Positief injunctierecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het positief injunctierecht is het recht van de Minister van Justitie om aan de Procureur des Konings de opdracht te geven een bepaalde zaak (individueel dossier) te onderzoeken en/of te vervolgen. De Minister van Justitie put dit recht uit artikel 151, § 1, van de Grondwet en uit artikel 364 (vroeger 274) van het Wetboek van strafvordering ('De procureur-generaal geeft aan de procureur des Konings ambtshalve of op bevel van de minister van Justitie opdracht om de misdrijven waarvan hij kennis draagt, te vervolgen.').

De Minister van Justitie beschikt over deze bevoegdheid in het kader van de leiding op het strafrechtelijk beleid. Op die manier kan hij zijn prioriteiten doordrukken door het parket te verplichten om bepaalde soorten misdrijven of wantoestanden te onderzoeken. Op die manier kan men ook bescherming van misdadigers door die magistraten vermijden.

De tegenhanger van dit recht, het negatief injunctierecht, wordt in België niet aanvaard. De Minister van Justitie kan dus niet verhinderen dat er een bepaald strafrechtelijk onderzoek gevoerd wordt. Op die manier vermijdt men dan weer dat de Minister bepaalde personen (of zichzelf) zou beschermen door een onderzoek naar feiten waar die personen in betrokken zijn, te verbieden.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren