de opkomst van de transistor en de micro-elektronica werd de portofoon steeds kleiner en handzamer.

Marten Jan Kingma was na de oorlog als ingenieur werkzaam bij Phillips. Samen met een collega hadden zij de taak een goed woord voor de draagbare telefoon te verzinnen. Zij gingen allebei naar huis en schreven een aantal woorden op. De volgende dag legden zij de lijst naast elkaar en bleek dat ze allebei het woord portofoon hadden opgeschreven. Zo is het woord "Portofoon" ontstaan.

Recreatief gebruik[bewerken]

Walkietalkies die verkocht worden in speelgoedzaken maken meestal gebruik van de 446 MHz band omdat voor die band (PMR) geen zendvergunning vereist is.[1] Het bereik van een walkietalkie varieert van enkele tientallen meters tot soms wel 50 kilometer. Walkietalkies in semi-professionele vorm worden bijvoorbeeld gebruikt door motorrij-instructeurs om hun leerlingen instructies te geven via een oortje.

Professioneel gebruik[bewerken]

De walkietalkie was oorspronkelijk ontwikkeld voor militaire doeleinden, tegenwoordig gebruikt men in het leger en bij professionele hulpdiensten portofoons omdat die in de praktijk betrouwbaarder zijn dan walkietalkies. Op deze portofoons kunnen indien gewenst ook een spreeksleutel en oortje worden aangesloten.

Portofoons worden onder meer gebruikt door politie, brandweer, beveiligers en de Nederlandse Spoorwegen, ook op bouwplaatsen, fabrieken en dergelijke werkt men er veel mee. Het zendbereik kan vele kilometers bedragen. Tegenwoordig zijn ook draagbare marifoons toegestaan, dus in de vorm van een portofoon. Bekende fabrikanten van portofoons zijn Kenwood, Motorola, Entel en Nokia.

C2000[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie C2000 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 2005 stapten de Nederlandse politie, brandweer, ambulance en marechaussee over op een nieuw en digitaal communicatiesysteem, C2000, wat niet meer af te luisteren is. Via het C2000-netwerk kan met portofoons en mobilofoons gecommuniceerd worden. Het bereik van een C2000 portofoon beslaat vrijwel geheel Nederland omdat het signaal via een netwerk van steunzenders in een woud van hoge antennes geleid wordt. Ook analoge portofoons kunnen deel uitmaken van een netwerk en daardoor een groot bereik realiseren. De meldingen voor de hulpdiensten aangesloten op C2000 komen via P2000.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Er gelden wel wettelijke grenzen aan het zendvermogen en de manier van moduleren. Zie daarvoor Regelgeving 27MC. Afspraak is dat Kanaal 9 een noodfrequentie is, enkel voor noodoproepen, kanaal 14 is het algemene oproepkanaal en kanaal 19 wordt veelal gebruikt door vrachtwagenchauffeurs.