Post-partumdepressie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Een post-partumdepressie is een vorm van depressie die optreedt bij vrouwen die recent bevallen zijn. Ook wordt de (enigszins onjuiste) term postnatale depressie gebruikt.

Epidemiologie[bewerken]

Post-partumdepressies komen voor na 10 tot 15% van de bevallingen en vormen daarmee een veel voorkomende aandoening.

Symptomen[bewerken]

De symptomen lopen in intensiteit en duur uiteen. In lichte gevallen heeft de vrouw last van verdriet en huilbuien, angst, prikkelbaarheid, wisselende stemmingen en vermoeidheid. Meestal zijn de symptomen binnen twee weken na de bevalling verdwenen.

In ernstiger gevallen zijn de symptomen ingrijpender en langer van duur. Het kan van een paar maanden zelfs oplopen tot een paar jaar. Naast angst en verdriet kunnen ook schuldgevoelens en verlies van eigenwaarde optreden. De vrouw heeft weinig energie en interesse (soms zelfs in het kind) en is overgevoelig voor kleine irritaties. Er kunnen ook eet- en slaapproblemen ontstaan.

Etiologie[bewerken]

Een post-partumdepressie is iets anders dan een postpartum psychose. Een postpartum depressie is een stoornis en een postpartumpsychose kraambedpsychose is een ernstig psychiatrisch ziektebeeld.Bij een kraambedpsychose kan de vrouw last krijgen van hallucinaties en wanen of andere denkstoornissen. Ze kan zeer bezorgd worden ten aanzien van de baby en een sterke band met de baby hebben, maar ook kan ze zeer agressief worden en een gevaar vormen voor zichzelf of haar kind. In deze gevallen is ziekenhuisopname doorgaans noodzakelijk. Sommige vrouwen ontwikkelen een angst voor de dood of krijgen suïcidale gedachten.

Een postpartum depressie kan endogeen zijn= van binnenuit of reactief= in reactie op het life event bijvoorbeeld wat de vrouw doormaakt na de bevalling. Over het algemeen is de oorzaak van een post-partumdepressie te zoeken in de veranderde hormoonhuishouding tijdens de zwangerschap en na de bevalling. Vaak in combinatie met een aantal risicofactoren, zoals slaaptekort, zware bevalling en een tekort aan vitamines en mineralen (onder andere vitamine B6), die kan ontstaan tijdens de zwangerschap, omdat er veel voedingsstoffen naar de baby gaan. Recent onderzoek toont aan dat er een correlatie is met pijn bij de bevalling. De pijn zorgt ervoor dat er endorfines vrijkomen. Die maken de vrouw onverschilliger voor de pijn en bereiden haar voor op het moederschap.

Endorfines zijn morfine-achtige stoffen die door de hersenen worden afgescheiden en een pijnstillende werking hebben. Maar omdat het morfine-achtige stoffen zijn, hebben ze ook een emotioneel effect: ze maken je open en ontvankelijk. Dat is belangrijk voor het hechtingsproces. Zo bereidt de pijn de vrouw – via de endorfines – voor op het moederschap.

Hoe meer de vrouw zich kan ontspannen, hoe meer endorfines er vrij komen en dus hoe minder pijn ze heeft. Bij een zware, pijnlijke bevalling wordt door het lichaam vaak meer endorfine aangemaakt.

Naast de endorfines speelt ook adrenaline een belangrijke rol. Adrenaline en endorfine zijn twee hormonen die niet alleen de pijnbeleving, maar ook de loop van de bevalling kunnen veranderen.

De afgifte van endorfines en adrenaline zijn door externe factoren te beïnvloeden. Adrenaline komt vrij bij stress, angst en 'verstoring'. Het zorgt voor een waarschuwing om te vluchten. Bij een bevalling remt adrenaline de afgifte van oxytocine (die de weeën stimuleert), waardoor de bevalling vertraagd wordt. In extreme gevallen stoppen de weeën helemaal. Adrenaline remt ook de afgifte van endorfines, zodat de bevalling pijnlijker wordt.

Tegen het eind van de bevalling heeft adrenaline trouwens het tegenovergestelde effect: 'verstoring' bij het eind van de ontsluitingsfase of bij het persen zorgt voor een versnelling van de bevalling. Zodra de bevalling achter de rug is, ben je immers weer in staat om te vluchten.

Onlangs werd ontdekt dat hersenen van moeders gevoeliger zijn voor dopamine. Dit zou de moederliefde stimuleren.[bron?] De hersenen bevatten receptoren voor zowel oestrogeen als progestageen. Een snelle daling van het hormoon progesteron na de bevalling zou mogelijk een effect kunnen hebben op dopamine. En een teveel aan dopamine hangt waarschijnlijk samen met het ontstaan van een postnatale depressie of (kraambed)psychose.

Er kunnen echter ook sociale of psychische oorzaken zijn (bijvoorbeeld als het kind niet gewenst is, zorgen over de opvoeding, relatieproblemen, te hoge verwachtingen etc.). Vrouwen die vóór de bevalling al depressieve verschijnselen hebben gehad, zijn vatbaarder voor post-partumdepressie, evenals vrouwen die al last hadden van premenstruele stemmingswisselingen, zoals bij het premenstrueel syndroom.

Complicaties[bewerken]

Een van de complicaties van een post-partumdepressie is een verminderde ontwikkeling van het kind. Diverse studies hebben aangetoond dat kinderen van vrouwen met een doorgemaakte post-partumdepressie zich minder goed ontwikkelen en psychosociale problemen hebben, zowel internaliserend (depressies, etc) als externaliserend (ADHD, agressief gedrag, etc), die zelfs tot in de puberteit aan kunnen houden.

Literatuur[bewerken]