Postmodernisme (architectuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Postmoderne architectuur in de City of London, Lloyd's (voorgrond) en Swiss Re (rechts achter)
Piazza d'Italia, New Orleans
Hotel in Zaandam
ING House, Amsterdam-Zuid
Gerechtsgebouw, Antwerpen
Lamonggracht, Java-eiland, Amsterdam

Postmodernisme is een aanduiding voor een verzameling bouwstijlen die na circa 1960 ontstond als een reactie op met name de Internationale Stijl en het Modernisme. Deze laatste stijlen kenmerken zich door zeer strakke, functionele ontwerpen, zonder ornamenten, hetgeen volgens critici leidde tot een zekere mate van gelijkvormigheid. Aan Philip Johnson, een bekende architect van kantoorgebouwen, wordt de uitspraak toegeschreven "I got bored with the boxes."

Postmoderne architectuur kenmerkt zich dan ook door vrije vormen, fantasievolle detailleringen en verwijzingen naar het verleden. Het postmodernisme is sinds de jaren '80 sterk in opkomst en neemt in de hedendaagse architectuur een belangrijke plaats in.

Kenmerken[bewerken]

Het postmodernisme is in de eerste plaats een tegenreactie op de moderne architectuur die met principes als form follows function was ontdaan van versieringen, details en lokale trekken. Deze architectuur werd door de critici graag weggezet als saai en kaal. Modernisten braken bewust met de tradities van de bouwkunst, zij wilden uit het niets een nieuwe architectuur creëren. De postmodernisten willen de continuïteit juist oppakken en haken dan ook nadrukkelijk aan bij bouwstijlen uit het verleden.

Historische verwijzingen[bewerken]

Postmoderne architecten laten zich graag door historische bouwstijlen inspireren. Zo worden oude vormen als zuilen, natuurstenen ornamenten, daklijsten en rondbogen veelvuldig toegepast. Vaak wordt hierbij ook gekeken naar de architectuur in de omgeving van het gebouw. In Zaandam, bekend om z'n houtbouw, zijn zo moderne gebouwen met kunststof planken opgetrokken, die duidelijk refereren aan de houten huisjes uit het verleden. Ook in de kleurstelling wordt de traditie gevolgd: niet langer grauw beton of blauw glas, maar rode baksteen, Zaans groen of typisch pleisterwerk.

Vaak worden elementen uit klassieke bouwstijlen (tot de klassieke oudheid toe) in vereenvoudigde en soms vergrote vorm overgenomen, met monumentale effecten, onder andere bij het kantoorgebouw van AT&T (door Johnson) in New York en bij het World Financial Center, tevens in New York (ontworpen door de in Argentinië geboren Amerikaanse architect César Pelli). De gebouwen van dit laatste complex hebben piramide-, bolvormige of trapvormige daken.

Het uitbundig gebruik van ornamenten wordt ook toegepast door de Spaanse architect Ricardo Bofill, wiens werk soms op dusdanig grote schaal van classicistische elementen is voorzien dat de functionaliteit van het gebouw ondergeschikt lijkt te zijn aan de indruk die het op de toeschouwer beoogt te maken, onder meer in Parijse voorsteden (de Villes Nouvelles). Hier lijkt sprake te zijn van "function follows form".

Vrije vormen[bewerken]

Postmodernistische ontwerpen hebben vrije tot zeer vrije vormen, speelse en geavanceerde technologische oplossingen. Postmoderne gebouwen zijn niet alleen functioneel, ze moeten ook mooi zijn. Postmoderne architecten proberen de toeschouwer te verrassen met bijzondere vormen of grijpen juist terug op traditionele schoonheidsidealen als symmetrie.

Soms worden hilarische effecten toegepast, waarbij de architect zichzelf "op de hak neemt". Bij een stijl die als deconstructivisme aangeduid wordt, neemt dit de vorm aan dat het gebouw reeds in verval lijkt te zijn. Architectenbureau SITE ontwierp voor de Amerikaanse supermarktketen BEST een gebouw te Houston waarvan de gevels gedeeltelijk ingestort lijken te zijn.

Receptie[bewerken]

Het postmodernisme is een tegenbeweging. Het is dan ook niet verrassend dat er uit de modernistische en functionalistische hoek veel kritiek op postmoderne ontwerpen is gekomen. Vooral het toepassen van klassieke ornamenten werd en wordt door veel architectuurliefhebbers veroordeeld. Wellicht wat te sterk aangezet: de architecten van de Internationale Stijl zullen deze aanpak veroordelen als "knip-en-plakwerk"; postmoderne architecten zullen antwoorden dat de architectuurgeschiedenis een "grabbelton" is waaruit vrijelijk geput kan worden.

Ook de vrije vormen kunnen, zeker in hun extreme vormen, niet ieders goedkeuring wegdragen. De indruk bestaat dat postmodernistische gebouwen niet zonder een zekere dosis humor naar waarde geschat kunnen worden. Postmodernistische ontwerpen zijn volgens critici vaak meer een "statement", een "grap", dan een gebouw voor de eeuwigheid.

Tegenover de critici staan natuurlijk ook liefhebbers van postmoderne architectuur. De traditionele uitstraling van postmoderne gebouwen lijkt aan te slaan bij het grote publiek, dat zich graag met de "ouderwetse" bouwstijlen identificeert. Voor nieuwe projecten in historische binnensteden is het postmodernisme een gewilde stijl, omdat de architectuur aansluiting zoekt bij wat er al staat.

Verbreiding en voorbeelden[bewerken]

De postmodernistische stijl heeft thans voor een aantal soorten bouwwerken, met name kantoorgebouwen en dergelijke, nog steeds de overhand. De mate waarin postmodernistische denkbeelden gerealiseerd worden verschilt echter sterk. Budgettaire overwegingen zullen hier vaak aan ten grondslag liggen.

Als voorbeelden van typische "high-tech"-architectuur kunnen genoemd worden het Centre Pompidou te Parijs, het kantoor van Lloyd's in Londen en het kantoor van bank HSBC in Hongkong: gebouwen die verwant lijken te zijn aan een petrochemisch fabriekscomplex.

België[bewerken]

In België wordt het postmodernisme veelal toegepast bij inbreiding in oude stadscentra of uitbreidingen van historische gebouwen. Een bekend voorbeeld zijn de ondergrondse uitbreidingen van station Antwerpen-Centraal, waarbij gebruik is gemaakt van vierkante zuilen en bakstenen. Ook het busstation van Leuven is in een postmoderne stijl opgetrokken. Extravaganter is het nieuwe gerechtsgebouw van Antwerpen, ontworpen door Richard Rogers.

Nederland[bewerken]

In Nederland kunnen genoemd worden het kantoorgebouw van de ING (bank) in Amsterdam-Zuidoost (door Ton Alberts en Max van Huut, bijgenaamd de Apenrots) en het kantoorgebouw van de ING Groep in Amsterdam-Zuid (door Meyer en Van Schooten, officieel geheten ING House, en bijgenaamd de Klapschaats, de Kruimeldief, de Poenschoen en het Strijkijzer) - deze gebouwen vallen vooral op door hun vrije vormen, minder door het gebruik van traditionele elementen.

Postmodernistische woningbouw is in opkomst. Bekende voorbeelden zijn de Amersfoortse wijk Kattenbroek, evenals het Java-eiland in Amsterdam. Recent is nabij Helmond de een vinexwijk Brandevoort gebouwd, in de vorm van een oud vestingstadje. Ook in andere vinexwijken worden postmoderne ontwerpen veelvuldig toegepast.

Een goed voorbeeld van postmoderne architectuur is het Groninger Museum. Dit gebouw valt op door zowel de uitbundige decoratie en de vrije vormen. Andere opvallende postmoderne gebouwen zijn het genoemde hotel in Zaandam en de Rotterdamse woontoren De Statendam.

Zie ook[bewerken]